Tips van onze kunstcritici: muzikanten over Trump en Sanders, Midnight Special en Vrije Geluiden voor Wim Brands

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod.

Medium midnight special 7 klein

MUZIEK – Leon Verdonschot

Trump en transgenders

Politiek is terug in de Amerikaanse popmuziek. Dat komt door de verkiezingen, en vooral door twee kandidaten: Trump en Sanders. Die tweede brengt bij veel popmuzikanten opvallend enthousiasme teweeg, die eerste enorme afkeer.

Rapper Killer Mike heeft een hele series interviews op YouTube gezet, waarin hij Sanders zijn programmapunten laat toelichten. Soms introduceert hij hem ook bij rally’s, en het is Killer Mike wel toevertrouwd om dat met gevoel voor theater te doen:

De eerste anti-Trump-nummers zijn er inmiddels ook al, vooral uit (uiteraard) de hoek van hiphop en punk. Zoals deze:

Er is nog een onderwerp dat tot een massale vorm van engagement leidt: de beruchte HB2-wetgeving in North Carolina, die onder meer transgenders verplicht gebruik te maken van de toiletten voor het geslacht dat in hun paspoort staat.

Sinds Bruce Springsteen afgelopen week zijn concert in North Carolina annuleerde als protest tegen die wetgeving en navolging kreeg van onder anderen Bryan Adams en Ringo Starr, wordt het debat over die wet ook ver buiten de grenzen van North Carolina (en zelfs de Verenigde Staten) gevoerd. Uiteraard was niet iedereen het met Springsteens beslissing eens: net als bij ooit de culturele en economische boycot van Zuid-Afrika wordt de vraag gesteld of een boycot de meest effectieve methode is. En er waren natuurlijk de teleurgestelde fans, waarvan sommigen het opeens minder aantrekkelijk bleken te vinden dat hun favoriete artiesten geëngageerd zijn als ze dat een show kost. Springsteen hield het bij een statement op zijn site, met de zin ‘Some things are more important than a rock show.’

Zijn gitarist Little Steven, in de jaren tachtig de man achter de boycot van Zuid-Afrika door popartiesten, gaf wel nog een kort interview over de beslissing, waarin hij de wet een ‘evil virus’ noemde, waarvan het grote gevaar is dat het navolging krijgt:

De meest uitzinnige tegenreactie kwam, zoals verwacht, uit de extreem-religieuze hoek.

Interessant is wat er nu gebeurt: gaan alle artiesten mee in een boycot? En de artiesten die dat niet doen: gaan die hun optreden aangrijpen voor een protest tegen de wet? Woendag 20 april speelt Pearl Jam eveneens in North Carolina. De show lijkt door te gaan, maar het is ondenkbaar dat Eddie Vedder geen woorden vuil maakt aan de HB2-wetgeving.

Laura Jane Grace, de meest prominente transgender uit de rockmuziek, draait het om: ze speelt uit protest op 15 mei juist wél in North Carolina, schenkt alle opbrengsten van haar show aan Time Out Youth, een LBGT-zelforganisatie. Uiteraard zal die avond het ultieme strijdnummer voor seksuele zelfbevrijding klinken, van Grace’s band Against Me!: True Trans Soul Rebel. Hier de meest vrolijke versie van dat nummer ooit:

TELEVISIE – Walter van der Kooi

Vrije geluiden en Boeken

Ook voor de tv-kijker is de zelfgekozen dood van Wim Brands grote schok en verlies. Zondag eert zijn omroep hem twee maal. In het muziekprogramma Vrije geluiden, dat aan VPRO Boeken voorafgaat, ‘verklanken’ klarinettist Michael Moore en sopraan Claron McFadden een van Brands’ gedichten. In Boeken zelf daarna herhaling van het gesprek dat Brands in de reeks Boeken op reis had met de Israëlische schrijver David Grossman. Aanleiding was Grossmans boek Uit de tijd vallen, over het verdriet van ouders die een kind verloren. Brands was trots op dat gesprek. Bitter, bitter.

Medium wim brands 1

Vrije geluiden en Boeken, VPRO, zondag 17 april, resp. 10.30 uur en 11.20 uur.

De aanklagers

Al gestart maar de moeite van uitgesteld kijken en inhaken waard: het vierdelige De aanklagers van Coen Verbraak en Daniëlle van Lieshout. Een studie naar werk, taakopvatting en dilemma’s van officieren van justitie en dus het Openbaar Ministerie. Er zijn er achthonderd, verdeeld over elf rechtbanken en elk belast met specifieke taken (drugs, moord, mensenhandel, jihad, roof en andere ongerechtigheid). Een tiental komt aan het woord. De formule wijkt af van Verbraaks fameuze reeks Kijken in de ziel, in die zin dat dat ‘kijken’ aan een tafeltje gebeurde, tegenover elkaar gezeten. Per thema werden gespreksfragmenten dooreen gemonteerd wat een boeiende collage opleverde. Deze keer gaat Verbraak ook mee naar plaats delict, overleg ten kantore, cel et cetera en wordt actie afgewisseld met interview en reflecterend gesprek, waarbij de ziel uiteraard toch wordt geschouwd. Het begint heftig: officier van justitie Justin Louman arriveert bij een liquidatie in Amsterdam. Hij gaat de provisorische tent in die rond het slachtoffer is opgezet. De camera gaat niet mee, het geluid van Louman wel en dat is voldoende om ons gelukkig te prijzen dat wij een ander beroep kozen. De daders hebben hun werk kennelijk vol overtuiging en afdoende gedaan: ‘Man, man, man, godsamme, echt helemaal kapot.’ Technisch professioneel, want weinig missers, maar, blijkt later, ook gruwelijk knullig want steeds duidelijker wordt dat ze de verkeerde hadden. Later krijgen we zelfs een gesprek tussen politie en het vermoedelijk echte doelwit te horen. Kortom, wie spanning en sensatie wil komt aan zijn trekken, maar die staan wel in dienst van praktische (niet alle officieren gaan naar de plaats delict) en principiële vragen over aard en functie van beroep en systeem. En dus komt onder veel meer de vraag aan bod namens wie de officier optreedt. De maatschappij, zeker. Maar in hoeverre ook namens slachtoffers of zelfs daders? En hoe zeker moet je zijn van de schuld van verdachte om straf te kunnen eisen? Zelfs 95 procent overtuiging is te weinig. Maar ook bij honderd procent is het systeem kwetsbaar: gerechtelijke dwaling. Het beroep brengt risico’s mee: dat van bedreiging en erger. Louman kreeg te horen dat ze hem in het vizier hadden, wat hij destijds maar niet thuis vertelde. Later wel. ‘Wat vond uw vrouw daarvan?’ zegt Verbraak. En ik antwoord vanaf de bank: ‘Wat dacht je zelf?’ Maar dat is het enige moment dat ik Coen kritiseerde. Louman vindt het nog altijd een prachtige baan. Trouwens, ik geef een mannelijke officier als voorbeeld, maar ook veel vrouwen komen aan bod (die proberen hun man niet wakker te maken als ze ’s nachts opgeroepen worden). Een Limburgs amfetaminenlaboratorium met als bijvangst een hennepplantage. Een Hongaarse arme stadswijk waaruit veel meisjes in de Amsterdamse prostitutie belanden. De overhandiging van een inverzekeringstelling in de cel van een mogelijke Syrië-strijder. Heftig allemaal.

Medium deaanklagers persbericht 2

Coen Verbraak, Daniëlle van Lieshout, De aanklagers, Vara, vier delen, maandags vanaf 11 april, NPO 2, 21.00 uur.

Carmen Cobos

Na de mooie series Bloed, zweet en snaren over het Concertgebouworkest en Bloed, zweet en aria’s over De Nederlandse Opera bracht AvroTros een reeks over Flying Dutchman Jaap van Zweden. Overwegend lofzang, maar dat maakt het Mokums lefgozertje uit de Surinamepleinbuurt dan ook waar. En weer komt er een nieuwe muziekdocumentaire bij die omroep. In 2014 was de Let Andris Nelson gastdirigent bij het KCO voor de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj. Volgens hem net zozeer sleutel- en noodlotswerk als de Vijfden van Beethoven en Mahler. Carmen Cobos filmde repetities en uitvoeringen en liet hem uitgebreid aan het woord. Dat hij dat toeliet verbaast, want ijdelheid lijkt hem totaal vreemd, zijn agenda is overvol en de vaak aanwezige camera werkt niet bepaald ontspannend voor een bescheiden man. Die camera is er zelfs wanneer hij tijdens een hazenslaapje door de harpistes bezocht wordt – op zijn kamer genood omdat hij ze niet wil lastigvallen met detailkritiek tijdens de plenaire repetitie. Een soort anti-Jaap van Z.: behoedzaam, beleefd, attent, aardig. Na afloop wil hij zijn boeket gesplitst hebben om beide dames te bedanken voor het indrukwekkend eindresultaat, maar dat lukt het Koninklijk Orkest niet. De film bevat de vaste ingrediënten, soms bijna clichés, van een muziekdocumentaire. En het verlangen naar een integrale uitvoering van de symfonie wordt sterker, wat natuurlijk alleen maar goed is.

Maar het is bovenal de man zelf die de aandacht waard blijkt. Vanwege muzikaal genie, dat je af kunt leiden uit zijn bliksemcarrière (nog geen veertig en na zijn Letse loopbaan al chef in Herford, Birmingham en Boston; engagementen onder meer in Bayreuth), en uit het opvallend respect dat hij bij het orkest in no time wint. Als christen geen bewonderaar van het communisme waarin hij tot zijn twaalfde opgroeide (al leek ook Lenin lang God), maar zonder rancune over de voor iedereen toen geldende armoe, en met heimwee naar de goede kunstopleidingen daar; en überhaupt naar het gewicht dat niet-materiële zaken hadden. Zijn scepsis over triomferend kapitalisme en de luxe waarin hij zelf leeft is opvallend. Je hoeft niet in een dictatuur te zijn opgegroeid om Sjostakovitsj te kunnen vertolken, maar zijn korte uitleg aan het orkest over diens relatie tot het stalinisme, en over de angst, ironie en het cynisme in passages van de symfonie, is indrukwekkend en hoorbaar effectief. Het liefst zou hij veel meer gedachten met het orkest delen, maar hij weet dat muzikanten een pesthekel aan pratende dirigenten hebben. Dus dan maar vooral indrukwekkend non-verbaal. Zijn Engels lijkt trouwens matig voor een chef van Angelsaksische orkesten.

Inmiddels heeft Cobos ook een film over Daniele Gatti, binnenkort nieuwe chef van het KCO, gemaakt, in september uit te zenden. Ik was bij een openbare repetitie van zijn recente Wagner-, Liszt- en Berlioz-programma. En ergerde me plaatsvervangend rot aan continu doorlullende koperblazers en geitende en elkaar fotograferende slagwerkers. Want ja, die hebben niet altijd wat te doen. Overjarige pubers. Jaap zou ze eruit geflikkerd hebben, die al te lollige ‘mensen van het KCO’. Daarom willen ze hem daar misschien ook niet. Benieuwd of Gatti dat blijft pikken.

Medium tcm17348648 large

Carmen Cobos, Nelsons No. 5, Close Up AvroTros, zondag 17 april, NPO 2, 19.15 uur.

Onder de radar: Speciale Eenheden in actie

Wie van deze materie houdt kan sinds woensdag 13 april ook terecht bij Onder de radar. Jessica Villerius kreeg toestemming om langdurig de ‘Dienst Speciale Interventie’ te volgen die wordt ingezet bij vermoeden van terreur. Een mirakel, want de veiligheid lijkt gebaat bij maximale geheimhouding (met alle gevaren die daar dan weer aan kleven). Maar opvallend is dat steeds meer voorheen voor buitenwereld en zeker camera gesloten plekken nu open gaan: de operatiekamer, de rechtszaal, de gevangenis, het advocatenkantoor, de psychiatrische inrichting, de motorclub, de tbs-kliniek, de longstay-afdeling. De behoefte naar binnen te kijken is grenzeloos, maar die om verantwoording af te leggen is dat kennelijk ook. Zozeer dat zelfs de novemberaanslagen in Parijs dit filmproject, dat uitgerekend de maandag daarop zou beginnen, niet tegenhielden. Op het feit dat in Nederland als enige land ter wereld leger en politie zeer intensief samenwerken in terreurbestrijding is men kennelijk ook trots. Waarschijnlijk terecht, gezien het andere uiterste: de gruwelijke verkokering in België. En de bedoeling zal zijn dat de burger beseft hoe groot de waakzaamheid, inzet en professionaliteit zijn. Die van ‘het land’; die van de diensten; die van de betrokken, overwegend jonge mannen.

De eerste aflevering bevat twee acties. Dat ze allebei betrekking hadden op wat ze leken maar niet bleken (dronken aso’s die namens IS dreigden; verdenking van zwaar vuurwapen dat niet aanwezig bleek), is misschien pech, maar doet aan het belang van het werk niets af. Al dacht ik bij de eerste casus al wel heel snel: deze dronken Limburgers IS? Enfin: voer voor wie van gevaar of juist van veiligheid houdt. Dat Villerius wel heel erg vaak in beeld is wordt mijns inziens niet gerechtvaardigd door het feit dat alle andere betrokkenen uit veiligheidsoverwegingen geblurd worden. Beetje te veel ‘kijk mij es’. Meer reportage dan documentaire.

Medium onder de radar speciale eenheden in actie jessica villerius  3  carousel medium 1460472633

Jessica Villerius, Onder de radar: Speciale Eenheden in actie_, KRO-NCRV, zes delen vanaf woensdag 13 april, NPO 3, 21.15 uur._

TONEEL – Loek Zonneveld

Infantania

Negen jonge spelers, de afstudeerklas van de toneelschool van Utrecht aan de HKU, zijn een tijdlang gaan logeren op de zolders van de Veenfabriek, de muziektheaterformatie van Paul Koek c.s. in het Leidse Scheltemacomplex. Zij bereidden daar de laatste voorstelling voor die ze tijdens hun opleiding zullen maken. Van wat ze zich hebben voorgenomen te doen weet ik niets. Maar dit is wat ik op 1 april, hun opening night (en verre van een grap) heb waargenomen.

De zolder is groot, er passen, naast de performers, nog net vijftig toeschouwers in. De spelers, geluidsmakers, muzikanten, performers, dansers, verkleedkistcircusnummers, stand-up comedians, zangers – want dát zijn ze allemaal – hebben ieder voor zichzelf een soort thuisbasis gemaakt, een kamertje, een tent, een verhoog, whatever. En van daaruit opereren ze in de centrale optreedruimte tussen hun plekken, een vlakke-vloer-‘podium’ van enkele vierkante meters, meer is het niet. Hun stof is bijeen vergaard materiaal, flarden tekst, een brok Pinter, een dwarrel Monty Python, interviews met mensen die korrelige en onaffe en ongepolijste antwoorden geven.

Als we naar boven lopen horen we in het trappenhuis de namen van de bronnen. Eenmaal boven blijken ze die bronnen ook voornamelijk zelf te zijn. De spelers vormen een ontwakende gemeenschap in een krakende en piepende stad. Ze komen langzaam tot leven. Misschien spelen ze lieden die zich van ver weg naar hier hebben verplaatst, om een nieuw oeroord van vrijbuiters te stichten. Dat blijkt bij goed luisteren nog hun meest traceerbare bron, het Mahagonny-_materiaal, over de vrijstaat _‘mitten im whisky’ van Weill en Brecht. Hun handtekening leveren ze aansluitend af in een vertolking van Seeräuber Jenny uit de beroemde opera die maar drie stuivers kost. U heeft dat alom gekende nummer beslist nog nooit zo gezien of gehoord als hier.

Het is een heerlijke klas, en hier heeft u hun namen: Maxime Vandommele, Tessa Friedrich, Samya Ghilane, Joep Hendrikx, Yamill Jones, Olivier van Klaarbergen, Liza Kollau, Dennie Lukkezen, Birgit Welink. Ik heb ze als klas ruim een jaar geleden zien spelen in een prachtige versie van Shakespeare’s Othello door NTJong, in de regie van Hans van der Boom. Toen: een energieke troep, fysiek sterke vertolkers met een geweldige tekstbehandeling en een krachtige dictie. Dat zijn ze nog altijd, dat hebben ze nog altijd in huis. Maar ondertussen ook: individueel gegroeid, uitgezwermd, op stage geweest. Ze hebben een eigen spelsignatuur ontwikkeld, ze zijn individueel meer persoonlijkheid geworden. En collectief hecht aan en door elkaar gegroeid, tot een tijdelijke entiteit die ze Infantania noemen. Met een knipoog naar hun kinderlijke onschuld. Maar ook naar een soort dwergstaatje van Spaanse infanten, kroonprinsen van het toneel, nieuw voetvolk, zij die zich aandienen, zij die eraan komen.

De avond dat ik erbij was speelden ze ons en hun zolder en elkaar op een plezierige manier aan flarden – de-sterren-van-de-hemel heette dat in oude recensies. Maar ijdele sterrentoneelspelers, dat zijn deze kroonprinsessen en kroonprinsen niet geworden. Drie uur zonder pauze gingen voorbij voor we het in de gaten hadden. Ongetwijfeld met grote dank aan hun hospita’s en landlords van de Veenfabriek.

Magische theateravond!

Medium hqdefault

Infantania, NIEUWE STAD. NEUE STADT., Eten.Liefde.Boksen.Zuipen.Dood. Een afstudeervoorstelling.

De voorstelling is (helaas) niet meer te zien [Red.].

FILM – Gawie Keyser

Imagine Film Festival

Steeds vaker rijzen twee vragen bij mij wanneer ik films zie of televisieseries bekijk: wat is er in hemelsnaam aan de hand, en wat gaat er nu weer gebeuren? De vragen zijn goedbeschouwd meer relevant voor literatuur – ze creëren spanning, ze zorgen ervoor dat je doorleest. In het geval van ‘beeld’ moeten ze misschien anders worden geformuleerd: wat zie ik, en wat ga ik nu weer zien?

In de slechtste films zijn de vragen niets meer dan effectbejag. Maar in de beste gevallen leggen ze de basis voor een kijkervaring die ergens over gaat, zoals in Midnight Special van Jeff Nichols, openingsfilm van het Imagine Film Festival.

Vanaf meet af aan word je in een verhaal gestort dat al een tijd aan de gang is. In eerste instantie lijkt het niet juist om iets bijzonders te gaan: televisiejournaals maken melding van een amber alert, waarbij de achtjarige Alton gekidnapt werd door zijn vader Roy (Michael Shannon) die met het kind en samen met nog een man, Lucas (Joel Edgerton), op de vlucht is geslagen. Dan wordt duidelijk dat er iets sinisters speelt. FBI-agenten vallen een boerderij van een religieuze groep binnen. Het kind blijkt belangrijk voor de sekte – al maanden baseert de leider zijn preken op willekeurige getallen die het kind opnoemt wanneer het op bepaalde momenten in vreemde talen spreekt. En het is een harde filmkijker die na een half uur niet denkt: wat is hier in hemelsnaam aan de hand, hoe gaat dit aflopen?

Regisseur Nichol heeft zich eerder met een soortgelijke vervreemdende film, Take Shelter (2011), en later met het meer toegankelijke Mud (2012), bewezen als een van de interessantste onafhankelijke Amerikaanse cineasten. Bij zowel Take Shelter, over een gewone man die aanvoelt dat de eindtijd op handen is, als Midnight Special speelt Nichols met de verwachtingen van de kijker, zodat hij als maker zo weinig mogelijk hoeft te vertellen of te laten zien. In het geval van zijn nieuwe film is de suggestie dat het bovennatuurlijke een rol speelt, misschien iets spiritueels, hoewel je blijft vermoeden dat een ‘natuurkundige’ verklaring in de stijl van Steven Spielbergs Close Encounters of the Third Kind nog altijd een mogelijkheid is.

Het prachtige is: uiteindelijk zien we álles. Maar dat roept weer een derde vraag op, de belangrijkste: wat het allemaal betekent. Misschien gaat Midnight Special over geloof in dingen die je niet kunt zien of niet kunt begrijpen. Over het stellen van vragen waarop de antwoorden niet evident zijn. Wat de titel betekent heb ik bijvoorbeeld niet kunnen achterhalen tijdens de eerste keer kijken naar Midnight Special. Een online speurtocht zal ongetwijfeld verhelderend werken, maar om de een of andere reden heb ik daar weinig behoefte aan. Het niet precies weten is veel fijner.

Medium midnight special 7 klein

Imagine Film Festival, van 14 tot 24 april in EYE Filmmuseum te Amsterdam. Het volledige programma is hier te vinden.