Peter Delpeut

Toenemende constipatie

Peter Delpeut
Het vergeten seizoen
Augustus, 252 blz., € 18,90

Het is the end of the road. Pastoor Peters, hoofdpersoon van Peter Delpeuts (1956) eerste roman, Het vergeten seizoen, krijgt een parochie toegewezen ergens in het oosten van Holland, een stukje dat nauwelijks in contact staat met de rest van de wereld. Het is de tweede helft van de negentiende eeuw en de pastoor arriveert met een missie. Elke vrijdag, klokslag drie uur, ontvangt een meisje in het dorp de stigmata van Christus. Is het bedrog of een wonder?

Vanaf het eerste moment wordt duidelijk dat die vraag niet zomaar te beantwoorden is. De pastoor, elitair en ultramontaans, weet zich onbedoeld steeds meer van het dorp te vervreemden. De waarheid is niet relevant voor de dagloners; het brengt een beetje heiligheid in het leven, en wat extra geld in de zak.

En de pastoor heeft zijn eigen besognes. Het zijn allerlei menselijke, triviale zaken die hem steeds meer afleiden van zijn geloof. De zorg voor de dorpsidioot, de hereniging met een oude geliefde, zijn eigen toenemende constipatie. Met name de stoelgang is constant, penetrant, aanwezig. ‘De Achterstraat is op dit uur een open riool, de ochtendkak van dertien gezinnen stroomt daar uit naar de rivier. En vanochtend hebben die allemaal hun behoefte gedaan.’ Delpeut plaatst zijn pastoor in een decor van ranzigheid. Het is een ironische tegenstelling; de pastoor, vertegenwoordiger van het Hogere, kan niet ontsnappen aan het aardse.

Het vergeten seizoen is, zeker voor een debuut, een buitengewoon volwassen roman. De setting van het verhaal geeft de roman kracht. Wellicht is het Delpeuts achtergrond als cineast: met grote zorgvuldigheid heeft hij zijn decor getimmerd, dat typisch Hollands oogt, zonder de lezer om de oren te slaan met molens en brede rivieren die traag door oneindig laagland gaan. Sluiswachters passeren de revue, herenboerderijen, peperkoek. Als de pastoor in de winter de aartsbisschop in Utrecht wil bezoeken, legt hij de reis af op de schaats.

Maar volwassen betekent ook: weinig ruimte voor wuftheid. Delpeut heeft met zijn stijl zijn thema’s en karakters zo nauwkeurig uitgewerkt dat net die ene originele zin of dat onverwachte idee ontbreekt (alhoewel ‘ochtendkak’ nog onbekend klonk). Het is de interesse naar het verhaal achter de stigmata die je doet blijven lezen, de wetenschap dat de pastoor onherroepelijk in botsing gaat komen met zijn eigen geloofsgemeenschap. Want wat is een herder zonder kudde? Pastoor Peters moet, zoals op zoveel vragen, het antwoord schuldig blijven.