Tony snapt het niet

Het is een pijnlijke constatering: als je jong bent, kun je het gevoel hebben dat je gevangen bent in een kooi, wachtend tot je wordt losgelaten op het echte leven. Dan, als dat moment is aangebroken, zou het leven, zou de tijd zelf zich versnellen. Een groots en meeslepend leven moest het worden, een leven zoals dat van een roman personage. En dan, als je de middelbare leeftijd hebt bereikt, moet je inzien dat het leven al lang begonnen was toen je jong was. Dat je eenmaal losgelaten alleen maar in een veel grotere kooi zou belanden en de tijd niet sneller maar langzamer zou gaan. Een leven als een roman figuur, dat was helemaal een illusie geweest.

Medium julian barnes

Julian Barnes laat zijn verteller Tony Webster al aan het begin van zijn compacte roman Alsof het voorbij is tot het inzicht komen dat, hoezeer je ook smacht naar seks en boeken en anarchie, er geen moment is waarop het leven écht gaat beginnen. En dat literatuur fictie is en échte levens zelden lijken op die van romanpersonages, die drama’s beleven en een betekenisvolle karakterontwikkeling doormaken.

Het heeft natuurlijk iets behoorlijk ironisch, een roman schrijven waarin je een hoofdpersoon presenteert die wel droomt van literatuur maar te gemiddeld en te bang is om een literair leven te leiden. Die zich afvraagt of karakter zich wel ontwikkelt in de loop van de tijd. ‘Misschien is karakter net zoiets als intelligentie’, bedenkt hij zelfs, ‘met dat verschil dat karakter zijn piek iets later bereikt: zeg tussen de twintig en de dertig. En daarna zitten we gewoon vast aan wat we hebben.’ Een hoofdpersoon die het grootste deel van zijn leven al achter de rug heeft en aangeeft dat hij toen hij achter in de twintig was al erkende dat zijn hang naar avontuur als een nachtkaars was uitgegaan. ‘Ik zou nooit de dingen doen waarvan ik als puber had gedroomd. In plaats daarvan maaide ik het gras, ging ik op vakantie, leefde ik mijn leven.’

Medium hh 11801991

Dat moet wel een bloedeloos boek opleveren, kun je denken, een intellectuele exercitie over de verhouding tussen literatuur en werkelijkheid. Alsof het voorbij is is inderdaad een essayistische roman te noemen, waarin wordt gereflecteerd over de betrouwbaarheid van de geschiedenis en preciezer: het geheugen, over het waarheids­gehalte van literatuur en over de vraag of het denken het leven vormgeeft of, omgekeerd, slechts een wapen is om het leven goed te praten. Maar bloedeloos is de roman geenszins. Tony mag een middelmatig man zijn, iemand die uit vredelievendheid (dat is goedpraten achteraf) dan wel uit lafheid (dat nadert de waarheid eerder) de stormen uit de weg ging, ongewild wordt hij er uiteindelijk toch mee geconfronteerd.

Alsof het voorbij is begint met een milde, berustende terugblik op het leven. Tony herinnert zich zijn schooltijd en het driemanschap dat hij vormt met twee even verwachtingsvolle, misschien zelfs pedante klasgenoten die er niet voor terugschrikken hun gesprekken te doorspekken met verwijzingen naar Wittgenstein, Orwell, Baudelaire en Dostojevski en termen te gebruiken als ‘Weltanschauung’ en ‘Sturm und Drang’. Hij herinnert zich hoe Adrian Finn zich bij hen voegt, een jongen die nog intelligenter en serieuzer is dan zij zelf zijn, en hoe zij naar zijn vriendschap dingen. Hij gaat studeren aan de universiteit van Bristol, krijgt daar een heus vriendinnetje, Veronica, naar wie hij broeierig verlangt, maar verder dan infra-seks (veel opwinding en gefriemel maar nooit de daad) komt het niet met haar. Ze geeft hem vooral het gevoel dat hij tekortschiet; de relatie loopt dan ook op niks uit.

In zestig pagina’s heeft Tony zijn levens­verhaal verteld. Hij kreeg een baan, niet een heel geweldige. Hij trouwde en had een rustig huwelijk dat uitliep in een rustige scheiding. Met zijn dochter gaat het goed, hij heeft kleinkinderen. ‘En dat is toch een leven, niet?’ eindigt hij lauw. ‘Wat verdiensten en wat teleurstellingen.’

Maar dan volgt er een tweede deel, waarin een aantal dramatische gebeurtenissen die Tony wel heeft weergegeven in zijn levensverhaal, op laconieke toon, alsof het allemaal lang geleden is en niet zo belangrijk, een pijnlijke wending krijgt. Er was een zelfmoord, van ene Robson, een klasgenoot die een meisje had zwanger geschopt. Er waren gesprekken tussen de vrienden over zijn daad en Adrian die met Camus stelde dat zelfmoord het enige grote filosofische probleem is. Er was een brief, van Adrian, die Tony liet weten dat Veronica en hij verliefd op elkaar waren geworden. En er was de zelfmoord van Adrian, die in zijn afscheidsbrief een filosofisch betoog afstak over ‘een existentieel geschenk’ dat hij geweigerd had. Tragisch wilde Tony dat niet noemen, eerder filosofisch consequent.

In het tweede deel wordt het comfortabele beeld dat Tony van die drama’s heeft gevormd, wordt het comfortabele beeld van zijn hele leven onderuit gehaald. ‘Geschiedenis is de zekerheid die ontstaat op het punt waar de gebreken van de herinnering en de onvolkomenheden van de documentatie samenkomen’, zei Adrian ooit tijdens een geschiedenisles. Het is een zin die Tony zich, onder de indruk, memoreert. Maar wat in de les nog een opmerking is van een briljante leerling wordt later een schrijnende waarheid. Tony beseft meer en meer hoe gebrekkig zijn herinnering is: ‘Hoe vaak vertellen we ons eigen levensverhaal? Hoe vaak stellen we het bij, verfraaien we, laten we handig dingen weg?’ En de documentatie krijgt hij niet (volledig) in handen.

Tony komt in het tweede deel weer in aanraking met Veronica, die even nukkig en neerbuigend is als hij zich haar herinnert. ‘Je begrijpt het gewoon niet’, bijt ze hem toe. ‘Je snapt het nog steeds niet. Je hebt het nooit gesnapt en je zult het nooit snappen.’ Ze wrijft hem dat zo in dat hij even overweegt van het zinnetje zijn grafschrift te maken: ‘Tony Webster – Hij heeft het nooit gesnapt.’ Als lezer ben je ondertussen veel meer van de grillige Veronica gaan begrijpen en zie je in dat het geruststellende bouwwerk dat Tony van zijn leven heeft gemaakt in een ruïne is veranderd. Hij snapte er inderdaad niets van, van het leven. Julian Barnes snapt het wel, die heeft een fijnzinnige en aangrijpende roman geschreven over een niet-romanesk personage.


Julian Barnes, Alsof het voorbij is. Vertaald uit het Engels door Ronald Vlek. Atlas, 158 blz., € 18,95

Foto Julian Barnes courtesy Graham Jepson / Writerpictures