Toch een vliegverbod

President Sarkozy erkent de leiding van het Libische verzet als het wettig gezag van het land. Het klinkt dapper, het zou een voorbeeld voor de rest van het Westen en zeker voor Amerika moeten zijn.

Maar schieten de revolutionairen er iets mee op? Als er niets substantieels op volgt: nee. Dan blijft het beperkt tot een gebaar, in overeenstemming met het flamboyante imago dat deze president zich heeft aangemeten. En intussen zijn we er via de televisie getuige van hoe in een burgeroorlog de opstandelingen door de getrainde en veel beter bewapende strijdkrachten van Kadhafi langzaam maar zeker worden opgerold.
Waarom dan geen vliegverbod, dat de luchtmacht van de kolonel zou beletten het verzet naar de vergetelheid te bombarderen.
Een vergadering van de Arabische Liga, afgelopen zaterdag in Caïro, was er voor, maar daar was niet meer dan de helft van de 22 leden komen opdagen. Een vliegverbod, afgekondigd en uitgeoefend door wie? Daarover zou, volgens de nu overheersende mening, moeten worden beslist door de Veiligheidsraad. Daar zal het voorstel door het veto van Rusland worden getroffen. Dan misschien een eenzijdige actie door het Westen, de Navo? Turkije is tegen. En zou dit land van mening veranderen, dan zou het resultaat waarschijnlijk zijn dat Amerika voor de handhaving opdraait. Washington heeft er kennelijk geen zin in. In de International Herald Tribune van maandag staat een cartoon waarop de situatie beknopt is weergegeven. Een woedende Kadhafi zit op een kameel, galoppeert het verzet tegemoet. Onder aan het dier hangt Obama. Bij iedere sprong bonkt zijn hoofd tegen de grond.
Een treurige toestand die de Amerikaanse president historisch gezien mede aan zijn voorganger heeft te danken. Amerika mag nog wel het machtigste land ter wereld zijn, maar met het feitelijk nog niet opgeloste probleem Irak, de voortdurende oorlog in Afghanistan en de aandacht voor groeiende problemen in Pakistan en Iran zijn de reserves uitgeput. De Amerikaanse publieke opinie zal de volgende militaire inmenging aan de andere kant van de wereld niet meer verdragen. De kiezers hebben andere zorgen. De gevolgen van de economische crisis duren voort. Rechts is in opmars en de derde oorlog in een ander werelddeel zou bij de komende verkiezingen Obama zijn tweede termijn kunnen kosten. Nu blijkt dat acht jaar Bush de positie van Amerika als wereldmacht zwaar afbreuk heeft gedaan. Dat wordt door de onaantastbaarheid van Kadhafi gedemonstreerd.
Hoe onbarmhartig dat ook klinkt, er valt iets voor te zeggen dat het Westen zich nu op geen enkele manier met de ontwikkelingen in Libië bemoeit. Een vruchteloze inmenging zou op een onvoorspelbare manier contraproductief werken en daardoor het probleem alleen maar groter maken. De geslaagde revoluties in Tunesië en Egypte en de groeiende onrust in andere Arabische landen hebben in het Westen de hoop gewekt dat in de regio een keerpunt is bereikt. Ook onder invloed van de nieuwe sociale media is het volk in opstand gekomen. Het heeft genoeg van de onderdrukking, de censuur, grootschalige werkloosheid, gebrek aan onderwijs, het geknecht zijn. Het wil de vrijheid en democratie zoals wij die hebben.
Aan de ene kant is de zich steeds verder verbreidende revolutie in de Arabische wereld een overwinning voor de westerse cultuur. Niet wij worden geïslamiseerd. Dit deel van de islamitische wereld lijkt nu beslissend te worden beïnvloed door onze levenswijze. En met het instrumentarium dat hier is uitgevonden, Facebook, Hyves, Twitter, wordt de agitatie gevoerd. Daarop komt dan de massale reactie die tot de revoluties leidt.
Maar dan komt het volgende hoofdstuk. De machthebbers hebben zich vergeefs verdedigd zoals in Tunesië en Egypte, of ze proberen zich met compromissen te handhaven zoals in Jemen, Qatar, Saoedi-Arabië, of gewapenderhand zoals in Libië. Hoe de revoluties zich ook ontwikkelen, er is één probleem dat pas na jaren, misschien een halve generatie zal zijn opgelost. Een geslaagde revolutie betekent wel een principiële wisseling van de macht, maar daarmee is de samenleving nog niet veranderd. Hiërarchieën laten zich niet per revolutie uitroeien. Kortom, door de omwentelingen wordt de leiding van de maatschappij wel veranderd, maar de oude verhoudingen hebben een hardnekkig leven.
Dit is het risico dat de interventionisten bedreigt. Terwijl ze ervan overtuigd waren dat ze door hun ingreep een natie, een volk uit de klauwen van een dictator zouden redden - je kunt het niet dramatisch genoeg formuleren - bleek na een jaar dat ze zich in een gordiaanse knoop hadden verstrikt. Dat is de praktijk van Afghanistan en Irak. Het volk van Libië bestaat uit stammen, pro- en anti-Kadhafi. Een vliegverbod zou de burgeroorlog kunnen verlengen maar in ieder geval het Westen het verwijt besparen dat het onverschillig heeft toegekeken. Het is niet heldhaftig, maar van twee kwaden het beste.