Toch maar liever collectief ziek

Wie is er eigenlijk nog voor de privatisering van de ziektewet? Het heeft er alle schijn van dat alleen het kabinet de privatiseringsplannen nog werkelijk steunt. Die steun berust op twee argumenten, die eigenlijk op hetzelfde neerkomen: het ziekteverzuim moet omlaag en de ingeboekte bezuiniging van 600 miljoen gulden moet binnenkomen.

De oude Ziektewet was simpel. Wie ziek werd, kreeg zeventig procent van het oude loon doorbetaald. In de praktijk regelde de cao doorgaans dat dat werd aangevuld tot honderd procent. Of het verzuim hoog was of laag maakte niet uit: de premie was voor iedereen hetzelfde. Fout, zo luidde de diagnose, want dat prikkelt werkgevers noch werknemers tot beperking van het verzuim. In de nu geldende wet geldt een gedifferentieerde premie en betalen werkgevers de eerste weken verzuim zelf. Kleine bedrijven twee weken, grote zes. En ja hoor, het verzuim daalde vrij dramatisch. Althans, het geregistreerde verzuim. Want veel bedrijven bekommeren zich niet meer om registratie in die eerste weken en dus weet eigenlijk niemand meer hoe hoog het ziekteverzuim werkelijk is. Maar vooruit, er is een effect. Mooi, dachten de voorstanders, met name van liberale zijde: we schaffen de hele wet af en vervangen die door een verplichting zeventig procent van het loon door te betalen. Zal je zien wat dat voor een effect geeft!
Bij minister Melkert ontstonden de eerste twijfels. Wat moest er gebeuren met mensen die op flexibele contracten werkten? Liepen die niet de kans op die manier alle rechten te verspelen? En hoe moest het met het zwangerschapsverlof, dat ook onder de Ziektewet viel? Na enig overleg besloot hij de oude Ziektewet voor deze groepen te handhaven.
Deze maatregel, die de privatisering had moeten redden, blijkt nu de achilleshiel ervan te zijn. De omvang van het flexwerken blijkt veel groter dan verwacht met als mogelijk gevolg dat er een gerede kans is dat er een miljoen mensen in het door Melkert gespannen vangnet terechtkomt. En wat meer is: het bestaan van een vangnet is een open uitnodiging voor werkgevers hun slechte risico’s daar onder te brengen. Met andere woorden: pas een scherpe selectie toe voor je iemand in vaste dienst neemt en laat zoveel mogelijk mensen op flexibele contracten werken, zodat je die naar het vangnet kunt doorverwijzen. De nu gekozen constructie - privatisering naast handhaving van een collectieve regeling - maakt daardoor van de collectieve verzekering een dumpplaats voor hoge en dure risico’s.
Dezelfde twijfels doen zich nu voor bij de voorgenomen gedeeltelijke privatisering van de WAO. Bedrijven mogen uit de collectieve regeling overstappen naar particuliere verzekeringen. Gedroomde opbrengst: 750 miljoen. Maar de overstap is alleen lucratief voor bedrijven met een laag risico. Opnieuw: de hoge en dure risico’s blijven dan voor rekening van de collectieve verzekering.
De twijfels aan de zegeningen van privatisering nemen hand over hand toe. Misschien is het toch beter volhardend aan de verbetering van een goed collectief stelsel te werken dan de problemen over de muur van de markt te gooien en te wachten op bezuinigingen die nooit komen.