Sport

Toekomst

Overal in het land struinen mannen rond op zoek naar kleine jongetjes. Vaak zijn ze gekleed in onopvallende regenjassen (die mannen), en ze proberen ook in hun gedrag zo weinig mogelijk in het oog te springen. Dat brengt hun missie met zich mee: ze mogen niet herkend worden. Zodat niemand weet dat zij het zijn die op zoek zijn naar jongetjes van hun gading. Want als de mensen zouden weten wie ze zijn en wat ze komen doen, dan bereiken ze hun doel niet.

Ze zijn elke zaterdag actief, overal in het land. De mannen in de onopvallende jassen posteren zich ergens langs een zijlijn van een voetbalveld waar de pupillenelftallen van de plaatselijke club spelen. De F’jes en E’tjes en zo. Met van die kleine jongens, die nog jong genoeg zijn om alleen maar lekker te willen voetballen en nog niet nadenken over roem, geld en mooie vrouwen. En die jongens, die zoeken de mannen.

Ze moeten wel kunnen voetballen, want anders hebben de scouts, want dat zijn het, er niets aan. Talent, daar gaat het om. Jong talent. En in Nederland barst het van het jonge tot piepjonge voetbaltalent.

Het is net als met tuinieren: je moet er op tijd bij zijn. Grote clubs proberen dan ook in het allervroegste stadium een voetballertje te scouten en aan zich te binden. Zodat zij, net als bij het tuinieren, door op het juiste moment de juiste methodes en gereedschappen te gebruiken, kunnen doen opbloeien en uitbotten wat in de kiem allemaal aanwezig is. Soms moet je snoeien, soms niet. Soms moet je verpotten, soms weggooien.

Boudewijn de Groot zong in 1969 op zijn onovertroffen plaat Jimmy over zijn kind: ‘Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien half dood.’ Het voetbal was in die tijd wat harder dan nu – vooral een paar Italianen herinneren wij ons als vlijmscherpe en bloedgemene belagers van Johan Cruijff. De troubadour vervolgde met: ‘Maar liever dat nog dan het bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt hij alleen maar slechter van.’

Dat was toen, en er waren in die jaren werelden van verschil tussen voetballers en zakenmannen. Tegenwoordig overlappen die twee elkaar voor een deel. En worden er nog maar nauwelijks voetballers half dood geschopt. Dat risico is te overzien. Jonge voetballers worden aan weinig gevaren blootgesteld. Sterker nog, ze worden beschermd tot en met.

De scouts van de grote clubs moeten de scouts van de andere grote clubs vóór zijn in hun jacht op de toekomstige sterren, dus ze scouten steeds jonger. En als je ze eenmaal hebt gevonden, de talenten, dan moet je ze iets kunnen bieden, meer dan voetbal alleen. De jeugdopleiding van Ajax, bijvoorbeeld, is zich daar zeer van bewust. Daar beschouwt men het voetballertje als een compleet mens, niet alleen als een talent dat straks een belangrijke functie in het bedrijf Ajax kan krijgen en de aandeelhouders tevreden zal stellen. Nee, hij is een mens. Met eigenschappen. Dat moet ook wel, want in de wereld van vandaag heb je niet meer genoeg aan talent alleen om een Groot Voetballer te zijn.

Je moet ook kunnen communiceren. Je moet geestelijk sterk in je schoenen staan. Je moet in een team kunnen werken. Je moet je talen spreken en met mes en vork (kunnen) eten. Vandaar dat Ajax zich richt op de hele mens. Ook zo jong al.

Daartoe is onlang het Multi-Skill-programma bedacht, speciaal voor de jonge broekies. In de beginjaren van hun opleiding hebben ze in feite nauwelijks contact met de bal. Het gaat in eerste instantie om het ontwikkelen van de atletische kwaliteiten. Dus beginnen de mannetjes met judo, dat is goed voor de coördinatie en spierbeheersing. Er is looptraining, dat is goed voor het duurvermogen. Er wordt geworsteld, voor een boeddhistisch-achtige concentratie en contemplatie met behoud van strijd. Krachttraining ontbreekt niet, maar vooral mentale krachttraining: om een flexibele maar standvastige geest te kweken, om rustig te zijn te midden van chaos, om hersenen van beton te krijgen. Ze spelen mens-erger-je-niet, stratego en scrabble – ook een goede woordenschat is cruciaal.

Als je er jong bij bent, kun je ze nog kneden naar je eigen wensen. Je kunt ze sturen.

‘Mannen, vandaag gaan we het 4-4-2 bestuderen en in de praktijk brengen. Dus allemaal even luisteren. Jij ook, Danny, kijk me aan. Jullie vieren zijn de verdediging, jullie het middenveld en jullie twee, Rokus en Fred, zijn de spitsen. Ja, zoek je plek maar in de opstelling… Oké, heel goed. Kijk daar, bij de muur, die pot is het doel. Wesley, even de speen uit de mond, ja? Heb je een probleem? Wil je erover praten? Wat? O, ik ruik het al, je hebt een grote bah gedaan. Gelukkig is juf Mia er, die zal je verschonen. Maar waar was ik?’