Hulp bij onthaasten

To go-maatschappij

De moderne mens slaapt minder, praat sneller en loopt harder. Geen wonder dat de onvrede over het haastige leven kolossale vormen aanneemt. De rustindustrie dijt uit, maar hoeveel ontspanning brengen haar oplossingen?

Medium volgbeeld

U HEEFT ER waarschijnlijk nog niets van gemerkt, maar een illuster gezelschap dwarsliggers is bezig uw en mijn klok te saboteren. Of in elk geval langzamer te laten lopen. Het betreft een organisatie met de ambitieuze naam ‘Vereniging ter vertraging van de tijd’, opgericht in 1990, door de in het Oostenrijkse Klagenfurt docerende professor Peter Heintel. Het doel is niets minder dan 'een nieuwe, gezondere, menselijke omgang met de tijd’.
'Ik vertraag, dus ik ben!’ heet het op de website. De vereniging herinnert eraan dat de Grieken twee woorden hadden voor tijd. 'Chronos’ manifesteert zich middels kalenders, klokken en horloges. Hij is het die onze maatschappij teistert. Maar er is ook een onregelmatige, innerlijke tijd: 'kairos’. Waar het om gaat, aldus de vereniging, is 'naast de onveranderlijke dwang van chronos het tijdsgenot van kairos in je leven te integreren’. De ruim duizend vooral Duitstalige leden verplichten zich daarom volgens de officiële statuten 'pas op de plaats te maken, en aan te dringen op nadenken, daar waar blind activisme en particulier belang schijnoplossingen produceren’.
Chronos zit anno 2010 in het verdomhoekje. Hij krijgt de schuld van alle mogelijke maatschappelijke ellende: toenemende stress, burn-outs, ADHD, maar ook alledaagse frustratie over de haastige samenleving. Want tijdgebrek is de dominante ervaring van onze generatie. Ons hele taalgebruik wordt erdoor getekend. We 'besteden’ tijd aan activiteiten of besluiten juist daarop te 'besparen’. We 'bezitten’ tijd. Als heuse beleggers 'investeren’ we die vervolgens ook, in een relatie bijvoorbeeld. Blijkt die investering zich niet te lonen, dan is dat alles zonde van onze tijd geweest. Er is tijd 'verspild’.
Tijd is geld, kortom. Maar het blijft niet bij woorden. We slapen gemiddeld een uur minder dan twintig jaar geleden. Sinds 1950 zijn mensen meer dan vijftig procent sneller gaan praten. Een Britse psycholoog meent zelfs te weten dat voetgangers in grote steden het afgelopen decennium een tiende sneller zijn gaan lopen. Tegelijkertijd heeft een explosie plaatsgevonden in het aantal diagnoses van haastaandoeningen, zoals ADHD en burn-out. Die toename van geestelijke klachten blijft niet beperkt tot volwassenen. Ook kinderen ondervinden de maatschappelijke tempoversnelling aan den lijve. Zo werden in het afgelopen jaar fors meer recepten voor medicijnen voor ADHD en autisme geschreven. Waarom hebben jongeren dat nodig?
Helemaal vrijuit gaan wijzelf daarbij niet. Dat werd bijvoorbeeld pijnlijk zichtbaar op 21 april 2009. Op die dag werd een groot deel van het Duitse mobiele-telefoonverkeer getroffen door een storing. Zo'n 29 miljoen gebruikers konden vijf uur lang niet bellen of gebeld worden. 'In totaal zijn dat 145 miljoen uren, waarin deze mensen eindelijk tot zichzelf hadden kunnen komen, wandelend door de uiterwaarden van een rivier, met een goed boek in de hand’, rekende een publicist de onbegrensde mogelijkheden voor die deze technische storing bood. Uiteraard gebeurde er iets anders: woedende klanten, schadeclaims, verontwaardiging alom. Eenzelfde tafereel speelde zich afgelopen winter meermaals af in eigen land. Door sneeuw en vrieskou kwam het auto- en treinverkeer nagenoeg tot stilstand. In plaats van blij te zijn met die door de natuur afgedwongen vertraging en thuis te genieten van de rust stond Nederland op z'n kop.
Blijkbaar is het nog niet zo eenvoudig ons af te wenden van de stressmaatschappij. Een combinatie van gewenning, kick en niet te vergeten de status die mensen aan druk-zijn ontlenen, maakt dat we ons vereenzelvigen met die samenleving. Maar boven alles blijkt het snelle leven een fuik. Je zwemt er makkelijk in, maar komt er nauwelijks uit. Meer geld uitgeven, een hogere hypotheek nemen en dus ook meer werken gaat bij veel mensen als vanzelf. Het overkomt je. Wie daarentegen een stapje terug wil doen, moet van goede huize komen.
De moderne werknemer behoeft dan ook geen prikklok meer; het lijkt soms wel alsof hij die heeft ingeslikt. In plaats van een uur lunchpauze te nemen proppen we achter de computer een broodje weg. Gehaald bij Albert Heijn to go, naar eigen zeggen 'een winkel voor mensen die midden in de 24-uurseconomie staan’. Eenmaal thuis gaan we vrolijk door met haasten. Door iPad en Blackberry is de grens tussen werk en vrije tijd vervaagd. Het uit het bedrijfsleven bekende just-in-time-principe heeft zijn huis-, tuin- en keukenvariant met de instant-maaltijd. Is het gek dat veel mensen aangeven graag in de file te staan? De voortsloffende slinger auto’s is een van de laatst overgebleven tijdloze niches tussen de stress op het werk en de drukte thuis - vooropgesteld dat de mobiele telefoon niet gaat.
Zelf ben ik allerminst vrij van zonde. Volgens mijn loonstrookje werk ik nog altijd vier dagen per week, zoals ik het me tijdens mijn studietijd had voorgenomen. Maar de praktijk ziet er anders uit. Er gaat geen avond, laat staan weekeinde voorbij zonder dat ik meermalen mijn werk-e-mail bekijk. Sowieso is de vrije tijd nooit meer helemaal vrij. Of ik nou kranten, tijdschriften of een boek lees, of ik kennissen spreek in de kroeg of een museum bezoek - bij al die activiteiten doe ik niet alleen wat ik leuk vind, maar denk ik tegelijkertijd na over hoe dit voor een volgend artikel te gebruiken is. Het nuttigheidsdenken koloniseert mijn vrije tijd. En ik weet dat ik geen uitzondering ben.

HOE VERKEERD al dat gejakker is, wordt langzamerhand een open deur. Leven om te werken, niet het omgekeerde - ik ken geen mens die daar niet mee zal instemmen. Er is rond deze geestelijke crisis dan ook een heuse rustindustrie ontstaan. De drukke mens kan in therapie gaan, trainingen volgen of een coach nemen. Voor overspannen managers zijn er kloosterretraites. Stadsbewoners kunnen in Amsterdam het speciale 'onthaastpad’ lopen.
De populariteit van rustrecepten blijkt ook uit de opkomst van de gelukstijdschriften. Happinez, een van de meest succesvolle bladen van het moment, zag zijn oplage sinds 2006 met bijna honderdduizend exemplaren stijgen. Ook het minder zweverige Psychologie Magazine vist niet zonder resultaat in deze vijver. Nieuwe titels als Flow zijn verschenen, en dat in een tijd waarin de hele tijdschriftenmarkt krimpt. Een groot deel van deze magazines is gevuld met reclame, uiteraard met een authentiek en idealistisch tintje. Wat te denken van het door Happinez aangeboden horloge, voor abonnees slechts 49 euro? Opdruk: 'Neem de tijd’.
De behoefte aan onthaasting, aan bewuster leven, spat tevens van de bestsellerlijsten af. Wereldwijd kochten zeven miljoen mensen Elizabeth Gilberts Eten, bidden en beminnen; het verhaal is ook verfilmd, met Julia Roberts in de hoofdrol. Zij speelt een pas gescheiden vrouw die via een zoektocht door verschillende 'langzame’ culturen zichzelf terugvindt. Het eindstation in Gilberts bestseller, Bali, schijnt inmiddels overspoeld te worden door vrouwen op zoek naar zingeving. Bij de oude Ketut, het mannetje dat Gilberts toekomst voorspelt en haar onderwijst hoe te leven, rijden de busjes met toeristen af en aan. Reisbureaus bieden speciale 'eat-pray-love-tours’ aan. Daarbij wordt rekening gehouden met de drukke burger. 'Wil jij ook je leven veranderen? Maar wie kan een jaar lang vrij nemen om te reizen?’ vraagt Spirit Quest Tours heel praktisch op haar website. 'Wat dacht je van een week om sommige van de geweldige veranderingen te ervaren die Elizabeth Gilbert aan ons heeft geopenbaard in haar memoires?’ Het is de 24-uursmaatschappij in een notendop. Gelukkig worden? Prima, maar wel een beetje tempo graag.
Het is te makkelijk hier lacherig over te doen. De zoektocht naar een andere tijdsbeleving beperkt zich al lang niet meer tot de spirituele scene. Zelfs filosofische non-fictie als van Joep Dohmen (Over levenskunst, Tegen de onverschilligheid) en Joke Hermsen (Stil de tijd) bereikt een vijfcijferige oplage. Hoe populair zulke geluiden zijn, wordt onderstreept door het feit dat ook grote concerns erop inhaken. Zo financiert mobiele-telefoniegigant Vodafone het officieel klinkende 'Leefritme Kenniscentrum’. Dat wordt door sommige tijdschriften vervolgens in alle ernst opgevoerd als onafhankelijke deskundige ten aanzien van drukte en tijd. Het spreekt voor zich dat daarbij ook reclame wordt gemaakt voor de broodheer, Vodafone. 'De werknemers daar kunnen werken waar en wanneer ze willen en dus werk en privé beter integreren’, vertelt de directeur van het kenniscentrum in een artikel in Flow. Op de internetsite, www.leefritme.nl, kunnen bezoekers hun eigen leefritme testen. En natuurlijk zijn er hilarische tips: 'Houd telefoongesprekken kort.’
Het zijn vooral de vragen die de rustindustrie opwerpt die aanspreken. Waar komt dat knagende gevoel van onvrede vandaan? Kunnen we niet méér genieten van het dagelijkse leven? Waarom voelen we ons, ondanks alle tijdbesparende technologie als magnetrons en wasmachines, drukker dan ooit? Het zijn ogenschijnlijk naïeve vragen. Ze raken een snaar omdat we ze allemaal wel eens hebben gesteld. Als kind misschien, of later, tijdens de studietijd toen er nog alle gelegenheid was om over zulke zaken na te denken. Het mag kortom geen verrassing zijn wat de geluksgoeroes schrijven, we worden graag nog eens aan onze vroegere goede voornemens herinnerd.
Daarbij zijn de antwoorden op de gestelde vragen minder van belang. Dat is althans te hopen, gezien de vaak bedenkelijke kwaliteit van de geboden oplossingen. Moeite met rust vinden? 'Draag in drukke tijden een aquamarijn bij je’, tipt Happinez. 'Deze kristal heeft een kalmerende invloed op lichaam en geest.’ Een ander tijdschrift citeert iets filosofischer de meidenband Frizzle Sizzle: 'Neem de tijd voor alle dingen/ Leef je eigen ritme/ Alles kun je laten swingen/ In je eigen ritme.’
Een aantal ideeën keert telkens terug. 'Leven in het nu’, bijvoorbeeld. Of 'gelatenheid’ - let yourself go is niet voor niets het prominent uitgedragen motto van de verfilming van Eat Pray Love. Maar boven alles is het op dit moment 'mindfulness’ wat de klok slaat. Dat komt volgens Mind Magazine neer op 'het tegenovergestelde van steeds maar door rennen op de automatische piloot’. Hoe dat er in de praktijk uitziet? 'Als je onder de douche staat, kun je proberen om vooral te ervaren en te voelen: het water dat over je heen stroomt, het doucheschuim op je lichaam, de warmte…’ adviseert Flow in een artikel. Op de begeleidende foto’s bijten modellen steevast innig genietend in een appel. 'Voel wat er allemaal in je mond gebeurt, hoe de hap naar beneden zakt’, schrijft Mind Magazine. Er is zelfs al een Nederlandse vereniging van mindfulnesstrainers die dit proces op professionele wijze kunnen begeleiden.
De grootste gemene deler van deze rustrecepten is de nadruk die zij leggen op de noodzaak van een mentaliteitsverandering. Anders leven is vooral een kwestie van anders denken. Wie rust wil vinden, moet zijn lichaam en geest hierin trainen. Peter Sloterdijk spreekt in dat opzicht treffend over 'oefeningen’. Met 'mentale en psychische oefenmethodes’ - mindfulness is er ongetwijfeld een van - proberen mensen weerstand op te bouwen tegen zowel 'vage levensrisico’s’ als 'acute zekerheden omtrent de dood’, schrijft hij in zijn boek Du musst dein Leben ändern (2009). Sloterdijk ziet tot zijn tevredenheid een 'planeet van oefenenden’.
Dat klinkt mooi. Te mooi. De Duitse filosoof stelt het individualistische maakbaarheidsideaal veel te zonnig voor. Inderdaad, we oefenen massaal. We mediteren, onthaasten en laten ons in van alles en nog wat coachen. Maar worden we er ook beter van? Bouwen we werkelijk zoiets als een geluksconditie op? Ik waag het te betwijfelen. Vol verlangen reikt de oefenende mens naar een ander, trager leven. Hij volgt yogacursussen of gaat op reis. Maar zodra hij een toestand van rust lijkt te hebben bereikt, ontglipt deze hem weer. Het is een standaardklacht van de teruggekeerde vakantieganger: het was heerlijk, maar jammer hoe snel dat relaxte gevoel verdwijnt onder de stapel werk die op kantoor ligt te wachten. Tegen de drukte van alledag is geen goed voornemen bestand.
Het is opmerkelijk hoe kritiekloos de rustindustrie dat dagelijkse gehaaste leven voor lief neemt. Wij zijn het die moeten veranderen, het is niet bijvoorbeeld de stress veroorzakende werkvloer. Veel tips en therapieën zijn er zelfs op gericht ons nog fanatieker te kunnen inspannen. Of het nou 'stressmanagement’, 'tijdsmanagement’ of 'energiemanagement’ heet, het doel is een beter uitgeruste werknemer die zijn taken sneller kan uitvoeren. Met andere woorden: de ik-bv moet nog efficiënter functioneren. Toppunt zijn de speciale slaapwinkels zoals die in een stad als New York te vinden zijn. Tegen betaling kunnen vermoeide werknemers in hun pauze een stoel huren om een middagdutje te doen. Om vervolgens met hernieuwde energie weer aan de slag te gaan. 'Ga verder met je dag, jezelf als herboren voelend. Het hele proces duurt minder dan 25 minuten’, meldt het in het Empire State Building gevestigde MetroNaps op haar website.
Met een werkelijk andere omgang met tijd heeft dat weinig te maken. Het zet hoogstens nog meer druk op de ketel. Was het vroeger nog voldoende als een werknemer zijn werk deed, tegenwoordig moet hij ook sporten om gezond te blijven, een studie volgen, de goede opvoeder uithangen én geestelijk in balans zijn. En we zullen er plezier in hebben ook! Amerikaanse werkgevers wensen zich tegenwoordig personeel dat 'meedogenloos opgewekt, enthousiast en gehoorzaam’ is, schreef de Amerikaanse journaliste Barbara Ehrenreich niet voor niets in haar boek Bait and Switch.
De door Sloterdijk aangeprezen 'oefeningen’ hebben zo bezien iets weg van de activiteiten van de controller van een modern bedrijf. Met zijn notitieboekje in de hand wandelt die door ons lichaam en hoofd. Links en rechts bekijkt hij welke processen nog vlotter kunnen verlopen, waar tijd kan worden bespaard, hoe het nettoresultaat moet worden verbeterd. Echte rust ziet er anders uit.

ANDERS DAN de handelaren in stress benadrukken, is drukte slechts ten dele een mentaliteitskwestie. Dat schrijfsters als Elizabeth Gilbert in hun boeken anders kunnen beweren, hebben ze te danken aan een rijkelijk gevulde bankrekening. Wie kan er anders een jaar lang pizza’s eten in Italië, bidden in India en verliefd rondhangen in Indonesië? De overgrote meerderheid van de mensen leeft ondertussen in een hyperactieve to go-maatschappij. De stress die dat oproept, is niet louter een individuele, maar een politieke kwestie. De oplossing moet dan ook politiek zijn.
Hoe zo'n tijdstrijd eruitziet? De Amerikaanse food movement kan als inspiratiebron dienen. Deze beweging begon heel klein, uit frustratie van mensen over de slechte kwaliteit van hun eten. Daarop is een concrete daad gevolgd: de controle over het eigen voedsel terugveroveren. Dat gebeurt op de meest uiteenlopende manieren: zelf moestuinen aanleggen; contacten aanknopen met (biologische) boeren in de omgeving; of voedselcoöperaties oprichten. Maar het blijft niet bij zulke praktische oplossingen. Gaandeweg is ook het gehele, van de mensen vervreemde systeem van industriële voedselproductie ter discussie gesteld. En wordt er nagedacht over politieke alternatieven.
Op soortgelijke wijze kan een time movement ontstaan. Inderdaad, een tijdbeweging. Daarin draait het niet om het heroveren van zeggenschap over ons dagelijks brood, maar over onze dagelijkse tijd. De eerste stappen zijn heel concreet - en worden stiekem al door vele tienduizenden mensen gepraktiseerd. Tijdstrijders werken minder, zolang dat financieel mogelijk is tenminste. Ze denken ook heel bewust na voordat ze nieuwe techniek aanschaffen. Veel dure snufjes lijken handig en suggereren zelfs tijd te besparen. Maar vaak gebeurt het omgekeerde, alleen al omdat het geld daarvoor uiteindelijk toch verdiend moet worden door meer te werken. Drukke opvoeders kunnen weer inspiratie ontlenen aan het door de Britse beroepsnietsnut Tom Hodgkinson bepleite 'luie ouderschap’ (zie ook De Groene Amsterdammer van 8 april 2009). Waar het om gaat, is bij elke persoonlijke beslissing de vraag voorop te stellen welke gevolgen dit heeft voor de controle over de eigen tijd.
Het kan niet anders of zo'n beweging ontwikkelt automatisch ook politiekere eisen. Denk aan de in de jaren tachtig al bepleite 32-urige werkweek met behoud van salaris. Het recht op pensioen met 65 jaar, hoe omstreden ook binnen progressieve kringen, is een ander voorbeeld. Maar ook de veelal jongere 'creatieven’, waaronder freelance journalisten, kunstenaars en ontwerpers, zullen met eisen moeten komen om paal en perk te stellen aan hun productietijd, die bij velen al lang niet meer te onderscheiden is van de vrije tijd. En waarom behoren maatregelen om de versnelling op de werkvloer in te tomen, en daarmee de stress-epidemie een halt toe te roepen, niet standaard tot elke cao-onderhandeling?
Wat nodig is, is kortom geen vereniging ter vertraging van de tijd. In de neoliberale economie dient een pas op de plaats enkel ter voorbereiding op de volgende sprint. Drastischer maatregelen zijn geboden. Daarom stel ik voor: de Vereniging ter Herovering van de Tijd. Gehaasten aller landen, verenigt u!


Het hele jaar vakantie
Het is op het eerste gezicht de droom van iedere gestreste werknemer. Een klein, maar groeiend aantal bedrijven bemoeit zich niet langer met hoeveel tijd hun personeel op kantoor doorbrengt. Het verst daarin gaan IT-concerns als IBM en Netflix. Medewerkers van dat laatste bedrijf, een grote aanbieder van zowel online speelfilms als dvd’s, mogen zelfs het hele jaar door op vakantie. Het gaat erom wat zij uiteindelijk produceren, niet hoe lang ze daarmee bezig zijn. Ook computerreus IBM heeft de opname van vakantiedagen voor een groot deel vrijgegeven, zij het minder radicaal dan Netflix.
Het is nog een voorzichtige trend, maar er gaat een ingrijpende ontwikkeling achter schuil. Niet alleen werknemers, ook steeds meer werkgevers hebben het gehad met de klok. Het aloude instrument om iemands arbeidsproductiviteit te meten, voldoet namelijk niet meer. In een autofabriek kon nog nauwkeurig gecontroleerd worden hoeveel handelingen een werknemer aan de lopende band per uur verrichtte. Maar vooral in de creatieve en de sociale sector blijken prestaties op die manier maar moeilijk te registreren. Niet voor niets wordt bij Netflix over vakantiedagen gesproken als 'een relict uit het industriële tijdperk’.
Het gevolg: in het kader van het 'nieuwe werken’ zijn eerst de arbeidstijden geflexibiliseerd. Nu al behoort de negen-tot-vijf-cultuur voor veel ondernemingen tot het verleden. Straks vervalt wellicht ook het strikte onderscheid tussen werk en vakantie. Reden tot blijdschap hoeft dat trouwens niet te zijn. Echt vrij beschikken over hun tijd kunnen ook de superflexibele werknemers niet. In de praktijk blijken zij vaak nog minder vrij te nemen dan voorheen. De baas mag zich dan niet langer bemoeien met waar zijn personeel uithangt, de werk-targets worden juist naar boven bijgesteld.


Onthaasten met Heidegger
Wat door de rustindustrie als state of the art wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid oude wijn in nieuwe zakken. De pleidooien voor het bewust ervaren van de rijkdom van het dagelijks leven, voor verwondering, komen bekend voor. In zijn hippieklassieker On the Road (1957) beschrijft de Amerikaanse schrijver Jack Kerouac al iets soortgelijks. Op zijn talrijke road trips probeert de hoofdfiguur telkens in een roes te komen. Het betreft een toestand van intense ervaring van het hier en nu: de beat. Het boek is één grote kritiek op de mensen die voortdurend bezig zijn met later, met hun carrière. Juist de weg, het heden, is het doel. 'Kijk die lui voorin eens…’, zo legt de in extase zwetende Neal, met wie de liftende verteller op de achterbank van een auto zit, zijn levensfilosofie uit. 'Die maken zich zorgen, ze tellen de kilometers, ze zitten te tobben waar ze vanavond moeten slapen, hoeveel geld ze nog hebben voor benzine, het weer, hoe ze er moeten komen… en al die tijd komen ze er toch wel, snap je?’
In een andere backpacker-bijbel, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance (1974), staat het idee centraal dat de moderne mens door zijn immer analyserende en categoriserende blik de wereld om zich heen onttovert. De levensvreugde die zo verloren gaat duidt de auteur, Robert M. Pirsig, met de ongrijpbare term 'Quality’.
Op hun beurt leunen deze romans sterk op ideeën afkomstig uit zowel het oosterse denken als de twintigste-eeuwse Europese filosofie. Van Heideggers Sein und Zeit (1927) tot Adorno’s en Horkheimers Dialektik der Aufklärung (1947) - allen worstelen met het idee dat ons westerlingen met de maatschappelijke vooruitgang ook een beetje waarheid, een stukje schoonheid ontglipt. 'De veelheid aan vormen wordt tot positie en ordening teruggebracht, de geschiedenis tot feiten, de dingen tot materie’, schreef het tweetal, 'het getal werd de canon van de Verlichting.’