Tobi Lakmaker

Het meisje dat het uitgebreide psychologisch onderzoek afnam verontschuldigde zich vooraf: ‘Dit zijn mijn vragen niet, maar die van het systeem.’

‘Hij is even iets halen’, antwoordde ik. De vrouw van de tennisvereniging waar ik me een jaar eerder had aangemeld belde me op en vroeg of ze Tobi Lakmaker aan de lijn kon krijgen. ‘Zeg dat-ie me even terugbelt, want hij is aan de beurt.’ Dat beloofde ik. Maar hij belde nooit terug – want ze sprak al met Tobi. Het was een wat ingewikkeld verhaal. Ingewikkelder, schatte ik zo in, dan waar een gemiddelde werkneemster van een tennisvereniging op maandagavond op zat te wachten.

Een paar weken later kreeg ik bericht dat Tobi opnieuw onderaan de wachtlijst was geplaatst, en dat het een jaar zou duren voor hij weer iets zou horen. Dat kwam mij en Tobi goed uit, want die wachttijd strookte met onze andere aanmelding – bij het VU Medisch Centrum. Bij de genderpoli om precies te zijn, de enige van Nederland, waar het om die reden jaren kan duren voor je aan de beurt bent. Afgelopen zomer ontving ik een eerste brief, waarin stond dat ik begin september welkom was.

Wie zich aanmeldt bij de genderpoli van de VU, komt terecht in iets dat de diagnostische fase wordt genoemd. Nu is de term diagnostiek voor meerdere interpretaties vatbaar, en bleek al vrij gauw dat Tobi en ik ons daar iets anders bij hadden voorgesteld dan de vrouw met wie ik in september mijn kennismaking had. Ze vroeg me wat ik wilde. ‘In feite hoop ik op een dialoog’, antwoordde ik. ‘Iets wat me verder helpt in het onderzoeken van hoe ik me nu daadwerkelijk voel.’ ‘Dat klinkt verward’, was haar antwoord.

Verwarring is een gewichtige zaak bij het VU Medisch Centrum, in de zin dat balverlies dat is bij het eerste van Ajax: het moet geminimaliseerd worden, idealiter helemaal vermeden, en daar gaat om die reden alle aandacht naar uit. Om mijn mate van verwarring goed in beeld te krijgen moest ik een maand later opnieuw naar het ziekenhuis, voor een uitgebreid psychologisch onderzoek. Het meisje dat het bij me afnam verontschuldigde zich vooraf: ‘Dit zijn mijn vragen niet, maar die van het systeem.’ Wat volgde was een drie uur durende reeks vragenlijsten, stuk voor stuk geënt op het vaststellen van zware psychische stoornissen.

‘Nu hebben we eindelijk een beeld van wie jij precies bent,’ constateerde de vrouw met wie ik ook mijn eerste gesprek had. Die opmerking sloeg zowel op de resultaten van het onderzoek als op een levensverhaal, dat ik in aanloop naar onze volgende afspraak had moeten optekenen. ‘Toch ontbreekt er nog het een en ander’, verwees ze naar het verhaal, en ze vroeg me of ik in mijn jeugd vooral met poppen of toch met Lego had gespeeld. Ik vroeg haar wat het er precies toedeed, waarop ze antwoordde dat de VU nu eenmaal een voorkeur had voor zorgvuldigheid.

Enige tijd heb ik over die zorgvuldigheid nagedacht, en kaartte tijdens mijn meest recente gesprek aan dat het me zo sterk aan iets anders deed denken: wantrouwen. Wantrouwen jegens mensen die weigeren het een te zijn of het ander, wantrouwen jegens iedereen die durft te zeggen: ‘Dit ben ik niet, dit is het systeem.’ Ik vertelde haar dat ik uit meerdere hoeken het advies had gekregen mij door de diagnostische fase heen te liegen, omdat het ironisch genoeg enkel echte mannen en echte vrouwen zijn die recht krijgen op operaties en hormoonbehandelingen.

‘Het klopt dat ook wij nog even moeten wennen aan al die mensen die er tegenwoordig tussenin zitten’, antwoordde ze. Ik knikte, maar hoe geduld op te brengen na een wachttijd van twee jaar voor de gewenning van een ander? Voor mijn volgende afspraak moet ik iemand meenemen die mij goed kent, god weet waarom, en van alle mensen zou ik het liefst Maggie Nelson optrommelen. Ze kent me niet, maar zo voelde het wel toen ze in haar roman The Argonauts over haar transmasculiene partner Harry schreef: ‘I’m not on my way anywhere, Harry sometimes tells inquirers. How to explain, in a culture frantic for resolution, that sometimes the shit stays messy? How to explain that for some, or for some at some times, this irresolution is OK – desirable, even?’

Een paar dagen geleden stond de tennisvereniging opnieuw op mijn voicemail. Het was dezelfde vrouw: ‘Sobi, daar ben ik weer. Je hebt even moeten wachten maar bent nu eindelijk aan de beurt.’ Tobi en ik glimlachten, en wisten: sometimes the shit stays messy, or gets messy – en dat is maar goed ook.