Toch beweegt zij

‘De beeldenstormers kwamen uit de woestijn.’ Zo begint de beschrijving van de vernietiging van de heidense heiligdommen in Palmyra. Bendes bebaarde fanatici, gekleed in zwarte mantels, brachten enorme verwoestingen aan in de schitterende tempels, zuilen werden omvergetrokken, de zeloten gingen gewelddadig tekeer, brullend sloegen ze de ‘kwaadaardige afgodsbeelden’ in puin, hun roemrijke daden tegen demonen en idolen werden in liederen voor het nageslacht vastgelegd.

Islamitische Staat aan het werk? Nee, het betreft een voorval uit circa 385, een van de talloze wapenfeiten die de triomftocht van het christelijk geloof markeerden na de bekering van de Romeinse keizer Constantijn in de vierde eeuw. Het recent in het Nederlands vertaalde boek van de Britse klassiek historica Catherine Nixey, Eeuwen van duisternis, is een mismoedig stemmend verhaal over geweld, massamoord, marteling, onverdraagzaamheid, cultuurbarbarij en geloofsijver. Het uitdrijven van de demonen van de klassieke beschaving vereiste de verbranding van, bijvoorbeeld, het werk van de Griekse filosoof Democritus, de grondlegger van de atoomtheorie, van wiens geschriften niets is bewaard.

Je kunt er makkelijk cynisch van worden. Herhaalt de geschiedenis zich voortdurend? Is de mens gedoemd altijd anderen te vermalen in de vleesmolens, voortbewogen door een perpetuum mobile? Of is zo’n boek over de opmars van het christendom (dat, toegegeven, in sommige historische episoden de menselijkheid en beschaving vooruit hielp) een voorbeeld van ‘het tribunaal van de geschiedenis’, dat uiteindelijk de waarheid doet zegevieren? Maar die geschiedenis is zelf geen subject, het gaat er maar om wie haar schrijft.

Hiervan ben ik overtuigd: de mensheid is een ethische categorie (in tegensteling tot naties, rassen en klassen). Het geloof in de mens, in rechtvaardigheid voor allen, in de menselijke rede, kunnen we ons niet laten afnemen zonder zelf te vervallen in barbarij. Daarom kun je het niet laten bij de vaststelling dat alles altijd blijft zoals het was, omdat de mens de mens een wolf is.

Het vorige week gevelde vonnis van het Joegoslavië-tribunaal, dat aan Mladic levenslang oplegde, bevestigt dit geloof in rechtvaardigheid en rede. Het brengt de slachtoffers niet terug, het is een altijd schrale troost voor nabestaanden, maar het zegt, namens de mensheid als ethische categorie, dat misdaden tegen de menselijkheid en genocide ieder mens raken, waar en wanneer dan ook.

Voeren hier nog altijd mensen een oorlog tegen het geheugen?

Een voorwaarde is wel dat zulke daden niet uit het geheugen worden gewist door degenen die, zoals Primo Levi het formuleerde in De verdronkenen en de geredden, ‘oorlog tegen het geheugen’ voeren.

Dit brengt mij op de openbaarmaking, op 17 oktober, door het State Department in Washington, van de correspondentie tussen dat ministerie en de Amerikaanse ambassade in Jakarta uit de herfst en winter van 1965. De nu ‘declassified’ documenten onthullen – zoals overigens al algemeen werd aangenomen – dat de Amerikaanse regering van president Johnson de toen door het leger onder leiding van generaal Soeharto en islamitische groepen gepleegde massamoorden faciliteerde en ondersteunde. De berichten van de ambassade juichten meldingen van ‘slachtpartijen’ en ‘willekeurige moorden’ hartelijk toe. Triomfantelijk werd melding gemaakt van de uitroeiing van communisten. Eerder was al uitgelekt dat de CIA de moordenaars voorzag van lijsten met namen van communisten die in elk geval vermoord moesten worden. De archieven van de CIA zijn echter, anders dan die van Buitenlandse Zaken, nog niet openbaar.

Het is ijzingwekkend dat nog altijd niet duidelijk is hoe groot het aantal slachtoffers is – de schattingen variëren van een half miljoen tot drie miljoen mensen. De Amerikanen erkennen nu medeplichtigheid aan genocide, mogelijk de grootste sinds de holocaust.

Maar nu het vreemde. Heeft u de berichten over de Amerikaanse onthullingen op het Journaal gezien? In de krant gelezen? Voeren hier nog altijd mensen een oorlog tegen het geheugen? Alleen Michel Maas, de correspondent van de NOS en de Volkskrant in Zuid-Oost-Azië, maakte op Radio 1 melding van het nieuws. Hij voegde eraan toe dat in Indonesië niet over de genocide of de slachtoffers ervan gesproken mag worden, dat de nabestaanden nog altijd als paria’s worden behandeld en dat hulpverleners die iets voor hen willen doen doelwit zijn van de overheid en van islamitische bendes.

De zaak-Mladic heeft nog eens laten zien dat de gerechtigheid traag is. Maar zij is dan tóch gekomen. ‘En tóch beweegt zij’, sprak Galilei. Zal ooit een echt tribunaal, naast ‘het tribunaal van de geschiedenis’, recht spreken over Indonesië 1965? Of zijn dit ‘de dingen die voorbijgaan’? Nee, het geheugen blijft spreken. Ik herinner me bijvoorbeeld dat de Nederlandse multinationals, Shell voorop, grote voordelen hebben behaald door de situatie in Indonesië na 1965. Om maar iets te noemen. Economische en staatsbelangen staan vaak tegenover gerechtigheid. Maar toch beweegt de wereld. Genocide is een misdaad die nooit verjaart, een ding dat nooit voorbij gaat. Eppur si muove.