Tips van onze kunstcritici: La Musica 2

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week: La Musica 2, een rillerig toneel over afscheid.

Medium roel van berckelaer 1867
La Musica 2 © Roel van Berckelaer

Het is zo’n moment waarop de dialoog eventjes vastloopt, een stilte na een schril muzikaal akkoord. Ariane Schluter loopt vrij neutraal langs de houten wand, van ons uit gezien links, ze raakt wat uitsteeksels in die wand vluchtig aan en slentert dan langs ons, op rij één, draait zich om en kijkt de toneelruimte in. Het is een subliem moment waarop de Zij in de dialoog laat zien dat ze hier op een raadselachtige wijze ‘thuis’ is. Ze beheerst de ruimte. Hij niet. Peter Blok speelt die Hij, en hij doet dat als een gekooid dier, dat een nog groter onheil aan voelt komen, waartegen hij, hoewel ‘beschermd’ door die kooi, niet opgewassen is. Ze zijn hier bij elkaar om aan een lange verhouding een eind te maken. De scheidingsdocumenten zijn getekend, het huis waar ze allebei nooit thuis zijn geweest is ontmanteld, de boedel opgeslagen.

Ze zijn terug in het hotel waar het allemaal begon. Een kale vlakte, met een kroonluchter boven hen (en ons), als aanduiding. Een drankjesautomaat, die het voor hem niet doet en voor haar op den duur wel. Rechts achter op die vlakte staat een grote doos, een gecapitonneerde kamer, waar een muziekkwartet quasi aan het ‘oefenen’ is, het Rosa-ensemble. Ze maken muziek. Dat de sublieme tonen (Wilbert Bulsink) door de dialoog heen dwarrelen is ‘toeval’. Het georganiseerde toeval dat kenmerkend is voor het toneel dat Thibaud Delpeut maakt. Hij regisseerde deze ontmoeting. In de vertaling die Tom Blokdijk ooit maakte voor Betty Schuurman en Jeroen Willems in de regie van Johan Simons. Ook dat is een troostrijk ding dat aan dit stuk hangt – dat we met ons allen ouder worden.

La Musica 2 heet het stuk, dat in 1984 groeide uit een tekst die nooit La Musica 1 heette, en die werd geschreven omdat de schrijfster niet klaar was met die twee toneelfiguren. De tekst gaat over de onbeheersbaarheid van angst. Over de architectuur van de angst misschien ook wel. Ruimtes, plekken die afdrukken van angst op de ziel achterlaten. Perrons in grote treinstations bijvoorbeeld, of een huis dat maar niet wennen wil, grote bars waar je elkaar toevallig, voor de ogen van de ander ongezien, betrapt, beregende straten waar je wacht op niks, een auto. En deze hotellobby. Zij is de angst bijna voorbij, misschien. Hij zit er nog middenin. Misschien is hij nooit uit het oog van die orkaan weg geweest. Je merkt dat bijvoorbeeld als hij vertelt over dat hij haar soms volgde, achtervolgde eigenlijk. Ontdekte dat ze in haar eentje naar de bioscoop ging. En daar nooit iets over vertelde. Dat er een leven van haar bestond zonder hem. Iets wat voor hem onverdraaglijk was en zijn keel dichtsnoerde.

Ariane Schluter en Peter Blok dwalen door de tekst van Marguerite Duras als door een mistig landschap dat ze zich proberen te herinneren. Alles wat ze doen is enorm in het nu. Zijn pijn is van een vulkanische kracht. De hare is die van een zojuist gedoofd oervuur. Zij kan al terugkijken, rillend van de napijn weliswaar, maar ze kan dat. Hij nog niet, hij staart vaak als een konijn in het stroperslicht.

Ze geven allebei het allermooiste van hun weergaloze toneelspelerskunst. En mede omdat de muziek vanuit die doos (scenografie: Roel van Berckelaer) hen de tonen en het ritme aanreikt, waait al het anekdotische van dit afscheid weg tot de kale essentie van feuilles mortes, de naakte kern van de verschrikking die van het leven overblijft als je afscheid moet nemen. Als je dat niet meer níet kunt doen. Het is een bijzonder rillerig toneel dat hier wordt gemaakt. Maar die hoge kunst is hier wel voor uitgevonden.


La Musica 2, t/m aanstaande zaterdag in Theater Frascati te Amsterdam, nog t/m 22 januari te zien, onder meer in Zaandam, Alkmaar, Haarlem en Amstelveen; theaterutrecht.nl