Toekomstloze asielkinderen

Linda, een vrouw van midden veertig, zonder nationaliteit, smokkelde mij een maand geleden de vrijheidsbeperkende gezinslocatie in Katwijk binnen. Hier wonen ruim honderd gezinnen die het land uit moeten.

Medium commentaar 2019 2016 opvang 1

Ze zijn min of meer uitgeprocedeerd. Nadat ik haar vanaf de parkeerplaats had gebeld, dook Linda (geblondeerd haar, joggingbroek) uit de bosjes op en nam me mee naar haar kamer, waar zij en haar vier kinderen al vier jaar wonen. Rond een grote tafel zaten vijf andere ouders. Ze wilden geen van allen met hun naam in De Groene Amsterdammer, ze waren bang voor repercussies, maar wilden heel graag vertellen hoe het er hier aan toe gaat. Want, zo dachten ze, als Nederlanders wisten wat hier gebeurt, zouden ze geschokt zijn.

Zij namen me die middag mee naar hun wereld. De wereld waarin zij elke dag tussen één en twee in de rij moeten staan om te stempelen, waarin ze elke ochtend tussen zes en acht met het gezin van hun bed kunnen worden gelicht door de vreemdelingenpolitie, waarin ze niet mogen werken, waarin hun kinderen naar school gaan maar geen toekomst hebben, waarin alleen maar gepraat wordt over procedures, ind, politie-invallen, uitzettingen, de wereld waar angst en onzekerheid een normaal onderdeel zijn van het bestaan. En waarin zij allen al jaren wonen. Evenals hun kinderen. ‘Inhumaan en een schending van kinderrechten’, zeggen Defence for Children, Unicef en de Kinderombudsman al jaren over deze vrijheidsbeperkende gezinslocaties.

'De overheid heeft zoveel regeltjes bedacht dat vrijwel elk kind wordt afgewezen'

Deze vorm van opvang is niet alleen schrijnend hardvochtig, maar ook nog inefficiënt, blijkt uit de door De Groene opgevraagde cijfers bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het doel – gezinnen het land uit – wordt slechts heel beperkt bereikt. Van de kleine tweeduizend mensen die afgelopen jaar woonden op deze locaties zijn er honderdvijftig gedwongen ‘naar bewaring’ gebracht en uitgezet, een schamele acht procent, zo laten de cijfers van de Dienst Terugkeer en Vertrek zien. Veel gezinnen blijven er bovendien voor lange tijd, de gemiddelde duur van de opvang is opgelopen tot bijna een jaar, blijkt uit de cijfers die het coa aan De Groene verstrekte.

De regering treedt het VN-Kinderrechten-verdrag – waarin geregeld is dat kinderen recht hebben op een ongestoorde ontwikkeling – met voeten. Meer dan duizend asielkinderen hebben een appèl gedaan op de definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen, waarin is bepaald dat asielkinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn recht hebben op een verblijfsvergunning. Dit is in oktober 2012 in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II opgenomen en in februari 2013 ingevoerd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt immers dat een kind na vijf jaar in Nederland zo geworteld is dat je het niet meer zonder schade aan te richten kunt uitzetten. Maar het kinderpardon voor ‘gewortelde’ asielzoekerskinderen blijkt een farce: 92 procent werd geweigerd. ‘De overheid heeft zoveel regeltjes rondom het pardon bedacht dat vrijwel ieder kind wordt afgewezen’, zegt Defence for Children in het artikel verderop in deze Groene.

Het kabinet ondergraaft dus zijn eigen regeling en kiest er bewust voor een hard beleid te voeren. Zo creëren we niet alleen een schaduwwereld van toekomstloze en getraumatiseerde kinderen, maar zijn we ook verantwoordelijk voor het schenden van internationale kinderrechten. Mensenrechten, dat waar Europa ooit zo trots op was, worden door dit kabinet rücksichtslos overboord gegooid.