Toneel treurig coc-toneel met rode tepels

Toen de stukken van William Shakespeare in wereldpremiere gingen (tussen 1590 en 1610), werden de rollen van vrouwen gespeeld door mannen, beter gezegd: door mooie, fragiele jongens. Het publiek accepteerde dat - wat heet: de boy actors waren in Shakespeares dagen razend populair. De Engelse bard speelde met dit verschijnsel in sommige van zijn teksten ook een spel: een meisjespersonage (gespeeld door een jongensacteur) verkleedt zich noodgedongen als jongen, een andere vrouw in het stuk (ook gespeeld door een jongensacteur) wordt op die jongen hopeloos verliefd. Fictieve verwarring gestapeld op de verwarring van de toeschouwer. De bron hiervoor lag in een officieel verbod voor vrouwen om toneel te spelen. De stedelijke overheid van Londen zag theater als prostitutie. Trouwens ook als ziekte: bij iedere pestepidemie werden de theaters gesloten.

Het Noord Nederlands Toneel (NNT) speelt Shakespeares Othello nu in een bezetting van louter mannen. ‘Zoals in Shakespeare’s tijd gebruikelijk was’, vertelt het persbericht. Ja? En? Hoezo? Waarom? Geen verklaring vooraf.
Dan maar het motief in de voorstelling ontdekken. Een scene. De zwarte krijgsheer is op Cyprus aangekomen. Hij was daar voor een klus, die de natuur voor hem heeft geklaard: de Turken, tegenstanders van Venetie, zijn door de zeegolven verzwolgen. Othello - een rol voor de slordig zwart geschoenpoetste Rogier Schippers - heeft nu alle tijd voor zichzelf. En voor zijn lief, Desdemona - gespeeld door Patrick Deleu, gekleed in een jurk die zijn fragiele jongenslijf pal onder de fel rood geschminkte tepels bedekt. Desdemona omhelst Othello. En graait daarbij gretig in diens bilspleet. Ho! Wat zijn we hier aan het doen? COC-toneel uit de jaren zeventig? Geen idee.
Volgende voorbeeld. Laatste bedrijf. De door jaloezie getergde Othello smoort Desdemona onder een kussen. Daarna zakt zijn broek op de knieen. Hij neukt het ontzielde lichaam van zijn lief. Wij kijken naar de slordig zwartgemaakte maar fraaie bilpartij van Othello. Waarom deze lelijke demonstratie van necrofilie? Okee, Othello heeft het gezegd: 'Ik maak je eerst dood, daarna bemin ik je.’ Maar waarom dit zo letterlijk vertoond? Opnieuw: geen idee.
Othello is het drama van de blanke vaandrig Jago. Die speelt met iedereen. Zonder aanwijsbaar motief - het spel zelf is zijn motief. Hij houdt ervan andere mensen te zien lijden. Deze Jago (Dries Vanhegen) speelt bij zijn eerste opkomst al zijn kaarten uit. Hij is erg kwaad. Maar waarover? En op wie? Opnieuw: geen idee. Zijn cruciale monoloog ('I hate the Moor’) is geschrapt. Ook Jago’s vermoeden dat Othello met zijn vrouw Emilia heeft geslapen, sneuvelde in de bewerking.
Dat kan allemaal. Maar wat blijft er dan over om te spelen? Weinig. Afgunst over de willekeur van meerderen: Jago is gepasseerd in een promotie. Maar precies dat motief moffelt Shakespeare nonchalant weg. Daarover gaat het die duivelse Jago niet. Hij wil vernietigen; het vernielen van een 'nobel’ individu geeft hem een kick. Een destructief kunstwerk wil hij scheppen. Niks van gezien in deze voorstelling. Jago wordt hier getoond als een opgewonde standwerker. En Othello? We nemen zijn slordig opgebrachte schmink voor lief. En we zien een Antilliaanse bouwvakker, die wat grof gebekt is, en onhandig rondwandelt in zijn roodfluwelen operakostuum. Deze Othello heeft niks van de gepassioneerde man, voor wiens meeslepende verhalen Desdemona definitief valt.
Verdomme, het wordt niks met deze Othello. En ik had er zoveel van verwacht. Ik reis nieuwsgierig naar Groningen af, om de freudiaanse en jungiaanse fantasieen van Karst Woudstra te zien neerdalen op deze tekst, omdat ik een ontmoeting wil zien tussen Lars Noren en William Shakespeare. Wat maak ik mee: Othello als treurig patronaatstoneel. Met een modern trekje: rood geschminkte tepels van twee jongens die vrouwen moesten spelen. Dat avontuur eindigde in zielloze armoede.
In heel Nederland te zien tot eind mei