Minou Bosua en Eelco Smits in de voorstelling Niet de vaders © Karin Jonkers

Er zweeft een baby de lucht in. Nagekeken door het publiek verdwijnt het minimensje de nok van het theater in. Het is een toekomstkindje. Gemaakt in een kunstmatige baarmoeder. Ectogenese heet deze omstreden wetenschappelijke ontwikkeling waar de vier vrouwen van theatercollectief La Isla Bonita hun verbeelding op hebben losgelaten. Na een discussie over de voor- en nadelen hiervan waarbij hun vagina’s (via een mobiel in hun broekjes) het woord doen, gaan de makers ermee aan de slag. De resulterende baby is hier een robotpopje dat akelig echt huilt als de vier kersverse ouders er na de geboorte uit een soort plastic zak nogal hulpeloos mee in hun handen zitten. Met z’n cartoon-achtige beeldschermoogjes kijkt het kindje net zo verschrikt als de vier makers ervan.

Hoe het precies zit met deze viermoeder-genese blijft onbevredigend vaag in de beeldende voorstelling; de spelers putten zich voornamelijk uit in lichamelijke groepsrituelen om hun gezamenlijke kindje te ‘voeden’ met lichaamseigen stoffen. Ze zijn voor het voorplantingsprocedé het heelal in gereisd, en blijven levenloos achter als hun kindje zingend de ruimte in verdwijnt.

Het geheimzinnige science-fictionsprookje met de ondoorgrondelijke titel Odette, Kater en de Lul is het tegenbeeld van Niet de vaders, het overrompelend intieme theatrale gesprek van Minou Bosua en Eelco Smits over het maakproces van hun werkelijke zoontje. Dat kregen Bosua en haar vrouwelijke partner dankzij een noodzakelijke bijdrage van de homoseksuele Smits, die begint met het voorlezen van het donorcontract waarin staat dat hij van bemoeienis met de opvoeding afziet. Bosua met het hilarische verhaal over haar trotse aangifte en de ambtenarenpaniek op het stadhuis. De afgesproken taakverdeling was duidelijk, maar de werkelijkheid is best verwarrend, blijkt uit de exploratie van de ‘voederlijke’ gevoelens en gedachten voor en na de geboorte.

Bosua en Smits worstelden allebei met hun rol, met de verantwoordelijkheid van hun voorbeeldfunctie en hun identiteit als opvoeder. Zij kenden elkaar vooraf amper, en de voorstelling getuigt van de zoektocht naar wat zij nu eigenlijk samen hebben. Om hen heen staat een uitstalling van groteske kindfiguren, een doe-het-zelfproductie van ontwerper Bas Koster; een schrikbeeld van het geknutselde kind. Geruststellend is de zang van een Brabants homomannenkoor dat het toneelgebeuren vanaf filmdoek aanschouwt, waarvan de leden op vanzelfsprekende toon de kinderen noemen over wie zij vaderen. Die rust vinden de twee voeders uiteindelijk ook. Smits verhuist zelfs naar het dorpje waar zijn kind woont, omarmd door Bosua in een organisch drie-ouderschap. Het product van hun liefdevolle verrukking, inmiddels zeven jaar, fietst op het eindfilmpje in z’n eentje vrolijk van huis weg. En de ontroering die dit teweegbrengt, rijmt op het eenzame afscheid van het robotkindje van La Isla Bonita. Elk nieuw wezen is een sciencefiction-achtig wonder. Een toekomstkindje, dat uiteindelijk alleen op weg moet, de sterren tegemoet.

Odette, Kater en de Lul is t/m 11 januari op tournee, Niet de vaders is op tournee t/m 7 november