Toets voor toets

Een goed kunstwerk is nooit orthodox. Het is nerveus en humeurig. En rusteloos. Zoals het grijs van Günther Förg.

Het gedicht begint ermee dat Goethe een gordijn wat ziet bewegen: Der Vorhang schwebet hin und her/ Bei meiner Nachbarin. De woorden van deze sierlijke waarneming deinen in de stilte van de bladzijde. Wat gebeurt is allereerst een beeld – omlijst is als een raam. Gewiss sie lauschet überquer,/ Ob ich zu Hause bin. Zij is aan de overkant. Hij kijkt terug in de hoop dat er tussen die twee gevoelens gaande zijn. Daarom zou zij misschien naar hem loeren. Maar: Ich seh’, es ist der Abendwind,/ Der mit dem Vorhang spielt.

Small afbeelding1kopie
Günther Förg, Ohne Titel, 1990. Doek, acrylverf, 265 x 176 cm; © Stedelijk Museum Amsterdam

Het is maar een kleine anekdote die hier zo stil in scène wordt gezet als een stilleven. Ook daar was Goethe goed in: in het zien van dingen waar gewoonlijk overheen wordt gekeken. Weinig maar ontging deze Augenmensch. Hij schreef het op omdat hij plezier had in dat kijken. Ik lees hem graag, vanwege dat plezier. Deze waarneming (in dit gedicht dat Selbstbetrug heet), en de eenvoud ervan had ik in mijn hoofd toen ik een schilderij uit 1990 van Günther Förg weer eens tegenkwam nadat ik het bijna twee jaar niet gezien had. Het is een staand formaat van strak gespannen linnen dat eerst grijs geschilderd is. Dat is gebeurd met een kleur grijs met een toon geel erin waardoor het verticale grijze oppervlak er zacht uit ging zien. De streken kleur zijn resoluut van boven naar beneden gezet. Gestage halen met de kwast zijn het – hoofdzakelijk rechte armbewegingen maar ook met scheve afwijkingen waardoor er streken over elkaar terechtkwamen. Elke streek heeft ruwweg de lengte (en duur) van een ferme haal met de kwast naar beneden. De kleur werd vrij dun opgebracht. Het grijze oppervlak maakt daarom een los gekwaste transparante indruk. Vervolgens heeft Förg op het grijs naar de randen toe nog twee strak verticale banen groen geschilderd. Dat donkere groen is helder. Ik denk ook aan zwartgroen.

De Förg hoorde thuis midden in de didactische strategie waar ik in geloofde

Dit schilderij is in zijn intentie zeker abstract. Zo heb ik het gezien toen het in 1993 in de collectie van het Stedelijk Museum terechtkwam. Maar die abstractheid had (net als bij Kurt Schwitters) een geschiedenis in het eigenzinnige Duitse expressionisme. Die schilderijen waren zwaar en ruw van kleur waardoor ze donker leken en stug in hun vormgeving. In de collectie was hun plaats als iets anders naast minimal art. Op die plek hoorde de Förg thuis – midden in de didactische strategie waar ik in geloofde. Tegenwoordig heet dat visie. Maar nu, met voor ogen het zwevende gordijn in Goethe’s gedicht, begon ik de verticale banen groen ook te zien als spijlen van een raam waar doorheen ik in een duister interieur van schaduwen kijk – en waarin, in die vallende en donkergrijze vegen van de kwast, mijn kijken aan het dwalen ging. Intussen bleef het werk abstract en zonder titel.

Small schwitters 2004.1.0032def
Kurt Schwitters, Zonder titel (Om de kern van de zaak), 1941. Linoleum, hout, olieverf, 104,5 x 91 cm © Stedelijk Museum Amsterdam

Nochtans kwam er op en in het schilderij toch een vertelling op gang. Want op het linnen oppervlak, dat altijd blanco begint, zien we sporen van schildergebaren en van kleuren die elkaar kruisen en zich met elkaar verbinden. Zo ontstaan er op het eerst roerloze vlak suggestieve bewegingen: die laat het schilderij zien – zo wordt toets voor toets het beeld vastgelegd dat vertoond wordt als het beeld klaar is.

Op dat moment, als het goed is, zien we iets wat nieuw is bedacht en gemaakt. Zolang het ding bestaat blijft het onveranderd en hetzelfde. Dat maakt een kunstwerk uniek. Tegelijkertijd zal het er, in de omstandigheden van tijd en omgeving, steeds anders uitzien en een andere indruk maken. Een goed kunstwerk is nooit orthodox. Het is, als een mens eigenlijk, nerveus en humeurig. De kunst is altijd in beweging. Het schilderij van Förg is, door de strakke banen groen die het grijs vasthouden, een streng beeld. Maar het grijs is ook rusteloos. Het schilderij van Schwitters, ondertussen, ziet eruit alsof de compositie eerst van de hoekige vormgeving is afgeleid van de assemblages die hij eerder maakte. In Engeland werd het werk economischer. Hij ging schilderijen maken met droge olieverf en met een kwast. Zo kon hij rond gebogen vormen en heldere kleuren complexer maken en tegelijk overzichtelijk in de rechthoek van het schilderij. Alles stimmt, aber auch das Gegenteil. Dat zei Schwitters – omdat kunst maken vooral vrij moest zijn van welke dwang dan ook.