Tips van onze kunstcritici: De missie, De Verleiders en De meesterverteller

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week o.a. een telefilm over de VN-vredesmissie in Mali en toneelavonturen in het bos.

Theater - BOSLAB

Het is al zeven jaar lang een uitnodiging aan toneelavonturiers: alsjeblieft, hier heb je het grootste toneelpodium van ons land (de speelvloer van het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos, en de omringende ruimtes), wat zou jij ermee doen als je de kans had? Een theaterlaboratorium in het bos dus, BOSLAB. Drie makers/bedenkers deze keer. Laten we met de hekkensluiter van de avond beginnen: Jerzy Bielski. Hij komt uit Polen, hij is 32 en (jazz)musicus. Hij bedacht iets voor het centrale podium, voor in het decor voor de ‘grote’ voorstelling (die vanaf 19 juli begint, Romeo en Julia). Voor die productie is een kunstzinnige ravage aangericht met uiteengereten ‘vliegveldslurfen’, van die gangen met patrijspoortjes waarin je naar je vliegtuig wandelt. Schiphol (hoofdsponsor van het Bostheater) had er nog een stel liggen. Jerzy Bielski laat enkele musici, drie spelers en een technicus/inspeciënt bezit nemen (dit is zeer letterlijk te nemen) van deze enorme ruimte, van dit sciencefictionkerkhof. Zij vertellen met hun voorstelling (More – White/Red/Black) een verhaal-dat-geen-verhaal-is, over zelfvoldane ego’s die zich net iets te comfortabel wanen en mede daarom worden overrompeld door een stroboscopisch uitgelichte war on terror. Als de drie spelers volledig voor halfdood in de touwen hangen en door de inspeciënt pre-mortaal onder de aarde worden gewerkt, vertellen de zoeklichten hoog boven ons dat wij nu aan de beurt zijn, wij kijkers op de tribune. Wat er daarna gebeurt verklappen we hier niet. Er zijn wat Hopper-citaten in beeld, de muziek is overrompelender dan de gestaag dalende vliegtuigen vanwege een file op de bulderbanen (om deze zin te begrijpen moet u ofwel Bos-veteraan zijn, ofwel gewoon gaan kijken en luisteren, dan wordt u dat vanzelf). Een lineair verhaal is er overigens niet.

Medium bostheater boslab fotosaris 26denengelsman 7603 2

Dat geldt ook voor Waldleben van Hilde Tuinstra en haar spelers. Zij openen de avond in het bos achter het hoofdpodium. De titel van hun een half uur durende beeldende sprookje dient letterlijk genomen te worden: wat komt er zoal aan leven voorbij in een bos? Let wel: niet in uw dagelijkse bos, maar in een geënsceneerd bos vol geëxalteerd en uitvergroot Leben. Seks in de vrije natuur bijvoorbeeld schijnt de hobby van onze tijd te zijn. Welnu: Waldleben biedt veel seks in de vrije natuur, maar vooral vreugdeloos en gewelddadig. Beren zijn er ook, knuffelvarianten in diverse maatsoorten. De primitieve holenmens ontmoet voorts enkele verdwaalde toeristen. En een poetsvrouw neemt de bomen af met een sopje. Ergens in de verte wordt de vrouw bezongen, La donna é mobile uit Verdi’s Rigoletto, niet zozeer over mobiele dan wel over wispelturige vrouwen. De mannen kunnen er trouwens ook wat van.

In het midden van de avond zit een stuk dat nog een compleet stuk moet worden, work in progress dus, typisch iets voor een laboratorium. Sanne Verkaaik, die ooit eerder met vooral beeldend theater aan BOSLAB meedeed (ik herinner mij een veldslag tussen vlotten) is nu aan een tekst begonnen, Terugkeer van de muur. Het gaat een moderne mythe worden, die voor een derde reeds in de grondverf staat. Verkaaik en haar (zes) spelers doen hier met toneel waar toneel een heerlijk medium voor is: als in een droom van de ene werkelijkheid in een andere springen, en daarmee dan eindeloos doorgaan. De openingsscène biedt bestaand leven, nieuw leven én dood, in één ademtocht. Aanstekelijk gespeeld en gezongen, met simpele, kinderlijke middelen getoond, hinderlijk onderbroken door nog veel meer dalende vliegtuigen, en zich daar ook weer geen moer van aantrekkend. Het bordje ‘werk in uitvoering’ staat er bij wijze van spreken als rekwisiet naast. De bedenkster heeft van een van mijn collega’s al een schoolmeesterlijke tik op haar schrijvende vingers gekregen (allemaal ‘tips’ die ze volgens mij zelf al lang heeft bedacht), ze werkt de hele zomer door en presenteert komend najaar een proeve van het complete stuk. Dit deel is alvast veelbelovend. Ga maar kijken. Dat kan nog in het Amsterdamse Bos tot en met aanstaande zaterdag. Aanvang: 21.00 uur.

Toneel - De Verleiders, D** oor de bank genomen**

We zijn in Carré. De kern van de avond is vertrouwd, ook en juist in ons grootste Volkstheater aan de Amstel. Die kern heet: Herman Heijermans. De strandtenthouder Jan Wit (Pierre Bokma) sluit een ‘aflosvrije’ hypotheek van een ton bij zijn goede kennis Sjoerd, die bij de bank werkt (Victor Löw). Die hypotheek blijkt later een swap, een ongeleide tijdbom die het dieventaaltje van de financiële wereld een derivaat heet. Aanvankelijk groeien de bomen voor de strandtenthouder en zijn licht wantrouwige vrouw Els (Leopold Witte) tot in de hemel. Totdat de bank, na enkele nalatigheden in de rentebetaling, de kleine lettertjes gaat toepassen en Jan door zijn vriendelijke reuzenbank wordt verzwolgen, tot hij wanhopig zijn eigen zee in loopt. Mathijs de Sterke versus het Grootkapitaal dus. Heijermans’ held was nog een grappenmaker, en dat is Wit van Pierre Bokma bepaald niet. Zijn schrijnende verhaal (in feite het actuele verhaal van zo’n zestienduizend mkb’ers) loopt als een zwart melodramatisch lint door de succesproductie Door de bank genomen van het Verleiders-kwintet Bokma, Löw en Witte met Tom de Ket en schrijver/initiatiefnemer George van Houts. Het is een werkcollege bancair bedrog (met filmpjes, grafieken en veel uitleg), met Bokma (larmoyant slachtoffer) en Löw (superieure ploert) als onvervalste Heijermans-protagonisten.

Medium scenefoto1

Ze staan nu een kleine maand in Carré, ik had deze aflevering van De Verleiders gemist, kocht een kaartje en had geen slechte avond. Met naast me een hockeytrio uit een Youp van ’t Hek-sketch, die overduidelijk een _top-_avond hadden die, te oordelen naar de drievoudige kegel, reeds uren tevoren was begonnen. Ooit, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, heb ik een tijdlang in de omgeving van een groep activistische toneleurs verkeerd, de vormingstheater makende spelers van Proloog. Zij deden iets vergelijkbaars. Maar een geniaal accelererende Bokma of zo’n schmierend loeibeest als Löw, die hadden zij niet in huis, en dat scheelt een slok op de antikapitalistische borrel. Het is ongeveer het verschil tussen een van broeierige opstand zwanger buurthuis en een overvol Carré voor een avondje-uit, zullen we maar zeggen. De Rabo was toen nog gewoon de Boerenleenbank waar mijn vader een rekening had en niet bedrogen werd waar hij bij stond, en Jelle Zijlstra was nog directeur van De Nederlandsche Bank. Ik voelde me deze avond in Carré tegelijkertijd in een nostalgie opwekkende tijdmachine, en toch erg thuis.

Na afloop kwam George van Houts trots melden dat minister Dijsselbloem, mede op grond van deze voorstelling en het aanpalende ‘burgerinitiatief’, een commissie aan het werk heeft gezet, die nu heeft voorgesteld dat die 16.000 kleine ondernemers met een swap-strop om hun nek nu een vijfde van hun rentekosten terugkrijgen. En afgezien van het feit dat zulks natuurlijk een enorme scheet is in een sociaal-democratisch netje (en: de Rabobank doet niet mee), leek deze mededeling een aardig activistisch uitroepteken na een rabiaat antikapitalistisch avondje vormingstoneel anno 2016. Volgend jaar gaan De Verleiders de zorgverzekeraars aanpakken. Dus Rogier van Boxtel is net op tijd naar de Nederlandse Spoorwegen vertrokken.

Tot en met 23 juli.

Loek Zonneveld

Beeld: (1) Terugkeer van de Muur (Sanne Verkaaik); (2) De Verleiders (Bos Theaterproducties)


Televisie - Hoge marinier

Robert Oey geeft in zijn Teledoc De missie verbluffende kijkjes achter de schermen van VN-vredesmissie MINUSMA in Mali, waarin Nederland een belangrijk aandeel heeft. Hij volgt vooral Joost de Wolf die in 2014 werd benoemd tot plaatsvervangend hoofd. Dat hij niet alleen van de openhartige en krachtdadige De Wolf, kolonel der mariniers, toestemming kreeg aanwezig te zijn bij deze ‘operatie wespennest’, maar ook van betrokken internationale en nationale geledingen, militair en civiel, van New York en Den Haag tot Bomako – dat is eigenlijk een mirakel. Recht voor z’n raap schetst De Wolf al bij begin van zijn werkzaamheden een elementair probleem van Mali: in het noorden wonen, historisch gezien, de slavendrijvers, in het zuiden de slaven. Ga daar maar aan staan. Helemaal als nationalisme van toearegs en jihadisme een complicerende rol spelen en Malinese overheid, VN-contingenten uit verschillende landen, militairen en diplomaten elk eigen agenda’s hebben; grote doelen en menselijke kleinheid botsen; en de spanning tussen beleidsmakers in westerse kantoren enerzijds en uitvoerders met hun poten in bluswater of woestijnzand gigantisch is; evenals het verschil in kwaliteit en oprechtheid van betrokkenen aller landen en diensten.

Dat verschil wordt alleen al duidelijk aan Nederlandse kant. De Wolf krijgt niet alleen te maken met maar al te concrete, gewapende aanvallen van etnische en religieuze groepen, hij botst ook op instanties en personen die de krappe grenzen van het mandaat bewaken en die in newspeak en zwijgen het achterste van hun tong zelden laten zien. Zijn zowel militaire als Hollandse directheid, gegoten in heldere vragen, wordt hem bij internationaal overleg kennelijk niet in dank afgenomen (‘een sluwe vraag, kolonel’). Zo min als zijn voelbare minachting voor superieuren die beslissingen nemen terwijl ze van toeten noch blazen weten. Misschien identificeer ik me te veel met De Wolf, wat al gauw gebeurt met hoofdpersonen (kennelijk ook met hoge mariniers), en is hij niet de juiste man op de juiste plaats – maar de kwaliteiten die nodig zijn om zo een missie succesvol te maken en zelf overeind te blijven lijken nauwelijks in één mens aanwezig te kunnen zijn. De materie is zo complex dat deze kijker lang niet altijd doorgrondt wat er precies speelt in opeenvolgende situaties. Zoals dat bij detectives en thrillers vaak het geval is. Maar dat is bepaald geen reden om af te haken. Soms is er even zeer heldere taal, zoals wanneer Mirjam Tjassing, eerste ambassadesecretaris in Mali, in overleg met Den Haag glashelder zegt: ‘Of MINUSMA kan aanvallend acteren, of MINUSMA moet weg, omdat het zo nooit de oplossing kan zijn voor dit land.’ MINUSMA zit er nog altijd, maar De Wolf is weg. En wij weten dat wat complex lijkt in werkelijkheid nog veel complexer is – aan Malinese en aan VN-kant.

Robert Oey, De missie_, IKON Teledoc (uitgezonden onder EO-vleugels), maandag 11 juli, NPO 2, 20.25 uur_

Walter van der Kooi


Film - De meester

Meesterverteller is de titel van het omvangrijke retrospectief dat het Amsterdamse filminstituut EYE deze zomer rond het werk van de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg programmeert. Het klinkt als een cliché, maar ‘meesterverteller’ raakt de kern. Hierin ligt namelijk de ‘magie’ van zijn films – in de kunst van het cinematografische verhaal.

Daarom verbaast het niet dat zijn nieuwe film, The BFG, naar het beroemde kinderboek van Roald Dahl, de verfilming van een rasverteller betreft. Wie ooit een verhaal van Dahl aan een kind heeft voorgelezen (of zelf heeft gelezen) kan die ‘magie’ voelen. Het zit in al zijn werk, maar neem dit boek waarvan de titel uit de laatste drie woorden in de zin bestaat: ‘De laatste keer dat we Sjakie zagen, zweefde hij hoog boven de stad waar hij woonde, in de grote glazen lift.’ Geen kans dat de luisteraar/lezer bij het horen of lezen hiervan niet in een seconde verdwenen is in de verbeeldingswereld van de verteller.

Dat gebeurt bij Spielberg net zo sterk: het begin van Jaws (1974), de eerste tien minuten van Raiders of the Lost Ark (1981), de mysterieuze, haast existentialistische sfeer van meet af aan in Close Encounters of the Third Kind (1977) en ga zo maar door. Ze zijn er allemaal deze zomer in EYE: op het programma staan twintig films uit Spielbergs oeuvre. Plus: een selectie van twaalf films waarin de invloed van Spielberg als producent zichtbaar wordt, bijvoorbeeld een Back to the Future-avond (1985-1990) en J.J. Abrams’ prachtige hulde aan de spielbergiaanse touch, Super 8 (2001).

Het is een retrospectief om je op te verheugen, maar het meest kijk ik uit naar de vroege Spielbergs Duel (1971) en The Sugarland Express (1974), en naar de vreemde, serieuze sciencefictionfilms Artificial Intelligence (2001) en Minority Report (2002). In de eerste twee films zijn de obsessies al duidelijk die Spielberg consequent in ál zijn films uitwerkt: de gezinscrisis, respectievelijk een man met huwelijksproblemen en een identiteitscrisis, en een jonge vrouw en haar echtgenoot die hun kind, dat uit huis geplaatst is, kidnappen en vervolgens moeten vluchten voor de politie. AI en Minority Report zijn hard science fiction, verhalen gesitueerd in een verre toekomst, maar die kwesties aanspreken die in de huidige tijd actueel zijn: kunstmatige intelligentie (AI) en het vraagstuk van het preventief fouilleren.

Ten slotte, pas bekend geworden is dat EYE een 70mm-kopie van Empire of the Sun (1987) zal vertonen. De film kreeg bij zijn release een tamelijk lauwe ontvangst van critici. Inmiddels is de waardering voor Spielbergs verfilming van de roman van J.G. Ballard over een jongen die tijdens de oorlog gevangen zit in een Japans kamp aanzienlijk gestegen.

Steven Spielberg, meesterverteller_. Van 8 juli tot 31 augustus in EYE; op de openingsavond draait_ E.T. The Extra-Terrestrial_, voorafgegaan door een lezing van de Nederlandse scenarist en regisseur Menno Meyjes. Meyjes ontving een Oscar- en BAFTA-nominatie voor het scenario van Spielbergs_ The Color Purple_, schreef met Tom Stoppard het scenario van_ Empire of the Sun en samen met George Lucas het scenario voor Indiana Jones and the Last Crusade.

Gawie Keyser