Toeristen

‘Geniet van de zomer en sla een Nederlandse toerist in elkaar’, is het motto van de jongste campagne die ik in Frankrijk al een paar weken van de grond probeer te krijgen. Zo ben ik hard bezig kerngroepen en actiecomités in de Ardèche, de Dordogne en de Provence samen te stellen om ervoor te zorgen dat iedereen klaarstaat als straks de grote invasie uit het noorden begint.

Het toerisme - het maakt absoluut niet uit wat voor soort: zon-, seks- of drugstoerisme - brengt altijd veel overlast met zich mee. Horden luidruchtige vreemdelingen nemen massaal bezit van je vertrouwde omgeving, bevuilen bezopen of spuitend je portiek en verstoren het ecologisch evenwicht van je buurt.
Het valt alleen niet mee om mijn landgenoten warm te krijgen voor mijn actie. Fransen zijn individualisten en het blijkt keer op keer verre van eenvoudig hen de Nederlandse organisatiestructuur bij te brengen. Ze kunnen nog geen straat afzetten, autobanden doorprikken of voertuigen insluiten.
Toch is het van wezenlijk belang dat in de strijd tegen de overlast die toeristen veroorzaken, Fransen zich op Nederland blijven oriënteren. ‘Het poldermodel’, een moderne term die is uitgevonden om het verouderde en oubollige begrip 'gidsland’ te vervangen, hoeft niet uitsluitend op economisch gebied te worden toegepast maar geldt ook voor immateriële kwesties als het terroriseren van toeristen.
Fransen kunnen met name van het Rotterdamse Spangen nog veel leren. In deze buurt kunnen bijvoorbeeld Franse of Belgische onderdanen door grote menigten van goed georganiseerde autochtonen letterlijk in hun auto worden gehakt en ingeblikt zonder dat er in het land een haan naar kraait.
Dit heeft verschillende redenen. Een Franse toerist die een Rotterdams dealpand aandoet, is een makkelijke prooi: als verslaafde is hij doorgaans zwak en misselijk, vies en voos, en zo'n vreemdeling die geen woord Nederlands spreekt, wordt door de ras-Nederlander als een soort Untermensch gezien. Je kunt hem meppen en stompen, trappen en schoppen, aan zijn haar trekken, zijn gezicht trimmen of zijn geslachtsdelen hardhandig met je schoenen bewerken, hij zal zich niet verzetten maar hooguit iets roepen als 'Stop, stop, ça fait mal’, wat niemand hier trouwens verstaat.
Zijn auto kun je vanzelfsprekend tot het laatste moertje slopen, er bestaat geen risico dat de ongewenste vreemdeling een klacht bij de plaatselijke politie indient. Er is ook geen enkel gevaar dat de ene of andere gesubsidieerde antiracistische groepering zich over zijn lot ontfermt. Een Franse narco-toerist is per definitie Frans en dus geen Turk of Marokkaan, zelden een zwarte of een vrouw. Niemand interesseert zich voor hem en hij wekt geen medelijden op, hoogstens uitgezonderd een wereldvreemde dominee.
Bovendien is het veel makkelijker om hem als doelwit te kiezen dan bijvoorbeeld een grote drugsbaron, Van Vondel en Langedoen of een straatdealer. In Nederland krijgen drugsbaronnen sapfabrieken en gouden handdrukken of een eigen programma op de televisie.
Wat de straatdealers betreft: die zijn veel te link, georganiseerd, hard en gemeen en dienen iedere actie van buurtbewoners onmiddellijk van repliek: hondenpoep door je brievenbus of een steen door het raam van je slaapkamer. De Franse toerist gooit niet met drek. Hij heeft niets anders geleerd dan te incasseren en doet nooit wat terug.
Vanzelfsprekend maak ik geen onderscheid tussen een Nederlandse wijntoerist die lallend en kotsend de Franse boulevards in de zomer onveilig maakt en een Franse drugstoerist die zijn heroïnespuit in een Rotterdams steegje achterlaat. Een toerist is een toerist en tussen lucratief alcoholparadijs Frankrijk of narco-staat Nederland weiger ik te kiezen. Wel is het zo dat tot nu toe de zon- en wijntoerist met zijn aanzien van verbrande kip op meer tolerantie kon rekenen. Toch brengt de Franse narco-ganger die zijn verjaardag à Rotter komt vieren, ook heel wat geld in het laatje van het Nederlandse bedrijfsleven. Ik hoef alleen maar in de avondwinkel op de Mathenesserdijk mijn late koopjes te gaan halen om te constateren dat al die luxe auto’s, scooters en dure merkkleding dank zij het geld van landgenoten geproduceerd en aangeschaft wordt.
Met een van verwachting vervuld hart hoop ik dat mijn actie 'Sla een Nederlandse toerist in elkaar’ wel zal slagen. Van Annie Verdoold, de Jeanne d'Arc van de Spangense kerngroep, heb ik geleerd dat je niet alle vreemde toeristen tot moes hoeft te stampen. Een paar hier en daar is voldoende en 'dan blijft de rest wel weg’.
Dan hou je een zee van tijd over om, bijvoorbeeld, de verdraagzaamheid in ere te herstellen door bevrijdingsdag uitbundig te vieren.