Toerisme en de trojka drijven Portugezen uit hun huis

Lissabon – Zoals alle straten in het stadshart is ook Rua do Carmo in twee, drie jaar van gedaante verwisseld. Zodra António Coelho zijn schoenenzaak uit loopt, begint de opsomming: ‘Hiertegenover had je oude overhemden- en hoedenwinkels, een bekend café, allemaal vervangen door souvenirs, een Burger King en kledinggiganten. Daarboven een hotel, boven mij een jeugdherberg – de tandarts, advocaat en kapper zijn verjaagd.’ Deze week sluit Coelho’s winkel, na 84 jaar. ‘De huisbaas verhoogde de huur van vijfhonderd naar zesduizend euro. Een Française vormt het om tot massagesalon voor toeristen; dit is mijn Lissabon niet langer, dus ik ben verhuisd.’

In 2012 liet de trojka – van EU, ecb en imf – de huurmarkt liberaliseren. Sindsdien is de eigenaar almachtig, hij mag mensen uit huis zetten voor een ‘grote renovatie’ – om er een hotel van te maken. Hij mag bevroren huren ontdooien en vervéélvoudigen – onbetaalbaar hoog – om de ‘vrijgekomen’ appartementen op Airbnb te zetten. Lissabon is in de mode, dit jaar meer dan ooit, en heel het centrum is een herberg – maar raakt tegelijk ontvolkt en ontzield. Destijds schreef de Europese Commissie ‘de zwakste groepen te beschermen’, maar dicteerde een wet die het tegendeel beoogt. Dwaal door Mouraria, de oude wijk van fado en armoede, lange tijd bijna afgegrendeld voor buitenstaanders, en óveral vind je toeristen en tuktuks en werklui die nieuwe huurhuisjes verbouwen. De duistere steegjes zijn ‘hip’ verklaard, veelal ontdaan van drugs en misdaad, en nu kopen zakenimperia panden op en passen de trojkawet toe. Oude weduwen, die Mouraria zíjn, verdreven ze naar een buitenwijk. Alleen de veertig bewoners van Rua dos Lagares 25 vertikten het te vertrekken, bespeelden de media en het stadhuis, wonnen vijf jaar respijt – waarna er alsnog een hotel zal komen. Appartementjes ertegenover zijn onlangs voor zes ton verkocht.

Overal slaat het grootbedrijf toe. Dat beseft Mané Figueiredo, sportschoolhouder in de buurt Baixa, sinds hij een lintje kreeg voor ‘dienst aan de gemeenschap’. Later die dag volgde een dwangbevel om binnen een maand te ontruimen. Hij belde de burgemeester, een socialist, die het lintje verstrekte. ‘Het spijt me’, antwoordde deze, ‘zakendoen gaat voor’. Figueiredo ontsteekt in woede: ‘Dit is mijn levensproject! Volgende week ben ik werkloos, zomaar, omwille van het duizendste hotel. “Daag me maar voor de rechter”, zei de ontwikkelaar. Begrijpt hij niet dat Lissabon zo aan zichzelf ten onder gaat?’