Televisie: ‘In naam van het volk’

Tirannieke bevrijders

Erik Dijkstra, In naam van het volk, Bolivia. Regie Hans Hermans en Maarten Maat © Hans Hermans

Bij zomergast Nina Jurna, wonend in het Brazilië van een extreem-rechtse populist, zagen we beelden van diens tegenhanger Fidel Castro toen die guerrilla voerde vanuit de Sierra Maestra op Cuba. Een schijnbaar kansloze groep revolutionairen, nog zonder doortimmerde ideologie, maar met immense weerzin tegen de door de VS gesteunde dictatuur van Batista. Hun verbluffende overwinning resulteerde in wat Jurna noemt: ‘Bevrijder wordt tiran.’

Precies dat is een hoofdthema in de BNNVara-serie In naam van het volk, waarin Erik Dijkstra zes Zuid-Amerikaanse landen bezoekt, die, bevrijd door overwegend links-populistische leiders, in een andere dwangbuis belandden. Je moet je forceren om alles onder één noemer te brengen, want Eva Perón en Pablo Escobar hebben – behalve populariteit bij de armen en de ambitie een politieke rol te spelen – weinig meer gemeen dan dat ze dood zijn. (Dijkstra stelt dat Escobars politieke ambities nauwelijks bekend zijn, terwijl ontelbaren de briljante Netflix-serie Narcos zagen, waarin dat uitgebreid aan de orde komt.) Dood zijn ook Hugo Chávez en Fidel Castro, maar hun systemen blijven overeind, zij het dat Venezuela, mede door zijn geografie, nog veel meer leegloopt dan Cuba. Alleen Evo Morales in Bolivia en Desi Bouterse zijn levend en gekozen president (resp. sinds 2005 en 2010, al dateert Bouterse’s invloed al van 1980).

In de eerste vier afleveringen tot nu spreekt Dijkstra over de populariteit van die formele en informele leiders bij ‘het volk’. De man en vrouw op straat. Het levert fraaie staaltjes op van zowel oprechte als kennelijk afgedwongen persoonsverheerlijking. Op Cuba prevelt iedereen, als eens de rozenkrans, de zegeningen van Fidels erfenis (gratis gezondheidszorg en onderwijs). Waarbij tranen van dankbaarheid stromen (zij is historica en beheert Castro’s erfenis) of plichtmatig aan een verplichting wordt voldaan (een vrouw van het ministerie staat bij elk spontaan gesprek). Op straat wordt een autosleutelaar aangesproken, die daar weinig trek in heeft en bij wie zich meteen een buurman voegt die stiekem de tv-ploeg filmt. Een situatie die Dijkstra doet verzuchten ‘ik word er ongemakkelijk van’.

Nou, ik ook, want wat wil hij eigenlijk? Dat de man in problemen komt door toe te geven dat er armoe plus onvrijheid zijn? Een sneer over een weinig gelijkend portret van Fidel (‘dat is cultuur’) doet de grapjas zelf van schrik verstijven. In Suriname stelt Dijkstra lachend vast dat Surinamers niet graag over politiek praten. Nee, zegt de aangesprokene, want je weet nooit wie je nog nodig hebt om iets te regelen. Dat hij naar het dorp Moiwana gaat, waar Bouterse’s leger straffeloos zeker 39 vrouwen en kinderen afslachtte, dat is zeker belangrijk. Het zwijgend verdriet van een vrouw die drie dochters verloor, zegt meer dan welk gesprek ook.

De eerste aflevering over Venezolaanse vluchtelingen in Colombia vond ik het meest indrukwekkend. Het was, behalve een terugblik op Chávez, vooral ook een zeer indringende reportage over wat er nu gebeurt aan de grens en in de buurlanden. Aanbevolen voor uitgesteld kijken. Maar Dijkstra is geen Biemans, Terlou, Vermeulen.


Hans Hermans, Maarten Maat, In naam van het volk, BNNVara, sinds dinsdag 16 juli zes delen, NPO 2, 21.10 uur