Tolstojs laatste adem

Jay Parini

Het laatste station

Uit het Amerikaans (The Last Station. A Novel of Tolstoy’s Final Year, 1990) vertaald door Bart Kraamer en Aukelien Weverling
Meulenhoff, 318 blz., € 18,90
Lev Tolstoj
De dood van Ivan Iljitsj (1886)
(Opnieuw) uit het Russisch vertaald door Arthur Langeveld

Meulenhoff, 109 blz., € 16,90

Oorlog en vrede heb ik hier een jaar of wat geleden besproken, omdat het wel eens aardig was een boek als nieuw te lezen dat iedereen van naam kent en misschien maar weinigen helemaal hebben uitgelezen. Dat is niet nodig, was mijn bevinding, omdat het op de helft, zo’n achthonderd pagina’s, wel gedaan is en je je de moeite van de rest kunt besparen door de ongeveer even lange en ook onlangs vertaalde oerversie te lezen. De novelle De dood van Ivan Iljitsj kun je niet bespreken, niet meer als nieuw althans. Het is wellicht het meest gelezen en door sommigen – August Willemsen bijvoorbeeld, nawoordschrijver bij de vorige vertaling – ook meest gewaardeerde boek van Tolstoj. Om eerlijk te zijn: ik had het nooit gelezen. Tot kort voor het einde, dus voor de befaamde slotpagina’s – ‘die drie dagen durende, onophoudelijke schreeuw’ – wist ik niet of het een satirisch verhaal was of niet.

In de Russische literatuur is een Meneer Doorsnee geen zeldzaamheid. Ivan Iljitsj, een van de drie zonen van een ‘geheimraad en nutteloos lid van talrijke nutteloze instanties’, alsof laksheid erfelijk is, leidt een gemakkelijk en aangenaam leventje, als student, daarna als ambtenaar wiens carrière op een sukkeldraf een stijgende lijn vertoont. In elk geval begint het verhaal nogal ontluisterend met de reacties van collega’s op het bericht van Iljitsj’ dood. Zij vragen zich stuk voor stuk af welke gevolgen het voor hun carrière zal hebben, terwijl de weduwe vooral wil weten wat de staatskas haar toebedeelt. Het huwelijk was navenant, wat niets afdeed of zelfs deel uitmaakte van het vervelende feit dat alles in het leven van Iljitsj gebeurde zoals het hoorde. Er is een kink in de kabel voor nodig om twijfel te zaaien die tot de conclusie leidt: ‘Ik heb niet geleefd zoals het moet’, alles één leugen. Zoals het hoorde was dus niet ‘zoals het moest’ in de zin van ‘had moeten zijn’, nogal een omslag; des te vreemder dat alle getob en gepieker Iljitsj niet één zinnige gedachte oplevert.

De kink was een kneuzing die meneer opliep bij het inrichten van zijn nieuwe huis. Tot het eind denk je met een ingebeelde ziekte te maken te hebben. Maar hij gaat wel dood, Iljitsj, der dagen zat, al is hij maar 45; en drie etmalen non-stop schreeuwend, maar wel met een gepaste laatste gedachte. Het is afgelopen, zegt iemand aan zijn oor; hij herhaalt de woorden – en dat wordt een intrigerend zinnetje: ‘De dood is afgelopen, zei hij bij zichzelf. Die is er niet meer.’ Waarna hij zijn laatste adem uitblaast.

Die laatste pagina’s worden letterlijk geciteerd in een roman van een Amerikaanse polyhistor. Die roman gaat, zoals de ondertitel aangeeft, over het laatste jaar van Lev Tolstoj, de grootste schrijver van Rusland of van het Westen, zoals om de haverklap gezegd wordt. Letterlijk is niet helemaal waar. Je kunt zien hoe goed de nieuwe vertaling van Langeveld is als je hem legt naast de passage zoals die in deze roman geciteerd wordt_._ Daar hoefden de vertalers ook geen Nederlandse vertaling voor te gebruiken, want Parini zegt in zijn nawoord uitdrukkelijk dat hij weliswaar gebruik gemaakt heeft van alle dagboeken die betrokkenen schreven – waarbij hij het voordeel had dat iedereen in de stichtelijke omgeving van Tolstoj wel iets schreef over de grote intellectueel en ziener – maar dat alle citaten door hem ‘verengelst’ zijn, een wat rare formulering voor een bijna onvermijdelijk procédé. Voor de figuur Tolstoj zoals Parini hem portretteert had hij een bijpassende intonatie en dictie nodig. In de novelle heeft Iljitsj het over het leven dat hij had nagelaten; in de roman heet hetzelfde ‘het ware’, geen gering verschil.

Daarmee is meteen de methode van Parini gekenschetst. In elk hoofdstuk laat hij een van de kernfiguren op het landgoed Jasnaja Poljana aan het woord, wat betekent dat hij citeert uit wat zij geschreven hebben. Tolstoj zelf, wiens dagboeken meteen werden overgetikt door toegewijd personeel, maar die hij ook in zijn laarzen moest verstoppen om ze aan het oog van zijn gade te onttrekken. Veelvuldig komt deze Sofja Andrejevna aan het woord, zij 66 en Lev 82. Op enkele uitzonderingen na, waar zij er net iets genuanceerder vanaf komt, is zij een helleveeg; paranoïde en hysterisch volgens een beroemde arts; bedilziek, hebzuchtig (azend op de auteursrechten) en konkelefoezend; ten slotte een naar de vijver rennend vat vol haat. Zij is vooral gebeten op de seniele verliefdheid van ‘de grootste Russische schrijver’ op zijn rechterhand Tsjestkov, als moeder van dertien kinderen beledigd door zijn voorliefde voor mannen.

Haar happy hour beleeft de feeks wanneer ze Tolstoj in een luxe treinwagon op zijn laatste station inhaalt. Als hij haar weer eens in zijn papieren hoort graaien, vertrekt hij eindelijk maar moet vanwege ziekte uitstappen, waar hij in het huis van de stationschef van Astopovo zal sterven. Hij is doodsbang haar ooit nog eens te zien. En dan duikt toch nog eens haar gezicht op voor de ruit van zijn sterfkamer. Hopelijk heeft hij haar niet meer gezien toen zij nog één keer tot hem wist door te dringen.

Het einde is het klapstuk. Om het sterfhuis verzamelt zich een internationaal circus van honderden journalisten en zelfs filmmensen. Van de roman is onlangs een film gemaakt met Anthony Hopkins als Tolstoj. Aan het mediacircus anno 1910 heeft Ken Kalfus in zijn roman Het commissariaat voor verlichting nog een hoofdstuk gewijd. Het slot van de roman van Parini is zelf ook behoorlijk spectaculair, mede dankzij het genoemde slothoofdstuk uit De dood van Ivan Iljitsj, van de hand van Tolstoj zelf.

Het is geen slecht idee geweest van Meulenhoff deze twee boeken vrijwel tegelijk uit te brengen, gelukkig zonder uitleg. Maar curieus is het wel, hoe het eind van het leven van de schrijver, althans in de roman, een bijna woordelijke herhaling werd van het bijna 25 jaar ervoor beschreven einde van een romanfiguur. Overigens heeft de Tolstoj in de roman over pijn, lijden en dood evenmin iets zinnigs te melden als Ivan Iljitsj. Bij z’n gezond is Tolstoj ook niet zo’n grote denker. In de aantekeningen van anderen en de geciteerde brieven en dagboeken manifesteert hij zich vooral als een gesmeerde spreukenleverancier. En verder is het een en al geroddel, gekuip, achterklap, gekoeioneer in de tolstojaanse gemeente, het utopische experiment Jasnaja Poljana.