Fietsen met Nietzsche

Toerist of filosoof

Babs van den Bergh (red.)
Fietsen met Nietzsche. Filosofie voor op reis
Prometheus, 200 blz., € 12,50

Van oudsher denken filosofen tijdens het lopen; navolgers van Aristoteles heetten perpatetici, rondwandelaars. Maar tijden veranderen. Babs van den Bergh noemde de bloemlezing van filosofische teksten over reizen die zij samenstelde Fietsen met Nietzsche. Zelf lees ik die het liefst in de trein.

Van den Bergh onderscheidt vier relaties tussen denken en reizen. Filosofie is een geestelijke reis op zoek naar waarheid. Onderweg nemen we ‘standpunten’ in, raken we ‘de weg kwijt’ of boeken we juist ‘vooruitgang’. Sommige denkers zien reizen, de beweging of het aandoen van onbekende plaatsen, als een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan en de ontwikkeling van filosofische gedachten. Anderen zijn juist van mening dat denken het beste thuis gaat. Ten slotte is het ook nog mogelijk om te filosoferen óver reizen.

Deel één, over denken als reizen, start met een tekst over Aristoteles en een van Plotinus: mooi, maar relatief moeilijk. Hierdoor kan de lezer op het verkeerde been worden gezet. Fietsen met Nietzsche bevat namelijk ook toegankelijke stukken, zoals die van Connie Palmen, Michel Houellebecq en Alain de Botton. In deel twee lezen we filosofen die van mening zijn dat reizen het denken op gang kan brengen. Het tempo van de reis is daarbij belangrijk: vooral niet te hoog. Zo noemt Camus het vliegtuig ‘een der factoren van de moderne ontkenning en abstractie’: de mens meet zich de blik van God aan en wordt gewaar dat deze slechts een summier overzicht heeft. Meer inspiratie krijgen we door eenheidservaringen met de natuur, stelt Lemaire: wanneer we ons onderdompelen in water, lucht, aarde en de seizoenen. De kans hierop is het grootst als we ons te voet door het landschap begeven. Wandelen is bovendien een beweging die het denken stimuleert, omdat het tempo van ons lichaam dan overeenkomt met dat van onze geest, aldus Paul van Tongeren. Peter Delpeut en Marc van den Bossche fietsen liever. Denken zij sneller? Deel drie bevat teksten van Seneca, Aurelius, Xavier de Maistre, met zijn briljante reis door zijn kamer, en Connie Palmen. Zij schrijven niet over reizen, maar over thuisblijven. Over de rust, het gemak en het positieve effect op het denken hiervan.

Het laatste deel, denken over reizen, is weinig prikkelend. Het onderscheid tussen reizigers en toeristen is duidelijk: de eersten gaat het om ‘het contact met de onbekende werkelijkheid’, de laatsten nemen genoegen met ‘een stukje warme zee in Spanje’. Wie noemt zich toerist en wie reiziger en hoe authentiek moet een nieuwe ervaring zijn om als zodanig te worden ervaren? Natuurlijk rijst de vraag of beide soorten reizigers niet op de vlucht zijn – voor zichzelf bijvoorbeeld.