Televisie

«Tja, het Journaal»

Televisie: Vijftig jaar NOS-Journaal

Op de site van Vijftig jaar NOS- Journaal kun je bepalen wie de beste presentator of correspondent was/is en welke de beste leader aller tijden. Wat dat laatste betreft: zondag in de tussenstand stond de gloednieuwe vorm geving op de vijfde plaats met een 6,6. Niet best. Al heb ik zelf een 2,2 in gedachten. Soms is het nieuwe decor even zowaar mooi, als het niet beweegt en dus de kijker niet afleidt van de gesproken tekst van de presentator. Maar bij het Journaal vinden ze natuurramp, oorlog en epidemie kennelijk van zichzelf niet dynamisch genoeg. Bang dat de kijker wegsukkelt of wegzapt verbinden ze de items via grafisch verbeelde oerknallen, atoomexplosies en bombardementen vanuit ruimteschepen, soms ondersteund door oorverdovende takkenherrie die zowel de alertheid van de razende reporter belichaamt als de continue stroom van gevaren die de moderne mens bedreigt. Afgaand op dat geluidsdecor lijkt een mens de Hollandse straat niet meer op te kunnen zonder angst voor vulkaanuitbraak, tsunami, clusterbombardement of eenvoudige liquidatie. (En dan te bedenken dat het aantal deci bellen en granaatinslagen de eerste dagen nog beduidend hoger lag.)

Hoe komt zoiets tot stand? Even heb ik een visioen van vormgevers die op een dieet van lsd en paddo’s na uren lezing in de Openbaringen van Johannes op super sonische pc’s worden los gelaten. En Laroes zag dat het goed was: zowel de voor alles bange oude vrouw die haar eigen hondje kruisigt als luchtmachtexpert Mat Herben als de gamende skater zal zich hierin herkennen – met recht de wereld van de kijker.

Enfin, het jubileum. Het was, zonder ironie, een mooie dag met oud-nieuwslezers die opnieuw aan de bak gingen om daarna geïnterviewd te worden. Het ni veau van anekdotes en analyses zo wisselend als te verwachten, maar ook een brave Eugénie Herlaar is teken van haar tijd en daarmee in dit kader interessant. Samenvatting is te vinden op Uitzending gemist van de NOS-website.

Hoogtepunt: de documentaire Het schitterende scherm van Pieter Fleury, zowel thematisch historisch overzicht als boeiende blik achter de schermen van dit Instituut omdat Fleury alles behalve His Master’s Voice is en als ware filmer meer toont dan betoogt. Een thema in de film is de worsteling van samenleving, journalis tiek en Journaal met Nederland-migratieland. Archiefbeelden te over van Janmaat tot Fortuyn. Maar het probleem speelt ook ten burele van het Journaal zelf: als rijgdraadje lopen door de documentaire de lotgevallen van Abdel. Van diens geslaagde sollicitatie naar een functie bij de «integratiedesk» (een Marokkaanse contactpersoon in brandhaarden is broodnodig), via een reeks van misverstanden en mislukkingen op het werk, tot zijn tamelijk absurde poging om nieuwslezer te worden.

Enerzijds is zijn opdracht on gelooflijk moeilijk, want pu bli citeitsschuwe moskee en salafist zitten niet opeens te wachten op het Journaal omdat dat een Arabische contactpersoon stuurt; anderzijds lijkt hij eigen falen met erg veel rookgordijnen en praatjes te om geven. Wat leidt tot irritatie en frustratie bij collegae en chefs. Als uitsmijter plaagt Sacha de Boer hem met zijn snel toenemende gewicht. Goedaardig. En hij lacht. Maar het lijkt een zoveelste kwetsing van eer. «Tja, de NOS Journaal», zegt hij hoofdschuddend. Want aan hem ligt het niet.