Kindertoneel en dyslexie

Toneel

De voorstelling 5 Geen sprookje door Huis aan de Amstel (voor iedereen vanaf 12 jaar) is gemaakt volgens het procédé van de strandjutter: je sjokt na een storm over het strand en sprokkelt alles bij elkaar wat de zee aan ogenschijnlijk waardevolle spullen heeft prijsgegeven. Het was een wat prozaïsch strand waar de theatermakers overheen banjerden: de omgeving van het August Allebéplein in Overtoomse Veld, een wijk in Amsterdam-West waar de toekomstloze architectuur van een paar bouwkundige criminelen en de troosteloze mentaliteit van enkele radeloze stadsplanners elkaar helemaal hebben gevonden: wie hier binnentreedt late iedere hoop varen! De theatermaker die denkt hier inspiratie op te doen, moet van goede huize komen en de machinerie van de fantasie flink laten werken. Deze theatermakers deden dat niet. Zij hielden steeds hun jas aan (want dat schijnt iedereen daar te doen) en belden elkaar voortdurend op een meegebracht mobieltje, want, aldus bedenker en regisseur Liesbeth Coltof, als je over straat sterft biedt zo'n onbenullig ding «houvast en een gevoel van veiligheid. Je krijgt het gevoel dat mensen aan je denken, dat je bestaat».
Hmm, hmm, ja, ja, zo, zo. Zij scharrelden in zeven weken wat rapteksten en toevallige ontmoetingen bij elkaar, voegden daar uit hun boekenkast gelazerde sprookjes en teksten (Brechts lied Mijn zoon) aan toe, en dachten vervolgens dat ze een voorstelling hadden. Dat echter is een groot en ernstig misverstand. 5 Geen sprookje ademt vooral de zoetig-dichterlijke odeur van rijkeluiskinderen die op een lugubere hangplek zijn beland en die daarover ’s avonds in hun aangenaam warme kamertje zo mooi in hun poesiealbum kunnen schrijven. Ze hebben elkaar grappig bedoelde namen gegeven (Ploeg, Rots, Dons, Zomer en Zwart Zand) en spreken elkaar toe met hoopvol bedoelde teksten als: «Ik zeg niet wat ik denk/ Dat gaat niemand wat aan/ Iedereen heeft zijn geheimen/ Dingen die niemand weet/ Iedereen doet dingen/ Die niemand mag zien/ Ik weet niet waarom/ Maar het is zo/ En dat is maar goed ook. Of niet?» Of stellen elkaar intelligent bedoelde vragen als «Hebben jullie de laatste tijd nog iets meegemaakt waarvan je denkt: hè
ja, nou leef ik?»

De vijf acteurs van Huis aan de Amstel, die echt wel wat kunnen, staan hopeloos en hulpeloos onder hun niveau te stuntelen en beginnen in de loop van deze vertoning steeds meer te lijken op de sociaal werkers van wie er eentje met verve verrot wordt gescholden. Tegen het eind slepen ze een enorme voorraad plastic huisraad het toneel op dat ze volkomen overbodig (het spul was al brandschoon) beginnen af te wassen. Wij, ik bedoel het publiek, mogen meehelpen met afdrogen. Lang leve de fraternisering tussen het zooitje ongeregeld van het August Allebéplein! Ik kreeg er een beetje de smaak van een dood vogeltje van in mijn bek en kon alleen nog maar denken: leesblinde zwervers, verdwaald in de woestijn van de verworpenen der aarde, als jullie echt helemaal niks te melden hebben, hou dan gewoon je mond - na deze eerst grondig te hebben gespoeld.

De voorstelling 5 Geen sprookje van Toneelgroep Huis aan de Amstel is nog tot in juni te zien in Amsterdam.
Inlichtingen en speellijsten: 020-6229328.