Tips van onze kunstcritici: Een noodkreet uit de fles, kaaskop of mocro en meer

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week een nieuw theaterseizoen, moedige televisie en Deense gruwelijkheden.

Gezicht vol pijn

De derde film in een reeks gebaseerd op de Deense misdaadromans van Jussi Adler-Olsen is een schot in de roos. De noodkreet in de fles gaat over een seriemoordenaar die als kind het slachtoffer werd van een sadistische, religieus-fundamentalistische moeder. Als volwassen man kidnapt hij kinderen die hetzelfde lot als hij ondergaan, niet om hen te verlossen, maar om hen te martelen. Wat hem drijft is complex, en in de film wordt de sluier nauwelijks opgelicht over de precieze oorzaken van zijn waanzin. Juist hierin zit de aantrekkingskracht van deze film.

Desillusie over de chaos in de wereld om hem heen en de wetenschap dat er géén organiserend principe in het menselijk bestaan is (al helemaal geen gestoorde godsdienst) leiden ertoe dat detective Carl Morck (Nikolaj Lie Kaas) constant een gezichtsuitdrukking van boosheid, verdriet en onbegrip heeft. Contrapunt is zijn partner Assad (Fares Fares), een moslim die meer met de wereld geassimileerd is dan alle andere personages in het verhaal. Anders dan Morck leeft Assad met het idee dat hoop altijd bestaat, net als hun assistente Rose (Johanne Louise Schmidt), een jonge vrouw die niets anders doet dan borrelen van werklust en nieuwsgierigheid. En dan is de vraag of dit optimisme gerechtvaardigd is gezien de vreselijke zaken waarmee zij en Morck, Assad en Rose te maken krijgen. Ze werken bij Afdeling Q van de Deense politie, waar men onopgeloste misdaden onderzoekt, de cold cases, terminologie die overigens inmiddels ook bij ons taalkundig gemeengoed is geworden.

Net als in de eerste twee films, De fazantenmoordenaars en De vrouw in de kooi, werkt het idee van tijdsverloop heel goed in De noodkreet in de fles. Verhalen die door elkaar heen lopen vormen een complex geheel: trauma’s worden onderdrukt, het verleden is nooit helemaal voorbij. En: de banaliteit van het dagelijks leven en de ogenschijnlijk beschaafde maatschappij maskeren onuitsprekelijke gruwelijkheden.

Het sterkste punt van de nieuwe film, geregisseerd door Hans Petter Moland, is de wijze waarop het verhaal focust op het privé-leven van dader en slachtoffer. De noodkreet in de fles is een police procedural, maar dan een specifiek Europese variant ervan. De film gaat niet in op politiek-maatschappelijke verbanden, zoals in het geval van het briljante The Night Of, thans te zien op HBO. Sterker is de invloed van de klassieke Duitse krimi, vooral Tatort (ik denk in eerste instantie aan de geweldige district Essen-aflevering uit de jaren zeventig, met commissaris Haferkamp als onderzoeksbeambte). In zowel Tatort als De noodkreet begint het verhaal met grepen uit het leven van de betrokkenen bij de misdaad. Hun psychologie staat centraal, en niet het leven van de hoofdrolspelers (de detectives). De impact van deze verteltruc is duidelijk: met politieagenten kunnen we ons moeilijk vereenzelvigen. Maar met gewone, falende mensen is de identificatie onmiddellijk en onvermijdelijk en vooral schokkend.

De slachtoffers in De noodkreet zijn een broer en zus van een jaar of tien die worden gekidnapt. De dader is een aantrekkelijke man van rond de dertig die zich voordoet als prediker van een Jehova-kerk waarvan de ouders van de kinderen lid zijn. Terwijl Morck en Assad en Rose een soortgelijke zaak van jaren geleden onderzoeken wordt beetje bij beetje – maar nooit helemaal – duidelijk wat de dader drijft. Zoals gebruikelijk convergeren de verhaallijnen van dader en slachtoffer en die van de onderzoekers geleidelijk, totdat de gewelddadige ontknoping volgt. En die is behoorlijk hard, aanzienlijk meer The Silence of the Lambs dan Tatort of Law & Order. Maar dat is winst: iets wordt opgelost, maar de sfeer van melancholie vermengd met schaamte blijft hangen: hoe zoiets mogelijk is, hoe een mens in staat kan zijn tot zulke daden, en hoe we er niets aan kunnen doen. Wie De noodkreet in de fles ziet loopt nog dagen rond zoals detective Morck: kromme schouders, blik op oneindig, een gezicht vol pijn.

Te zien vanaf 25 augustus

Gawie Keyser


Een lange weg te gaan

Hij is een Bekend Nederlandertje, want presentator van Puberruil en Willem Wever, en, als kroon daarop, voormalig deelnemer aan Wie is de mol. Toch kende ik Ajouad El Miloudi niet, wat betekent dat ik Puberruil (vaak geweldig) te lang niet zag. Nu komt hij zowaar met een eigen, volwassen serie: Ajouad: kaaskop of mocro? Tien jaar lang vermeed hij die vraag omdat hij presentator wilde zijn en niet een Marokkaanse presentator. Dus zei hij ‘nee’ op talloze verzoeken deel te nemen aan tv-debatten over Marokkaanse identiteit. Nu, 29, is hij om. Aflevering één gaat over gevoelens, liefde en relaties. Dat alleen al lijkt de vraag uit de titel te beantwoorden: ‘kaaskop’ natuurlijk, want een echte ‘mocro’ doet niet mee aan die Hollandse gewoonte om zielenroerselen en intimiteiten met gans een volk te delen. Die doet dat vaak zelfs niet met partner, ouders of kinderen (als ik generaliseer doe ik dat in commissie). Het sterke van Ajouad, (en van Ajouad) is dat hij weliswaar gesprekken met Marokkaanse Nederlanders aangaat over taboe-onderwerpen, maar dat zij daar vaak minder moeite mee blijken te hebben dan hijzelf. Hij had dat kunnen zien aankomen, gezien de aangekaarte onderwerpen en de gesprekspartners die hij of zijn redactie hebben gezocht, maar zijn verwarring en verbazing over wie en wat hij is (en wie en wat zij zijn) lijkt oprecht.

Medium kaaskop 20mocro

Het begint meteen in een gesprek met twee vrienden, veertigers, in de kapperszaak van een van hen. Die mannen zijn met een Hollandse vrouw. Adil kende blonde vrouwen alleen van de Marokkaanse televisie en waande zich, eenmaal hier, ‘als een kind in een snoepwinkel’. Daar gedroeg hij zich waarschijnlijk naar, maar toen hij Barbara leerde kennen, trotseerde hij zijn moeder, deelde haar mee dat dit zijn grote liefde was en dat er geen Marokkaanse bruiloft in zat: ‘gaat echt niet gebeuren’. ‘Zo stellig?’ vraagt Ajouad bedremmeld, die aan moeder, familie en gemeenschap denkt. Ja, zeg Adil, want met een Marokkaans huwelijk had hij de droom van zijn moeder geleefd, niet die van hemzelf. Kapper Hassan stemt in. Die trotseerde vader en ging gewoon hokken. ‘Maar hoe zit dat met jou?’ vraagt Adil aan Ajouad. Die zwijgt lang. Dan: ‘Ik heb echt het gevoel dat ik op Marokkaanse vrouwen val, vanwege uiterlijk, manier van omgang, humor.’ Adil: ‘Sluit je dan niet gewoon een deel van de bevolking uit?’ Hassan: ‘Maar zo werkt liefde toch niet?’ Dan geeft Ajouad aarzelend toe dat het er ook om gaat dat ‘onze ouders zoveel voor ons gedaan hebben en dat we ze dus gelukkig moeten maken’. Reactie van de mannen: ‘Dan zijn we in dertig jaar geen stap verder gekomen. Je moet het omdraaien: je vader moet gaan zien dat jij gelukkig moet worden.’ Kaaskoppen tegen een mocro.

Het gesprek dat Ajouad daarna met zijn vader aangaat (op zichzelf al een daad van moed) is verrassend en ontroerend en op zichzelf al de moeite van het kijken waard. Het meest in het nauw komt Ajouad in een gesprek met de initiatiefnemers van de Marokkanenboot op de Gay Pride. Nassiri Bellaraj vertelt hou hij 25 jaar worstelde en in eenzaamheid leefde voor zijn coming-out. Nu is hij sterker geworden maar zelfs zijn moeder wil niets meer van hem weten. Ook hij confronteert: ‘Hoe zou jij reageren als je kind…?’ Weer zwijgt Ajouad en worstelt hij zichtbaar. Dan kiest hij toch voor zijn kind, ‘maar het zal niet makkelijk zijn’ (vanwege geloof en familie). Nassiri is verdrietig en gekwetst (‘het is 2016, je bent geboren en getogen in Amsterdam – we hebben nog een lange weg te gaan’) en tegelijk respectvol over Ajouads eerlijkheid. Die door het gesprek voor het eerst het lijden van Marokkaanse homo’s lijkt te begrijpen. Ach, er zal best wat op aan te merken zijn, maar ik zag moedige televisie. Want Ajouad is natuurlijk voor zijn gespreksgenoten en veel kijkers te ‘mocro’ maar voor menige Marokkaan te ‘kaaskop’. En dat is dan nog vriendelijk uitgedrukt.

Ajouad: kaaskop of mocro?, KRO-NCRV, vier delen vanaf donderdag 1 september, NPO3, 21.00 uur

Walter van der Kooi

Beeld: KRO-NCRV (Stijn Ghijsen)


Faits divers

Waar ik zoal naar uit kijk? Allereerst naar een paar eigenaardigheden. Naar het politieke (dus: publieke) debat over het voortbestaan van Toneelgroep De Appel in Scheveningen/Den Haag bijvoorbeeld. Onze langst (over)levende theatertroep moet namelijk weg. Twee toneelensembles in één randstedelijke metropool, dat gaat niet (meer), zo heet het. Waarom? Vanwaar dat plotselinge achterwaarts schrijdende inzicht? Den Haag heeft De Appel indertijd gered toen ’s rijks rekenmeesters der kunsten verstek lieten gaan. Hoezo daar nu een punt achter gezet? Heeft het gedoe rond een cultureel prestige-object aan het Haagse Spui en de peperdure noodoplossingen die werden verzonnen toen ze daar niet uitkwamen (Henk Scholten, onthou die naam!) er iets mee te maken? Vooral het tijdstip van de roofoverval der de Haagse politieke brekebenen is pikant. Er zit bij De Appel net een paar jaar een nieuwe leiding (Arie de Mol/Fred van der Schilde). Hoezo die nu reeds afschieten? Hebben ze het niet goed gedaan? Wat dan niet? En trouwens: nou en!? Hoezo moeten ze dan nu weg, en met hen het hele ensemble? Als de Amsterdamse stadsbestuurders in 2004 met Ivo van Hove hetzelfde hadden gedaan (Ivo bakte er bij Toneelgroep Amsterdam in zijn eerste vier jaar volgens velen namelijk helemaal niets van), dan waren we in Groot Mokum onze hooggeëerde prijsstier en zijn fraaie tableau de la troupe wel mooi misgelopen. Let wat Toneelgroep De Appel betreft in de komende weken/maanden vooral op namen en rugnummers. Worden hier enkele onbetaalde rekeningen in het kunstzinnig milieu vereffend? Let ook op de bewegingen van de politiek en de vastgoedmaffia in Den Haag/Scheveningen. Voor je het in de gaten hebt is dat prachtige Appel-theater (een eindeloos verbouwde tramremise aan de Scheveningse Duinweg) zomaar gesloopt en afgebroken. En staat er een luxe appartementencomplex. Dat schijnt namelijk het geheime plan te zijn.

Waar ik op het toneel naar uit kijk? Een echte Hollandse toneelklassieker wordt, twintig jaar na de wereldpremière, door een jongere generatie theatermakers opnieuw uitgebracht, in een fonkelnieuwe enscenering. Koos Terpstra’s triptiek Troje-trilogie, zich afspelend in de nadagen van een slopende oorlog, is een feilloos goed verhaal over de machteloze spelletjes die worden gespeeld wanneer machtshonger en nietsontziende liefde een verbond aangaan dat met bebloede messen wordt ondertekend. Het verhaal wordt achterstevoren verteld, we zien consequenties en handelingen waarvan de bron voor ons toneelkijkers nog moet worden onthuld. Keelsnoerend en hersenknersend toneel (ik mag deze twee Martin van Amerongen-woorden van de eindredactie één keer per seizoen gebruiken, bij deze) over halsafsnijders, kindermoordenaars en kordate (hoewel ernstig rouwende) vrouwen. Waar? Toneelschuur Haarlem vanzelfsprekend, waar anders? Sterke cast, onder wie Oda Spelbos, die twintig jaar geleden Andromache speelde, nu haar moeder Hecuba. Regie: Paul Knieriem.

En dan… tatatata!!! Eric de Vroedt gaat definitief landen in Den Haag – hij wordt de nieuwe artistieke chef van het Nationale Toneel. In november komt van zijn hand een nieuw stuk van David Mamet, Race, over twee gehaaide strafrechtadvocaten die een topman uit het internationale zakenleven verdedigen, die ervan wordt verdacht een zwart kamermeisje te hebben aangerand. Ruiken wij hier de zweetlucht van de voormalige beroemdheid & verdachte Dominique S.-K.? Zou zomaar kunnen. Race wordt hoe dan ook een visuele comedy show met dubbelzinnige liedjes over (wij citeren het persbericht) ‘de vernietigende gevolgen van (positieve) discriminatie’. Met Hein van der Heijden, Werner Kolf, Mark Rietman en Romana Vrede. Als amuse over dit onderwerp kunt u eerder dit najaar terecht bij de door Theater Bellevue geproduceerde en behoorlijk briljante monoloog Voor mijn kinderen, geschreven door (daar is-ie weer!) Koos Terpstra, regie: Floris van Delft, gespeeld door het jonge en heerlijke speeldier Yannick Jozefzoon. Hij start op thuisbasis Bellevue, en reist met dit sterke verhaal vervolgens door het land.

Medium 1001004006304260

Eric de Vroedt, want over hem hadden we het, is in Nederland & omstreken wereldberoemd geworden met zijn tiendelige toneelreeks Mighty Society (2004-2010). In 2017 komt hij met een nieuwe feuilleton, The Nation, over de op hol geslagen maatschappij (nooit meer samenleving zeggen), met de Haagse Schilderswijk als focus en brandhaard. De delen 1 t/m 3 verschijnen komend voorjaar, de delen 4 t/m 6 komen najaar 2017. Tot slot: in de Duitse stad Bochum heeft De Vroedt vorig seizoen Judith Herzbergs familiekroniek Leedvermaak (openingsdeel van een trilogie) geregisseerd onder de in Duitsland gangbare titel Lea’s Hochzeit. Die voorstelling zal in april 2017 enkele avonden te zien zijn in de Koninklijke Schouwburg.

De laatste eigenaardigheid is eigenlijk een verzoek aan de pr-afdeling van Toneelgroep Amsterdam. Zou men de prijzen die artistiek directeur Ivo van Hove internationaal ten deel vallen, voortaan per kwartaal aan den volke bekend willen maken? Wellicht kan men aan de buitenkant van de Stadsschouwburg daartoe een speciale, lichtgevende prijzenvitrine inrichten, vanzelfsprekend ontworpen door Jan Versweyveld. En mogelijk kan men daar ook een knipperlichtje in bevestigen – Ivo van Hove – IN/OUT. In voor als hij er is, zodat we een bloemetje langs kunnen brengen of een kaartje in de bus kunnen doen. Out voor als hij weer in een of ander buitenland iets belangwekkends en ongetwijfeld prijswinnends maakt.

Medium ivovanhove675

Dank voor de te nemen moeite.

Loek Zonneveld

Beeld (2): Ivo van Hove (Michiel Hendryckx)