Tips van onze kunstcritici: Onzichtbaar Nederland, Sunny Bergman en Asghar Farhadi

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week: Onzichtbaar Nederland, Sunny Bergman en Asghar Farhadi.

TELEVISIE - Onzichtbaar Nederland

Al halverwege, maar een aanbeveling meer dan waard: Onzichtbaar Nederland (VPRO). Opvolger van het ook al zo fraaie, informatieve en technisch knappe Nederland van boven. De nieuwe serie begint in januari 1858. Jacob van Niftrik krijgt in het Zeeuwse Ellewoutsdijk bericht dat zijn moeder in Nijmegen op sterven ligt. Hij gordt zijn rugzak om, vertrekt om middernacht en bereikt lopend, per postveerpont, roeiboot, boerenwagen, trein, lopend, weer roeiboot en weer lopend na 32 uur, acht uur in de morgen, het huis van bestemming. Waar zijn moeder inmiddels is overleden. Het zat tegen, dat moet gezegd, want door extreme ijsvorming was de snellere omweg per postdiligence en smalspoor over Antwerpen onmogelijk. Het zat mee in de zin dat de veerman bij Lent ’s nachts om vier uur weliswaar niet reageerde op zijn gebel, maar dat hij een onbeheerd roeibootje vond.

Medium schermafbeelding 2016 12 08 om 15.23.42
Onzichtbaar Nederland, aflevering 1 © VPRO

Tijdens de gesproken maar met oude kaarten, foto’s, animaties en filmbeelden geïllustreerde reis ervaren we zowel 1858 als 2016 en fasen daar tussenin en realiseren ons de gigantisch veranderde infrastructuur. Waarvan het ‘toen’ grotendeels letterlijk verdwenen en dus onzichtbaar is geworden en we het ‘nu’ zien in de vorm van gigantische bouwkundige kunstwerken. Wie zegt dat hij dat allemaal zo ook wel weet heeft in het beste geval gelijk, maar weten is iets anders dan beseffen. En dat laatste is precies wat het verhaal van Jacob bereikt. Overigens zou een bericht via het gloednieuwe middel telegram er toen drie uur over hebben gedaan. En dat terwijl in de Napoleontische tijd ook bij ons het Franse systeem van de chappes, houten seintoestellen op kerktorens, had gefunctioneerd waarmee in het land van Bonaparte zelf een bericht uit Parijs in twee uur Lille bereikte, in plaats van de twee dagen die een ruiter nodig had. Dat had nog sneller gekund als niet eerst alle uitgebreide beleefdheidsfrasen van de Franse ambtenarij van chappe tot chappe geseind moesten worden, voor het eigenlijke bericht uit.

Telegraaf noemde de uitvinder zijn vondst. De torenspits van Vreeland moest ervoor afgebroken. Met Napoleon verdween het gehate systeem, dus eigenlijk een vorm van technologische achteruitgang. Maar meestal verdwijnt er veel meer door vooruitgang: telefooncel, autotelefoon en de infrastructuur daarvoor zijn onzichtbaar geworden. Geen land ter wereld is zo vaak zo intensief op de schop gegaan en dat wordt acht afleveringen lang getoond of gereconstrueerd aan de hand van de thema’s contact (zie boven), energie, stad, water, industrie, gezondheid, voedsel en veiligheid.

In aflevering 2 onder veel meer een gigantische, brandende, onblusbare kolenafvalberg die op Heerlen af schoof en een gasboortoren die door een technische fout spoorloos in de Drentse bodem verdronk. Bodem die moerasachtig vloeibaar en kolkend was geworden door ontsnapt gas. Ik ging geschiedenis studeren vanwege de mensen, hun ideeën en cultuur, waarbij materiële en technologische ontwikkeling me aanvankelijk weinig boeide. Maar wijsheid komt met de jaren, en als de geschiedenis van ‘de materie’ zo multidisciplinair, visueel en technisch knap wordt gebracht, ben ik verkocht.


Onzichtbaar Nederland, VPRO, donderdags, NPO 1, 22.15 uur


Wit is ook een kleur

Medium schermafbeelding 2016 12 08 om 15.38.53
Wit is ook een kleur © Sunny Bergman

Sunny Bergman confronteert in Wit is ook een kleur haar wereldverbeterende ouders met een pijnlijke episode: ze lazen voor uit Pipi Langkous, wier vader na schipbreuk vanzelfsprekend koning was geworden van de zwarte bewoners van Taka Tukaland. Vooral moeder bekent schuld: dat hadden we nooit mogen doen zonder corrigerend commentaar. Definitief (mis)vormend blijkt het gelukkig niet, want Sunny staat vooraan in het huidskleurdebat. Eerder in een documentaire gefocust op Zwarte Piet, deze keer in bredere zin: white prejudice. Of haar eigen strijdbaarheid en zelfbewustzijn wel mede zijn gevormd dankzij Pipi en dus Astrid Lindgren is niet vast te stellen: zo direct gaan die dingen niet. Legio vrouwen, met Pipi opgegroeid, zijn beduidend minder assertief in vrouwen- en kleurenzaken. Maar zijn ook geen racist geworden door papa Langkous. Maar dat die vader-koning alleen maar een geintje is, dat is inderdaad, voortschrijdend inzicht, niet vol te houden – zie alweer Zwarte Piet.

Sunny heeft ook een leuk en wijs zoontje. Dat een verbluffende analyse van zijn geschiedenisboek geeft. Daarin gaat het dan wel over slavernij (in onderwijs lang een niet-bestaand thema) maar de manier waarop de Surinaamse Marrons, ‘weglopers’ van de plantages en stichters van eigen vrije dorpen, als onverzoenlijk en bloeddorstig worden beschreven en afgebeeld, is inderdaad behoorlijk verbluffend. De documentaire is Bergman-achtig breed van opzet: ‘straatinterviews’ met witte mensen die bij god niet weten wat het probleem zou kunnen zijn; interviews met tal van deskundigen rond de thematiek; sociale experimenten in een kleurgemengde groep van twintig volwassenen; experimenten met jonge kinderen; gesprekken met vrienden; interviews rond het portret van Michiel de Ruyter in het Mauritshuis (zijn aandeel in slavenhandel wordt daar niet vermeld, maar volgens directeur Gordenker hangt het er in een andere context, al geeft ze toe dat het altijd breder en dieper kan); interviews rond hetzelfde portret bij een feest van het Corps Mariniers et cetera.

Een centrale conclusie: de witte mens is geneigd het eigen standpunt als neutraal en objectief te zien en acht ‘de ander’ daardoor subjectief en bevooroordeeld. Filosofisch en psychologisch gesproken lijkt het mij beter om dat ‘witte’ weg te laten. Een van de problemen waarmee de vroege Amerikaanse cultuurrelativisten Boas en Herskovits geconfronteerd werden, en waar ze eigenlijk geen oplossing voor vonden, is dat elke door antropologen onderzochte cultuur etnocentrisch bleek. ‘Alle culturen zijn gelijkwaardig’, door hen geponeerd en impliciet ook uitgangspunt in de documentaire, bleek bijna nergens ter wereld het uitgangspunt. En is ook nu en hier moeilijk vol te houden: verdedig de stelling ‘een cultuur die uitgaat van de ongelijkwaardigheid van mensen is gelijkwaardig aan een cultuur die dat niet doet’ – gaat uw gang. En juist westerse cultuurrelativisten zijn weinig consequent als ze de eigen, westerse cultuur als bron van veel, zo niet alle kwaad aanduiden. Begrijpelijk is dat trouwens wel, want het gaat gierend mis waar macht en etnocentrisme of racisme gepaard gaan. En macht, die had en heeft het witte Westen zeker. Met vaak rampzalige gevolgen. Wie niet kan of wil zien dat bij ons iets als ‘white prejudice’ bestaat (de film geeft zowel schokkende voorbeelden van het bestaan als van het ontkennen ervan), die heeft een probleem. Erger, die veroorzaakt een probleem.


Sunny Bergman, Wit is ook een kleur, VPRO, zondag 18 december, NPO 2, 21.00 uur


FILM - The Salesman

Medium schermafbeelding 2016 12 08 om 15.47.08
Salesman © Asghar Farhadi

In Asghar Farhadi’s nieuwe film The Salesman moeten een leraar letterkunde en zijn vrouw hun appartement in Teheran verlaten wanneer de constructie instabiel wordt als gevolg van bouwwerkzaamheden. Maar de scheuren in de muren hebben niet alleen praktische gevolgen; ze suggereren ook dat fictie en werkelijkheid door elkaar heen gaan lopen, met grote gevolgen voor het leven van de personages.

Aanvankelijk lijkt deze symboliek niet eens zo ingrijpend voor Emad en Rana (Shahab Hosseini en Taraneh Alidoosti). Ze hebben een gezamenlijke liefhebberij: ze spelen hoofdrollen in een amateurproductie van Arthur Millers toneelstuk Death of a salesman. De raakpunten tussen het leven van Emad en Rana en dat van handelsreiziger Willy Loman en zijn vrouw en Linda in het stuk worden duidelijk naarmate het verhaal vordert.

Farhadi, die eerder het prachtige A Separation maakte, onderzoekt wat er gebeurt wanneer verborgen waarheden door de oppervlakte van illusie heen breken. Het beginpunt is een crisis: wanneer Rana op een dag alleen is in hun nieuwe appartement wordt zij het slachtoffer van een gewelddadige aanval. Wie de dader is en wat hij precies heeft gedaan is niet meteen evident. Heeft hij haar alleen maar aangevallen of is er sprake van iets ergers, verkrachting, misschien?

Waarom Farhadi dit punt niet duidelijk maakt, blijft een raadsel. En het is de vraag of zijn vaagheid de film ten goede komt. Immers, aanranding zou impliceren dat er voor Emad en Rana veel meer op het spel staat. Aan de andere kant: het is mogelijk dat Emad precies weet wat er met zijn vrouw is gebeurd, en dat hij gevoed door gevoelens van wraak achter de dader aan gaat.

Nog een mogelijkheid is dat Farhadi aan de kaak wil stellen hoe gekunsteld een leven van zelfcensuur is. Omdat niemand echt wil praten over wat Rana is overkomen is iedereen bezig met een toneelstukje. Dit zijn eveneens thema’s die Miller met Death of a Salesman onderzoekt: het alledaagse is slechts een sluier met daarachter het echte leven.

The Salesman haalt niet het hoge niveau van A Separation maar de film is nog altijd een krachtig bewijs van de talenten van de regisseur. Farhadi trekt de kijker in het alledaagse leven van herkenbare personages (ook al wonen ze in Iran) die opeens met een ingrijpende gebeurtenis worden geconfronteerd. Zijn vertelstijl is intens, zonder opsmuk. De extra laag in deze film – het meta-spel met artificialiteit en authenticiteit – is subtiel genoeg. Uiteindelijk komen alle lijnen bij elkaar, en wel in hetzelfde gebouw waar de grenzen van het bestaan van Emad en Rana, vrij letterlijk, onhoudbaar blijken.


Te zien vanaf 8 december