Tokyo

Dank zij de uitvinding van het modem kan ik mijn kolom op dezelfde tijd als anders inleveren. Net terug uit Madrid, moest ik naar Tokyo. Ik zit daar nu, het is maandag, een jetlag heb ik dank zij mijn gewone onregelmatige leven niet.

Het makkelijke van deze twee reizen is wel dat ik niet hoef te wisselen van sjaal, petje en kleding. Ik heb de Ajax-spullen gewoon niet gewassen en trek ze morgen gewoon weer aan. Het is hier fantastisch. Een glaasje pils kost achttien gulden, maar daar had ik op gerekend, dus dat kan ik aan. Een kopje espresso kost trouwens twaalf gulden, dus wat maakt het uit? Als ik maar lol heb.
Als iemand mij vroeger voorspeld zou hebben dat ik op latere leeftijd zou zingen in een vliegtuig, zou schreeuwen in een stadion, zou juichen en schelden, me ordinair zou gedragen in vreemde steden, kortom, een gemiddelde voetbalfan zou worden, zou ik het niet hebben geloofd. Ik denk dat de isolatie van de alleenstaande en de daaropvolgende eenzaamheid hebben gemaakt dat ik onbewust een drang had om weer te integreren. En dan heb je een groep nodig om je mee te identificeren, om in op te gaan, om erbij te horen. En reken maar dat ik erbij hoor.
Echt vandalisme heb ik me nog niet in begeven, maar als ik terug ben en ik zie een spiegelruit op een woensdag, sta ik niet voor mezelf in.
Is het u trouwens opgevallen dat er minder vergaderingen zijn op woensdagavonden dan vroeger? Als u soms een vaste vergadering hebt op woensdag die ’s middags begint en soms tot diep in de avond duurt, zet hem op de voetbalwoensdag en plotseling zijn er geen agendapunten meer voor de avond.
Groeten uit Tokyo. ‘We are the champions!’
Ik ben er schor van.