Toe aan een bom

John Updike
De terrorist
Vertaald door Joop van Helmond
De Arbeiderspers, 285 blz., euro 19,50

In de beginzin en in de slotwoorden van John Updikes nieuwe roman De terrorist duikt de duivel op: «Deze satans trachten mijn God van me af te nemen.» De roman sluit af met de verzuchting dat de satans hem zijn God hébben afgenomen.
Die duivelsgedachten zijn afkomstig van de achttienjarige eindexamenscholier Ahmad Mulloy. Op zijn elfde heeft hij de bekoringen van de koran ontdekt. De imam van New Prospect in New Jersey wil hem kneden als deeg voor de jihad in Amerika en leert hem dat de grootste satan de decadente westerse maatschappij is, die vol hedonisme, materialisme, lust en verloedering zit. In de wereld van scholier Ahmad, zoon van een pseudo-kunstzinnige Ierse moeder en een verdwenen Egyptische vader, zijn het de leraren die het moeten ontgelden: «zwakke christenen en niet-praktiserende joden» die zogenaamd rechtschapenheid en deugdzaamheid willen doorgeven, maar die dat zonder enige overtuiging doen. Een van die, bijna gepensioneerde, leraren is schooldecaan Jack Levy. Hij wordt Ahmads tegenspeler in een overladen ideeënroman, die de lezer met grote verkeersborden aangeeft waar het naartoe gaat met Ahmads jihad, zeker wanneer de sombere Jack Levy zich tegen zijn vrouw laat ontvallen dat hun buurt echt aan een bom toe is.

Ahmad zit opgesloten in een fundamentalistische uitleg van de koran, maar is zich tegelijkertijd zeer bewust van de verlokkingen van de ongelovige wereld die hem «verweken». Jack Levy zit vast «in een curriculum vitae zo benauwd als een doodskist». De Arabier en de jood, om het schematisme van de roman maar te volgen, staan voor absoluut geloof versus relativisme. Een teveel aan rechtlijnig geloof kan uitlopen op moord en doodslag, een gebrek aan geloof resulteert in dodelijke desinteresse en schouderophalend leven. Ahmad bewandelt het Rechte Pad en sluit zijn ogen voor de onreinheid (vleselijke verleidingen) die hem besluipt. Jack Levy weet niet eens of er wel een Recht Pad is. Hij laat zich, niet toevallig, verleiden door de moeder van Ahmad. Als schooldecaan heeft hij een gesprekje met Ahmad gehad en was het hem opgevallen dat hij een diepgelovige moslim voor zich had die liever vrachtwagenchauffeur wilde worden (ideetje van de imam) dan een universitaire studie volgen. En waarom Ahmad per se in een truck wil rijden, wordt al heel snel duidelijk. Symbolisch is de rijexamenvraag wat er gebeurt wanneer de voorwielen van een tankauto gaan slippen. «U zult in een rechte lijn door blijven rijden wat u ook met het stuur doet.»

De terrorist van John Updike is een mislukte roman met indringende detailschilderingen (de wandtegels in de Lincolntunnel) en mooie fragmenten over puur seksuele overspeligheid. Allereerst is daar de hinderlijk halfwetende verteller die Ahmad op ironische en hyperbolische wijze begeleidt. Door zijn geschmier (half meegaan in Ahmads gedachtewereld en zich dan weer terugtrekken) is Ahmad al vanaf de eerste zin ongeloofwaardig, vlees noch vis: geen jonge doorsnee-Amerikaan maar ook geen overtuigde jihadstrijder. De plot heeft een voorspelbare, ongeloofwaardige en dwangmatige afwikkeling. En diezelfde plot plet de personages, die soms potsierlijke trekken vertonen en mechanieken zijn in handen van de schrijver. Toch weet Jack Levy enigszins overeind te blijven te midden van het religieuze ideeëngeweld, omdat juist hij het vleesgeworden tegenbewijs blijkt van de «decadente onverschilligheid» (nu begin ik ook al te schmieren). Hij weigert «machine» te zijn en stapt uit de dagelijkse routine. De vaderloze Ahmad is op zoek naar een vader (zo plat is het) en vindt die via zijn imam uiteindelijk in de sombere jood Levy. Gelooft u het? De schmierende verteller formuleert het zo, via Ahmads imam: «De afwezigheid van vaders, het onmachtige vaderschap dat mannen niet trouw kan houden aan hun gezinnen, is een van de kenmerken van deze decadente en ontwortelde samenleving.»

Hoe verdiep je je als schrijver in de ziel van een potentiële moslimterrorist? Daar heb ik geen pasklaar antwoord op. Wel weet ik dat je geen storende, alles en iedereen verklarende verteller moet invoeren. Vriendenclubs zijn belangrijker dan de Heilige Overtuiging zelf om tot terroristische daden te komen. Onderzoek die vriendenclubs. Welke destructieve chemie kan er in zo’n clubje van hoger opgeleide maar gefrustreerde jongemannen in de buitenwijken van Leeds, Madrid of Amsterdam ontstaan? Laat je niet leiden en hang je niet op aan een plotje dat rechtsreeks naar De Aanslag voert.

«De Amerikaanse manier is je familie te haten en haar te ontvluchten.» Dat is een typische Updike-zin. Families zijn net nesten vol geheimen. Ook dat wil Updike in De terrorist laten zien, maar in zijn Rabbit-romans en zijn Suburbia-boeken was hij veel beter op dreef.

Romans schrijven met een hyperactuele inhoud blijft moeilijk. Zelfs John Updike heeft zich erin verslikt door halfslachtig aan de ingewikkeldste opgave te beginnen: rondzwerven in het hoofd en in de wankele gedachtegangen van een achttienjarige moslimfundamentalist, die besmet is door dat wat hij verafschuwt: het westerse hedonisme en materialisme. Zijn tegenspeler Jack Levy, de ongelovige jood, weet in opofferingsgezindheid zijn leerling te overtroeven. Maar wij lezen dat in proza en in houterige dialogen waar we geen woord van geloven.