TELEVISIE The Sopranos (seizoen 6)

Tony is back

Tony Soprano is back in business na ziekenhuisopname. Het valt niet mee: fysiek niet de oude en op het werk loopt het ook niet naar wens. Jennifer Melfi, zijn psychiater, vertrouwt hij toe dat voor zijn gevoel de ondergeschikten minder respect tonen sinds terugkeer. Melfi knikt: alfamannetje weg geweest van de rots, dus gezagsvraag. Wat voor haar een constatering is, is voor hem een les: de pikorde moet hersteld. Dus beukt hij voor de ogen van de capo’s zijn nieuwe chauffeur in elkaar omdat die de ijskastdeur te hard dichtgeslagen zou hebben, wat niet zo is.
Het is meesterlijk gedaan in scenario, spel en regie: Tony moet zich oppompen om het fysiek maar ook psychisch aan te kunnen. Want het mag berekening zijn, zonder adrenaline en woede die van gespeeld in echt moet overgaan heeft hij de kracht niet. Het lukt, maar na afloop hangt hij bloed kotsend boven de wc. Hoe lang duurt het voor hij deze machtsstrijd – of die met FBI of het noodlot – verliest? En komen wij dat te weten aan het eind van deze reeks 6 – de allerlaatste, verdomme?
Ik zou het aan mijn dochter kunnen vragen, want ook hier speelt een generatiekloof: de oude man volgt het aflevering voor aflevering wanneer het de Vara belieft die uit te zenden, waarbij het heilloze twee-op-één-avond-systeem het genot in weken gemeten halveert. De jongelui, die nooit zelfs maar één aflevering hadden gezien, leenden dvd’s van reeks 1, raakten prompt verslaafd en werkten in marathonsessies de hele handel door. Wat net zo’n kick zal zijn als die wij als studenten ervoeren toen we Wagners Ring in een weekend op grammofoonplaten erdoor jasten. Een niet oneerbiedige vergelijking, want The Sopranos, dat is eliteklasse op het gebied van tv-drama: de arena die van de maffia in de VS, de thema’s dezelfde die alle grote tragedies, komedies, romans, speelfilms en opera’s aansnijden. En altijd weer gaat het over moraal en ethiek, normen en waarden. Die van Amerikaans-Italiaanse boeven, die van de kijker. Of het nu om een jongen gaat die in een sjiek restaurant een petje op heeft dat van Tony af moet ‘omdat het hier geen honkbalstadion is’ (de jongen weet niet wat de kijker weet: petje ophouden is levensgevaarlijk), om religie, of om homoseksualiteit – thema van aflevering 6.
Want Vito Spatafore, familievader in het bezit van een maîtresse en een van Tony’s beste en trouwste mensen, is op verdachte plaatsen en in compromitterende situaties gesignaleerd. Hij ruikt onraad en slaat op de vlucht. De stellingnames van zijn collega’s inzake ‘wat met Vito te doen’ variëren van uitstoten tot wurgen en zijn pik afsnijden. Maar Tony worstelt ermee. In één en hetzelfde gesprek met Melfi noemt hij homoseksualiteit in één adem ‘disgusting’ maar Vito een van zijn beste mensen, realiseert hij zich voor even ‘a strict Catholic’ te zijn en zegt ‘voor je het weet naaien we honden’; maar geeft hij ook toe dat het hem eigenlijk niks kan schelen en dat volwassenen zelf moeten weten wat ze achter gesloten deuren met wederzijdse instemming uitspoken.
En in de gevangenis? vraagt Melfi fijntjes. Daar heb je ontheffing, antwoordt hij. Mooi geregeld, zegt Melfi. En Tony haast zich te zeggen dat hij maar kort in de bajes zat – ze mocht eens denken. Tony’s probleem is eigenlijk imagoschade en kapitaalverlies als niemand meer met Vito wil werken: de moderniteit heeft hem aangeraakt maar die botst met oeroude taboes van zijn clan en daaruit voortvloeiende zakelijke belangen. Zo actueel als wat. Wie The Sopranos niet kent is dief van zijn eigen levens- en kunstgenot. Duik gewoon in de lopende reeks. Dikke kans dat u eindigt met dvd-marathonsessies, bij voorkeur in goed gezelschap.

The Sopranos. Vara. Zaterdag, Nederland 3, 22.15 – 24.00 uur