Tjonge

Ooit besloten om nooit meer te doe-het-zelven, legt Marcel Möring John Cheever opzij en zet de slijptol in een Ikea-tafel.

NATASCHA, die de verhuur bij de Gamma bestiert, was heel beslist: ‘En dit is de gebruiksaanwijzing, maar die heeft u niet nodig.’ Zelfs als ze een intellectuelenbril dragen en tot in de wijde omtrek heftig 'leest boeken, houdt niet van voetbal’ uitstralen, kunnen mannen de verleiding niet weerstaan om in dat soort gevallen spontaan 'ja!’ te roepen. 'Ja, Natascha, geef mij die powertool! En gooi die handleiding weg, want ik ben een man, een kerel, en slijptol noch parketschuurder krijgt mij klein.’ 53 ben ik. Ik doe de was, ik kook, ik kan kleren vermaken en strijk beter dan alle vrouwen die ik ken, maar ik aarzel geen moment. Nee, die heb ik niet nodig, dank u wel, alstublieft.

Een half uur geleden heb ik de verzamelde verhalen van John Cheever opzij gelegd om een apparaat te halen dat in mij visioenen oproept van kerkers in landen waar je niet op vakantie wilt gaan en tandartsen die hun opleiding in het Derde Rijk genoten, en desondanks grijns ik als een vent die elke dag een fleecejack draagt en zich maar één keer in de week scheert.

Houdt het dan nooit op?

Een haakse slijper heb ik nodig. Voor Ikea-hacking. Nou ja, hacking is een groot woord. Het is meer tunen. Ik ga een Utby-statafel ombouwen tot bureautje.

Dat woord, Ikea-hacking, verzin ik niet. Er bestaat een site (www.ikeahackers.net) waar mensen van over de hele wereld elkaar met suspecte opwinding tonen wat zij met hun Billy’s, Lacks en Benno’s hebben uitgespookt. Dat levert kijkjes op in slaapkamers waar je nooit hoopt terecht te komen en keukens die van zoveel zelfgeknutselde gezelligheid aan elkaar hangen dat je ineens naar de strakke kilte van mortuaria verlangt.

Toen wij ons huis kochten had mijn vrouw de suggestie van een eigen kamer resoluut van de hand gewezen. Ik begon nog over Virginia Woolf, maar zelfs dat hielp niet. Inmiddels is het twee jaar later en ziet mijn vrouw toch wel iets in een room of her own. En zo sta ik dan op het balkon in wat rustig invallende schemering kan worden genoemd en bereid mij mentaal voor op het doorslijpen van vier stalen poten.

Het was de bedoeling om het met de decoupeerzaag te doen. Maar mijn verse zaagtdoorzesmillimeterstaal-zaagje strandde na vijf minuten gejammer en gegier in een krasje dat niets voorstelt. De stalen poten van de Utby zijn bestand tegen een wilde nacht op de Zwarte Cross en lijken meer op hun plaats in de kantine van een booreiland dan in het aanstaande boudoirtje van mijn geliefde.

Op het balkon, vanachter de glazen schuifdeur gadegeslagen door Zij Voor Wie Ik Dit Allemaal Doe, slijp ik in een orgie van vonken en het gekrijs van onwillig staal door één, twee, drie, God! eindelijk! vier poten.

'Tjonge’, zegt mijn echtgenote, als ik grimmig van angst en inspanning binnenkom. Ik leg de haakse slijper op het keukeneiland en herinner mij dat ik voor ik dit huis kocht plechtig besloot nooit meer te doe-het-zelven. In tegenstelling tot mijn vriend M., die al een half jaar bezig is om een half vergaan krot om te bouwen tot stadspaleisje, brengt klussen mij rust noch contemplatie. Deze week zaten we in zo'n hippe tent waar ze zoveel soorten koffie verkopen dat ik elke keer weer moet denken aan Niles Crane, uit Frasier, en de neiging onderdruk om een low fat decaf latte with a mere whiff of cinnamon te bestellen. 'Zen’, zei M. over zijn levenswerk: 'Pure zen.’

John Cheever, van wie ik de verzamelde verhalen opzij legde om een nest voor mijn vrouw te bouwen (daar zal het wel op neerkomen), maaide met de zeis. Dat was, na een dag hard werken, zijn zen. Vroeger, toen ik nog bij mijn ouders woonde, kloofde ik haardblokken om mij een eenvoudige werker te voelen die zijn avondeten had verdiend. Tegenwoordig droom ik over een tuin waarin ik na een ochtend keihard schrijven hier wat spit en daar iets uit de grond trek. Wat is dat toch? Ik zit al vanaf mijn dertiende achter een tafel en nog altijd denk ik dat het pas echt werk is als je een boom omhakt, bonen zaait of een veld maait met de zeis.

Voor een man die de zeis als het toppunt van zen beschouwde schreef Cheever trouwens verrassend deprimerende verhalen. Ze spelen zich bijna allemaal af in een nogal waspish New England waar de ambities fnuiken van wie niet tot de middenklasse behoort en de middenklasse zelf de greep op het bestaan kwijtraakt. Het zijn 'slice of life’-verhalen die een blik werpen in de ziel van de eeuwig voortmodderende familie Elckerlijc. Met onze gefixeerdheid op de grote meeslepende roman waarin veel gebeurt hebben we het aan de journalistiek overgelaten om ons dat inzicht te verschaffen en ik weet niet goed of de journalistiek daar wel zo geschikt voor is nu de kranten steeds wanhopiger over wijn, wandelen en bekende mensen schrijven. Misschien is het tijd om de literatuur weer terug te brengen in de kranten en weekbladen. Schrijvers hebben wel genoeg geluld over wielrennen, auto’s, hun ziekte en popmuziek. Dat de wereld doordraait weten we al sinds Prediker. Laten we ophouden met kletsen en verhalen schrijven en die lezen en de ziel terugbrengen.

John Cheever, Collected Stories and Other Writings, € 31,50.

Haakse slijper 115 mm bij de Gamma: € 8,- per dag