Tips van onze kunstcritici: De Monitor, met Pfeijffer mee via Genua en Mikio Naruse in EYE

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week: Live-debatten tussen burgers en bestuurders, met Ilja Leonard Pfeijffer mee via Genua en Mikio Naruse in EYE.

Televisie - Walter van der Kooi

Via Genua

Met Pfeijffer mee

Medium schermafbeelding 2017 01 19 om 10.38.54
Via Genua © VPRO

Nooit geweest, nooit een documentaire over gezien – en toch denk ik Genua goed te kennen. Met dank aan Ilja Leonard Pfeijffers La Superba. En hoewel het documentaire drieluik over de stad, dat de VPRO met hem maakte, zich in de eerste aflevering hoofdzakelijk afspeelt in de Via di Prè, een lange, smalle straat in het historisch centrum, blijkt dat aardig te kloppen – met complimenten aan de auteur. Pfeijffer is alleen al door zijn uiterlijke verschijning een atypische presentator. Reus in pak, met kapsel als Frank Lammers in de rol van Michiel de Ruyter. Hij moet een bekende in het straatbeeld zijn. Een van God gegeven interviewer is hij niet, maar contact maken doet hij wel.

Hij doet dat in de openingsaflevering (Aankomst geheten – de rest zag ik niet) vooral met mede-immigranten, want migratie, op die Italiaanse locatie, is het thema van de serie. Dat gaat uiteraard verder en dieper met de eenarmige Marokkaan die zich in jaren keihard werken een legaal bestaan heeft bevochten als winkelier in tweedehands spullen, dan met de bootvluchtelingen uit Gambia, die een paar dagen eerder in een hotel zijn ondergebracht. En die het hebben gered ondanks het feit dat hun bootje zwaar begon te lekken. Pfeijffer rekent voor dat een week aan boord van een van de vele cruiseschepen die Genua aandoen ongeveer vijfhonderd euro kost, terwijl Afrikanen tweeduizend betalen voor een geheel onverzorgde gruweltocht. Zijn hart ligt bij hen en hij verdedigt hen tegenover de 84-jarige straatverkoper die zelf een leven geleden uit Napels kwam voor een beter bestaan en dus begrijpt waarom mensen migreren, maar die woedend is over het feit dat ‘zij’ minder vaak gecontroleerd worden door de politie, overal de boel bevuilen en bijna allemaal drugs dealen.

Pfeijffer sputtert tegen en verklaart (‘ze krijgen geen werkvergunning’), maar geeft tegenover ons toch ook toe dat hij zich door die groep niet altijd veilig voelde op straat. En hij laat een Senegalese hulpverlener uitleggen dat de koppeling van arbeidscontract aan verblijfsvergunning ervoor zorgt dat bar veel Afrikanen in de onderwereld belanden. Zijn Marokkaanse vriend houdt een vernietigend betoog over aan den lijve ondervonden sociaal onrecht en onverschilligheid in zijn land van herkomst – die is in Genua stukken beter af, al heeft hij vrouw en kinderen al anderhalf jaar niet gezien (je gaat van die man houden).

En ten slotte schat Pfeijffer in dat Italianen aardiger zijn dan Nederlanders in migratiekwesties en er pragmatischer en minder hysterisch mee omgaan. Curieus en boeiend vond ik dat eerste deel. We zien ook nog een bij de armen betrokken inheemse priester. En als tegenwicht (?) een fraaie processie ter gelegenheid van een eucharistisch bisschoppenoverleg in het kader van een congres over barmhartigheid. Waarvoor het onderkomen van bootvluchtelingen helaas ontruimd moest worden…

Hans Pool (regie), Ilja Leonard Pfeijffer, Via Genua, drie delen, VPRO, zondagen vanaf 22 januari, NPO2, 20.25 uur

De Monitor

Debat

Over migratie gesproken: onze verkiezingen, dat gaat wat worden. Lijsttrekkersdebatten, het zal wel (belangrijkste vraag is of de PvdA überhaupt mee mag doen bij RTL omdat dat alleen voor de vier grootsten in de peilingen is weggelegd). Interessanter lijkt me een project van KRO-NCRV. Die brengen vier maal een groot live-debat tussen burgers, bestuurders en beleidsmakers onder leiding van Liesbeth Staats en Teun van de Keuken. Thema’s als wonen, zorg en werken. Problemen worden niet aangekaart bij landelijke politieke leiders maar bij gemeentelijke instanties en lokale politici die direct met de uitvoering te maken hebben. Dat kijkers direct via sociale media kunnen participeren zal een grote stap voor de mensheid zijn maar benauwt mij als digibeet behoorlijk, gezien de rioollucht die daaraan vaak verbonden lijkt. Maar dat is reactionair en flauw en ze zullen vast een goede zuiveringsinstallatie bouwen.

De Monitor, vier live-debatten, maandagen vanaf 30 januari, NPO2, 21.00 uur

Film - Gawie Keyser

Mikio Naruse

Meester

Small yearning poster
De film Yearning is ook bekend onder de Japanse titel Midareru. © 1964 Toho Co., Ltd.

Soms is alleen al de titel van een Mikio Naruse (1905-1969) onweerstaanbaar: Mr and Mrs Swordsplay (1930) of Wife, Be Like a Rose (1935) of When a Woman Ascends the Stairs (1960) of The Stranger within a Woman (1966). Of mijn persoonlijke favoriet wat betreft vreemde titels: Flunky, Work Hard! (1930) die ik helaas nooit heb gezien.
Lang waren de films van Naruse niet of slechts met moeite verkrijgbaar, laat staan nog te zien in een bioscoopzaal. Toen de Amerikaanse dvd-distributeur Criterion een paar jaar geleden een selectie uit zijn werk uitbracht, ging er een wereld open. Hier was een Japanse meester die we even hard konden bewonderen als Yasujiro Ozu, Akira Kurosawa en Kenji Mizoguchi.
In het licht van de relatieve onbekendheid van Naruse bij westerse kijkers is het retrospectief van zijn werk in EYE een gebeurtenis van formaat – deze maand vertoont het filmmuseum niet minder dan veertien van Naruse’s films.

Mikio Naruse groeide op in armoede. Als jongen van vijftien belandde hij min of meer per ongeluk bij de befaamde Shochiku-studio waar hij als rekwisietenman aan de slag kon. Veel kansen kreeg hij niet, maar begin jaren dertig mocht hij dan toch zelf films maken. Aanvankelijk draaide hij slapstick en melodrama – vandaar dus Flunky, Work Hard! – maar in de jaren vijftig ontpopte hij zich als een maker van serieuze, sociaal-realistische films over het lot van gewone Japanners in een snel veranderende wereld. Ook sloeg Naruse een richting in die uiteindelijk zijn kunstenaarschap bepaalde, en dat was het verbeelden van de plaats van de vrouw in de Japanse samenleving.

Zijn muze was de actrice Hideko Takamine (1924-2010) die in meer dan vijftien van zijn films speelde, ook in Yearning (1964). Het is een late Naruse die in veel opzichten anders is dan films als Floating (1955) waarin ernst en somberheid – het onderwerp is onderdrukte, buitenechtelijke liefde – overheersen.

De toon in Yearning is lichter, wat ook blijkt uit de prachtige, zwart-wit widescreenfotografie. Hideko Takamine speelt de rol van Reiko, een aantrekkelijke weduwe van middelbare leeftijd die al jaren in het winkeltje van haar schoonfamilie werkt. Koji, de broer van haar overleden man, is heimelijk verliefd op haar. Net als in Ozu’s klassieker Tokyo Story overheerst de tragiek van een verspild leven in Yearning. En de vraag of vernieuwing mogelijk is voor iemand zoals Reiko, die haar leven lang in het verleden heeft geleefd.

Mikio Naruse: Onbekende meester van de Japanse cinema, tot 29 januari in EYE in Amsterdam