Tom Lanoye schrijft Boekenweekgeschenk 2012

Vanavond start de 77ste Boekenweek met het traditionele Boekenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Medium bw12 geschenk 200

Quizvraag: noem de drie Belgische schrijvers die Tom Lanoye voorgingen als auteur van het Boekenweekgeschenk. Antwoord: Hubert Lampo (1969), Marnix Gijsen (1978) en Hugo Claus (1989). En dit jaar dus Lanoye, de grote Vlaming.

‘De meest relevante Nederlandse schrijver’, kopte De Groene ooit, potentieel hysterisch, bij het verschijnen van Zwarte tongen in 2002, het slotdeel van zijn Goddelijke monster-trilogie waarin hij de ondergang van naoorlogs België in een familietragedie goot. Iemand die de complete literatuur beoefent: essayist, dichter, toneelschrijver en -speler. Alleen al op basis van Het goddelijke monster had hij de eer van het Boekenweekgeschenk kunnen verdienen, maar met zijn veelgeprezen memoires over de dementie van zijn moeder, Sprakeloos (2009), drong Lanoye zich nog eens naar voren als een schrijver die even intellectueel als populair/persoonlijk kan schrijven. De ideale kandidaat dus (misschien ook nog eens een long overdue goedmakertje, nadat een cpnb-directeur hem, toen hij het openingsprogramma van het Boekenbal verzorgde, had aangekondigd als ‘Tom Lanoj’; misschien dat daarom op de heruitgaven van zijn romans ‘[lanwa]’ staat, als ruggensteuntje voor de Nederlandse lezer) en toen bekend werd dat hij in 2012 aan de beurt was, ging de spreekwoordelijke golf van verlichting door de literaire kringen. ‘Eindelijk weer een echte schrijver.’

Dat is niet helemaal fair: Lanoye valt weliswaar al snel in een hogere literaire orde dan Geschenkschrijvers als bijvoorbeeld Abdolah, Krabbé, Giphart en Japin, maar de laatste vijftien jaar kwamen de jaarlijkse geschenken ook van de handen van Enquist, Mulisch, Rosenboom en Palmen. En dan moet je concluderen dat bijna niemand, misschien met uitzondering van Mulisch’ complexe en toch speelse Het theater, de brief en de waarheid (2000), een novelle schreef die iets nieuws vertegenwoordigde in zijn of haar oeuvre, meer dan slechts een proeve van bekwaamheid, meer dan een destillaat van wat al bestond.

Ook Tom Lanoye niet, aanvankelijk. Heldere hemel is een verhaal dat op Lanoye’s karakteristieke manier bomvol is gestopt met details, petites histoires en observaties die vlees blazen op het broze skelet van zijn novelle. Het is een soort verteldrift die zich meester maakt van de auteur, waarin hij alles dat hij kan bedenken driftig op de lezer afvuurt. Over de Russische piloot, wiens vliegtuig in de nadagen van de Koude Oorlog onbemand op België af koerst, nadat hij met zijn schietstoel eruit is gelanceerd, die uit de Krim komt: ‘Die droge, zonnige parel van de Oekraïne, verloren gelegd in de Zwarte Zee. Dat fabelachtige schiereiland met zijn verrassend mediterrane stranden, bekroond met hotelpaleizen van vóór de Oktoberrevolutie. Pompeuze gezondheidsmausolea uit de Russische belle époque, thans voor de ene helft bouwvallig, voor de andere helft verbouwd in een verkeerde stijl.’

Over de vader van Navo-chief of staff Clark Rogers, die met zijn vinger op De Knop het sovjetvliegtuig in de gaten houdt: ‘Een zoon van mij, had hij gefezeld - de hand van Rogers drukkend, voor het laatst, verzwakt, maar toch met de innigheid van de trotse verwekker - een zoon van mij is geen vergadermietje. Ik ken jou, jongen! Jij bent niet gelukkig ginds. Of all places: Belgium? Geef het maar toe!’

Of over het meubilair van Vera van Dyck, de bedrogen echtgenote, die haar deursloten laat vervangen zonder te beseffen dat de langzaam neerstortende straaljager door het luchtruim heen op haar zolder afstevent: ‘Die antieke chaise longue daar? Daarop heb je je door Walter in diverse standjes laten nemen, in het eerste jaar nadat hij werd aangeschaft. Kostte een stevige rib uit het lijf, maar Walter wilde hem per se, dus kwam hij er. Na afloop van elke vrijpartij vielen jullie er steevast op in slaap.’

Je kunt stellen dat alle informatie die Lanoye in zijn petites histoires propt op een bepaalde manier relevant is: de sovjetplioot groeide arm op tussen de rijken in de ‘hotelpaleizen’ van de Krim en ging de luchtmacht in om zich te bewijzen, het angstbeeld van de zoon als ‘vergadermietje’ verklaart de triggerfinger van Clark (en stelt Lanoye in staat zijn terugkerende thema aan te kaarten: de lulligheid van het land België), de chaise longue herinnert Vera aan haar vrijpartijen met Walter wanneer zijn nieuwe minnares daarop plaatsneemt. Maar het gaat zo snel (op zo weinig bladzijden, het inherente probleem van het Boekenweekgeschenk) dat het niet als iets wezenlijks beklijft.

Dat beklijven doet Heldere hemel pas in de vlammende dialoog tussen de bedrogen Vera en de bedriegster Carla, die de helft van de novelle in beslag neemt. Hier zie je de allrounder die Lanoye is: zijn proza rust op een dialoog als uit een toneelstuk, waarin de twee vrouwen elkaar proberen te doorgronden, elkaar aanklagen en willen ondermijnen in de strijd om Walter. Dit is de meerwaarde van ‘de echte schrijver’ Tom Lanoye.


Tom Lanoye
Heldere hemel
Een uitgave van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 92 blz. (geschenk)