Toeschouwertheater

Kraakverse popcorn naar binnen werken, knisperende chipszakjes opentrekken, een blikje cola leegslurpen. Deze genoegens zijn voorbehouden aan het bioscooppubliek en aan de thuisblijvers voor de tv. Voor de theaterzaal zijn ze te luidruchtig. Daar moet een rolletje pepermunt met de grootste behoedzaamheid worden afgerold, en bijten op de snoepjes kan alleen als er op het toneel hard wordt geschreeuwd of als er een muziekje klinkt. Anders kan je een boze blik verwachten van zo'n braverik als ik. Muisstil behoor je te zijn als het toneel daar om vraagt.

Groot is bij de meeste mensen dan ook het enthousiasme als dat eens een keertje niet hoeft. En als er eenmaal van de strenge gedragscodes wordt afgeweken, ligt de baldadigheid onmiddellijk op de loer. Dat bleek maar weer bij twee voorstellingen op het Victoria-festival, dat afgelopen week plaatsvond in Gent. Gulzig werd er gegraaid uit de bakjes met chips en frisdrank die rondgingen voor aanvang van Beo TV. Lekker vies doen met een blikje tv-worstjes. En dan asociaal onderuitzakken op de bank.
Beo TV was een van de projecten op het festival waarvoor jonge makers volledig de vrije hand hadden gekregen. En omdat bij Victoria theater iedere mogelijke vorm kan krijgen, kon het gebeuren dat het publiek werd onthaald in een ruimte vol schreeuwende televisies, allemaal op een ander kanaal. Voor ieder toestel was een gezellige zithoek gecreeerd, met een zacht lampje en een tafel met een asbak. Vreemd om ineens met wildvreemden in een huiskamer te zitten. Maar heerlijk om op een kunstfestival ineens door het huiselijke tv-gevoel te worden omarmd. Toch was de baldadige sfeer die bij binnenkomst ontstond, heel snel verdwenen toen het programma begon. Beo TV was een parodie op een avondje gevarieerde tv. Met een paar heel geestige items, zoals ‘De Verborgen Camera’. Vanachter een struik waren mensen gefilmd die wat doelloos heen en weer liepen, tot een van hen recht op de camera afliep en riep: “Ik heb hem gevonden!” Maar het niveau van de items daalde gestaag, tot het programma net zo flauw werd als Studenten TV op de Amsterdamse kabel. De bezoekers in de huiskamer werden almaar stiller en ongemakkelijker. Ik voelde me bovendien bekeken door een van de makers van Beo TV die mij vanuit het halletje precies kon zien zitten.
Precies het omgekeerde gebeurde bij de theatrale installatie Van weg naar omweg van de Gentse beeldend kunstenaar Honore d'O. Daar was de maker niet (opvallend) aanwezig en voelden de bezoekers zich steeds vrijer. Er was dan ook geen televisie die de blik van de toeschouwers opeiste. Er was ook geen programma dat tot het einde toe moest worden bekeken. Er was niet echt een einde, de voorstelling was afgelopen als je zelf de ruimte verliet. Net als bij Beo TV stond er hier een aantal zetels klaar, die kriskras door de ruimte waren neergezet. Die stoel bood de toeschouwers de ingredienten waarmee zij zelf de gebeurtenis konden inrichten. Biertjes en frisdrank plus een opener, een handje noten met een kraker, pen en papier om notities te maken, een tekstfragment om te lezen en wat losse pepermuntjes. Aan de voet van de zetel bevond zich een aantal handvatten. Daarmee kon je papieren rolgordijnen laten zakken. Die gordijnen bleken precies tussen de stoelen te hangen, zodat er langzamerhand muurtjes ontstonden die de toeschouwers het zicht op elkaar ontnamen. Maar een belangrijk detail: je kon alleen maar de gordijnen bij een ander laten zakken, niet die bij je eigen stoel!
De geluiden van de toeschouwers, die in het theater en het museum de kunst zo vaak verstoren, zijn hier een onmisbaar deel van het kunstwerk. Niet voor niets lag er een zware steen met handvat bij wijze van notenkraker naast de stoel. Al had de kunstenaar waarschijnlijk een meer ingetogen compositie voor ogen dan de herrie die het publiek afgelopen donderdag produceerde. Een groep studenten domineerde de vroege 'voorstelling’, en liet de tegenkant zien van de zee van vrijheid die dit bijzondere project het publiek gaf.