Toekomstsatire

Jakob Arjouni
Chez Max
Uit het Duits (Chez Max, 2006) vertaald door Katja Hunfeld-Bekker
Signatuur, 143 blz., € 17, 95

Handig, een verhaal dat de wereld van 2064 overziet en een terugblik geeft op de halve eeuw die de lezer nog te gaan heeft. De Grote Bevrijdingsoorlog hebben we achter ons, die eindigde met een muur van zestigduizend kilometer, waarmee de Eerste Wereld, die van de vooruitgang, zich afschermt van de Tweede Wereld. Terwijl ooit de VS bezig waren het toenmalige Nabije Oosten te herordenen, een (ook moreel) preventieve onderneming, waren de twee andere wereldmachten, China en Europa, lekker bezig met hun economische groei. Amerika zakte af tot landbouwstaat. De twee grootmachten bepalen de nieuwe wereldorde van na 9/11. Tot zover bestaat de roman uit aangelengde krantenkoppen van nu (anno 2006). Aan Amerika herinnert, behalve wat namen voor grote bouwwerken, de veiligheidsdienst Ashcroft, vernoemd naar de laatste (snel vergeten) minister van Justitie, een fatsoensrakker die het idee van de preventieve misdaadbestrijding lanceerde: ‘Let’s crush the motherfuckers before they crush us.’ Nu het externe gevaar uit de wereld is geholpen, worden we nog voornamelijk door een interne vijand bedreigd. Ons wacht vijftig jaar terrorisme: de Keulse Dom weg, aanslag op de love parade van Belgrado, een atoombom op een buitenwijk van Moskou. Volop werk dus voor een geheime dienst.

Behalve toekomstsatire is dit boek van de om zijn detectives bekende (in het Duits schrijvende en in Frankrijk wonende) David Arjouni (1964) ook nog een roman, een beetje misdaadverhaal zelfs. Hoofdpersoon daarin is Max Schwarzwald, spion voor Ashcroft en daardoor de gelukkige bezitter van het Duitse restaurant Chez Max en een grote woning in het elfde arrondissement van Parijs. Hij is bereid om ‘zijn steentje aan de verdediging van de belangen en de normen en waarden van Europa bij te dragen’. Max is een niet al te slimme profiteur: eerst verraadt hij een vriend, die drugs (sigaretten) smokkelt, vervolgens probeert hij Chen Wu, zijn teamgenoot, als superterrorist te ontmaskeren met behulp van diens kritische uitlatingen. Chen is een collega met meer succes en ook een grotere bek. De rivaliteit beslaat tweederde van het boek en wordt op pagina 130 beslecht met een bijl, die al op pagina 111 in beeld kwam (het is zo’n slechte roman dat Hermans weer eens gelijk krijgt).

Aan het hele boek is kraak noch smaak, zelfs het Duitse restaurant wordt niet eens een leuke gag. En het beloofde zoveel: op de voorkant staat prominent een citaat, leesbaarder dan de titel: ‘De origineelste roman over de wereld na 9/11 tot nu toe’. Een politieke SF-satire, wat wil je nog meer?