Worstelende Wetenschap #13

Toen deze promovenda een fraudeur ontmaskerde, keken haar collega’s weg

De collega en co-promotor van promovenda Saskia Vorstenbosch bleek een groot deel van haar onderzoek bij elkaar gemanipuleerd te hebben. Alles waarop Vorstenbosch’ onderzoek was gebaseerd, was drijfzand gebleken. ‘Heel het wetenschappelijk raamwerk was er onderuit gevallen.’

‘Ik had kunnen doen of mijn neus bloedde. Of ik dat overwogen heb? Nee. Het klopte écht niet. Achteraf heb ik wel gedacht: het zou wel makkelijk zijn geweest. Het had een heleboel gedoe bespaard. Maar nee, ik heb er nooit aan getwijfeld.’

In de woonkamer van haar huis in een Brabants dorp zit Saskia Vorstenbosch. Het is inmiddels al weer ruim vier jaar geleden dat ze de wetenschap verruilde voor een baan bij het bijwerkingencentrum Lareb. Haar promotie-onderzoek had ze een paar maanden daarvoor al opgegeven. Alles waarop het was gebaseerd, was drijfzand gebleken. Haar collega en co-promotor, de Griekse Maria Fousteri onder wie ze werkte in het Leids Universitair Medisch Centrum, bleek een groot deel van haar onderzoek bij elkaar gemanipuleerd te hebben, had Vorstenbosch samen met een analist op het lab ontdekt.

Maar de Griekse bestiert nog gewoon een onderzoeksgroep in haar moederland, geen van haar artikelen is teruggetrokken, en Vorstenbosch verliet zonder bul het academisch onderzoek.

Voor Vorstenbosch was het allemaal begonnen in 2011. De Griekse, die destijds al een deel van haar tijd in eigen land werkte, was niet aanwezig en Vorstenbosch was bezig een presentatie te maken voor een congres in Rotterdam, waarvoor ze de resultaten van diverse experimenten doornam.

In het Leidse lab werd zeer fundamenteel onderzoek verricht, naar de reparatie van DNA-schade in menselijke cellen. Fousteri had haar eigen onderzoekslijn opgezet, waarbinnen ook Vorstenbosch werkte. Ze gebruikten een ingewikkelde techniek, die Fousteri zelf had toegespitst op het vakgebied en die ze in 2006 had beschreven en onderbouwd in het vooraanstaande tijdschrift Molecular Cell. ‘Al vaker had ik het gevoel dat de resultaten die ze presenteerde mooier waren dan ik me kon herinneren. Ze was ook selectief met het presenteren van resultaten. Het bekroop me dat we toewerkten naar het model dat ze in haar hoofd had zitten. Maar toen ze me de gegevens aanleverde voor de presentatie wist ik zeker dat het niet klopte. Toen ben ik gaan graven.’

Samen met de analist die voor Fousteri en Vorstenbosch experimenten uitvoerde, verzamelde ze alle gegevens van de laatste tijd. Met zijn tweeën begonnen ze erin te spitten. Eerst zochten ze naar resultaten van één bepaald eiwit, maar al snel merkten ze dat er veel meer mis was. ‘Er ging een beerput open. Er waren figuren omgedraaid, films van eiwitten meerdere keren gebruikt onder verschillende namen, op een gegeven moment werd het haast lachwekkend om weer een nieuwe manier te vinden waarop er gemanipuleerd was.’

Ze besloten hun bevindingen te tonen aan de hoogleraar die de onderzoeksgroep leidde, Leon Mullenders. Die reageerde heel laconiek en zei: ‘Nee inderdaad, dat klopt niet, maar dat is waarschijnlijk alleen maar het verfraaien van de resultaten geweest. Het doet de waarheid geen kwaad, dus dan is het geen probleem.’

Ze begon te twijfelen of ze niet overdreef en liet een ander staflid kijken naar de manipulaties. ‘Ook die concludeerde dat het echt zes stappen te ver ging.’

Op een gegeven moment riep Mullenders Fousteri op het matje. Daar zaten ze dan, Vorstenbosch, de analiste, Mullenders, het staflid en Fousteri in een kamertje. ‘Ik weet nog dat ik de nacht ervoor niet heb geslapen.’ Ze ging alles tien keer langs en vroeg zich keer op keer af: weet ik het echt zeker? In bed nam ze alle data en blaadjes er nog eens bij, tekende het uit. Maar het klopte gewoon echt niet. ‘Honderd procent zeker. Anders had ik het niet gedaan. En dan weet je ook: maar sorry, je bent nu echt te ver gegaan, dus het is terecht dat ik dit aan ga kaarten.’

Ze toonden een figuur op het computerscherm en vroegen of de Griekse die kon verklaren, waarop ze op haar laptop een powerpoint te voorschijn haalde met de betreffende figuur. Maar, zeiden de twee, waarom zit dit stukje dan gedraaid, en zit hier iets overheen geplakt? Door de powerpointfiguur te ontleden, viel niets anders te concluderen: hier was aan alle kanten geknipt en geplakt.

Nadat ze het kamertje hadden verlaten, kwam de Griekse huilend naar haar toe. Sorry, het was ook helemaal niet de bedoeling, had ze in lange uithalen uitgebracht. Weet wat je doet, want anders gooi je mijn naam te grabbel. ‘Het was echt een smeekbede, om alsjeblieft geen stappen te nemen. Of dat oprecht was? Ik weet het niet. Ze is iemand die heel goed weet hoe je iemand moet manipuleren.’

Na een maand of twee waren er nog steeds geen officiële stappen ondernomen. ‘Ik stapte naar de prof en zei: ik ga een officiële klacht indienen van fraude. Of ik doe het zelf, of we doen het gezamenlijk. Op dat moment besloot hij het toch wel uit zijn naam te doen. Maar ik merkte dat er vanuit hem geen echte trekkersrol zat.’

Er werd een speciale commissie aangesteld in het LUMC. Dat gebeurde behoorlijk ad hoc, want er was nog geen protocol voor. Ondertussen was het tweetal verder gegaan met het eigen speurwerk. Ze probeerden met andere experimentele technieken de experimenten te verifiëren, maar zonder succes. Ze bestudeerden labjournaals en oude scans van resultaten, duikelden een oude harde schijf op. ‘Ook bij de originele publicatie, uit 2006, zagen we, waren verschillende figuren meerdere keren gebruikt onder andere namen.’

Fousteri werkte toen al niet meer in Nederland. Voor haar verdediging werd ze zo nu en dan ingevlogen. De rest van de afdeling was op verzoek van de onderzoekscommissie niet op de hoogte gebracht, wat vreemde taferelen opleverde. ‘Ik kon geen resultaten aan mijn collega’s presenteren, maar ook niet vertellen wat er aan de hand was. Zij begonnen op een gegeven moment ook vraagtekens te plaatsen.’

Langzaam werden de collega’s steeds meer geïnformeerd. Zij waren het erover eens dat dit aangepakt moest worden, maar als ze zich ervoor konden hard maken of ermee te maken zouden krijgen, klonk het ‘ja maar ik kan me daar niet in mengen’ of ‘dat is niet aan mij’. ‘Ze wilden niet gerelateerd worden aan onderzoek waar iets aan kleeft.’

Voor Vorstenbosch werd het steeds duidelijker dat er van haar promotie-onderzoek niets meer over was. ‘Heel het wetenschappelijk raamwerk was er onderuit gevallen.’

Na anderhalf jaar kwam de commissie met haar conclusies. Mede doordat de door Vorstenbosch en de analiste verzamelde aanvullende bewijzen niet waren meegenomen, waren de conclusies voor Vorstenbosch onbevredigend. Het ging alleen over een geval van fraude dat nog niet gepubliceerd was, dus was er geen sprake van het terugtrekken van artikelen.

Ze ging bij zichzelf te rade: had ze nog zin om hier energie in te stoppen? Maar het feit dat er nog wetenschap lag, die in de literatuur te lezen was, die niet klopte, dat bleef steken. Het bleek mogelijk bij het landelijk orgaan wetenschappelijke integriteit van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) bezwaar te maken tegen de conclusies. Het dossier dat Vorstenbosch aanleverde overtuigde de KNAW-commissie dat er echt fraude was gepleegd en er een nieuwe onderzoekscommissie aangesteld moest worden door het LUMC.

Deze nieuwe commissie ging een stuk grondiger te werk dan de vorige. Een stuk of vijftien mensen werden gehoord, de harde schijf werd geanalyseerd door een extern bureau gespecialiseerd in pixelanalyses. Ze gingen niet over een nacht ijs: in juni 2016 kwamen ze met hun conclusie, die vernietigend was: het rommelde aan alle kanten, en Maria Fousteri, wier naam niet openbaar werd gemaakt, had volgens de commissie officieel ‘misconduct’ gepleegd. De commissie adviseerde een viertal publicaties van Fousteri, waaronder de originele uit 2006, terug te trekken uit de wetenschappelijke literatuur en bij een vijfde artikel zou dit ook op zijn plaats zijn.

Het probleem dat nu ontstond, was dat bij een aantal van die publicaties niet het LUMC, maar Britse instituten waarmee was samengewerkt in de lead waren. Deze instituten werden geïnformeerd, maar net als de hoogleraar zaten zij niet te springen om actie te ondernemen.

Doordat de commissie zo traag had gewerkt, was Fousteri in staat gesteld om die samenwerkingspartners te bespelen, zegt Vorstenbosch. ‘“Er is gerotzooid bij het LUMC”, beweerde ze, “ze twijfelen aan mijn resultaten maar er is een stagiair die heeft gerommeld. De experimenten klopten wel.” Ze heeft zich heel erg kunnen indekken. Omdat wij vanuit de commissie niet de vrijheid hadden om open kaart te spelen, konden we dat niet recht zetten.’

Nog altijd is er geen enkele publicatie teruggetrokken – ook die uit 2006 van Fousteri en Mullenders niet. Fousteri kreeg voor elkaar dat haar naam niet openbaar werd gemaakt (die werd later onthuld door een Duitse wetenschapsblogger), en dat onder meer het European Research Council, waar ze in 2012 een grote onderzoeksbeurs binnenhaalde, officieel niet werd geïnformeerd. Haar instituut in Griekenland, het Alexander Fleming Biomedical Research Center in het Griekse Vari, twintig kilometer ten zuiden van Athene, is officieel nog in beraad over haar positie, maar heeft nog altijd geen actie ondernomen.

Ook hoogleraar Mullenders krijgt er flink van langs in het tweede rapport. Hij zou zich te lang afwachtend en onkritisch opgesteld hebben en er zou in zijn lab een cultuur geheerst hebben waarin resultaten slecht werden gedocumenteerd, en weinig kritische discussies werden gevoerd over het verzamelen van onderzoeksresultaten of het controleren ervan. Mullenders is met pensioen en daarom geen hoofd van de betreffende afdeling meer, maar werkt als emeritus hoogleraar nog wel in het LUMC. ‘Hij had een heel goede band met Fousteri, ook tijdens het hele proces, dat heeft ook niet geholpen’, zegt Vorstenbosch.

Vier jaar na haar vertrek en een jaar nadat de commissie haar conclusies publiceerde, vertelt Vorstenbosch er ogenschijnlijk onaangedaan over. Als ze iets van emotie uitstraalt is het aan verbijstering grenzende verbazing.

Vorstenbosch had binnen met LUMC nog kunnen promoveren. Ook nadat duidelijk was geworden dat haar huidige project niet te redden viel, is vanuit het LUMC altijd gezegd dat ze er alles aan zouden doen om haar in nieuw promotietraject te helpen en te ondersteunen. Vorstenbosch: ‘Dat geloofde ik wel, maar in feite betekende dit dat ik opnieuw zou moeten beginnen. Bovendien ben ik inmiddels allang een andere weg met nieuwe mogelijkheden ingeslagen. Dus nee, dat zag ik niet meer zitten.’

Bij haar is vooral blijven hangen hoe individualistisch het uiteindelijk dan toch echt is en hoe alleen je er voor staat als je in zo’n situatie komt. ‘Mensen zijn niet geneigd om actie te ondernemen omdat het dan ook hun eigen naam zou kunnen schaden. Natuurlijk ik ben ook geschaad, maar moet ik daarom zeggen: ik laat het maar zoals het is, ik kijk stilzwijgend toe? Natuurlijk moeten er dan publicaties teruggetrokken worden, maar je wil je naam toch ook niet verbonden hebben aan iets waarvan je weet dat het niet klopt?’

‘Ik weet ook niet of het me in dank is afgenomen. Uiteindelijk is het gevoel bij velen: maar we worden er niet beter van. Dat vind ik een heel rare gedachte.’


Maria Fousteri reageerde wel op het verzoek om haar kant van het verhaal te vertellen, maar besloot er niet op in te gaan. Volgende week: de andere kant van dit verhaal, van hoogleraar Leon Mullenders.

Tips en reacties via devrieze@groene.nl. Hier vind je de Facebook-pagina. En discussieer mee via de Facebook-groep Worstelende Wetenschap.