Top-21 van de 21ste eeuw

Als voorschot op de Boekenweek (10-20 maart) vroeg De Groene Amsterdammer literatuurkenners hoe zij over de roman in de 21ste eeuw denken. Tevens werd gevraagd naar het belangrijkste boek. Dichters & Denkers presenteert: de Top-21 der 21ste eeuw.

Medium boekvdweek

Misschien wel meer dan ooit zijn de Boekenweken de laatste jaren momenten van bezinning. Op festivals en in boekenbijlagen wordt nog eens de roman bezongen en wordt stilgestaan bij de toekomst van de literatuur. Want zoals alle gedrukte media is de roman onder druk komen staan. De overaanwezigheid van internet zorgt voor te veel concurrentie. Niemand heeft nog geduld voor ‘trage media’. Ontlezing, dus? Nee, zeggen anderen, er worden meer boeken verkocht dan ooit. En niet alleen pulp scoort, ook hardcore literaire werken als Knielen op een bed violen en De welwillenden halen recordverkopen. Maar, brengen hoogleraren dan in, de positie van de roman in het publieke debat is zienderogen achteruitgegaan (professor William Marx in Frankrijk); mensen lezen nog wel, maar ze lezen allemaal hetzelfde boek (Dirk van Weelden). En schrijvers proberen zich tot dat debat te verhouden, zeggen weer andere hoogleraren, ze laten de puur literaire romankunst varen om meer geëngageerde boeken op de markt te zetten en zo wel relevant te blijven (professor Thomas Vaessens in Nederland). Onzin, zeggen schrijvers dan vlug (Kees ‘t Hart in zijn Kellendonklezing), ik doe wat ik doe en bemoei je met je eigen zaken.

De tijd zal leren of dit een overspannen debat is geweest. Het is een onmiskenbaar feit dat alle kunstvormen onder druk zijn gezet door de opkomst van de nieuwe media, maar even onmiskenbaar is dat het laatste decennium de romankunst bloeit in handen van een serie meesterschrijvers (Ian McEwan, Philip Roth), terwijl bijna elk jaar wel experimentele, dikke romans een groot publiek halen (Jonathan Littell, Roberto Bolaño, W.G. Sebald).

Zoals Zadie Smith in een essay (verderop afgedrukt) schrijft: hoe het debat over de roman zich ook ontwikkelt, en hoe vaak mensen ook zeggen hun geloof in fictie te verliezen, elk decennium verschijnen er wel een stuk of tien romans die bewijzen dat het genre niet dood is. Dat vers bloed blijft stromen. Dat literatuur iets van betekenis blijft zeggen over wie wij zijn.

De Groene Amsterdammer wilde daarom onder de Nederlandse literatuurkenners polsen hoe zij over de roman in de 21ste eeuw denken. We schreven meer dan zestig schrijvers, publicisten, uitgevers, academici en recensenten aan. Meer dan veertig vulden de enquête in. De resultaten zijn in dit nummer te lezen, concreet gemaakt in een Top-21 van de 21ste eeuw.

De deelnemers vroegen we vijf romans te noemen die zij beschouwen als belangrijkste, meest invloedrijke romans van het afgelopen decennium. We vroegen niet naar hun mooiste boek of hun ontroerendste leeservaring, maar uitdrukkelijk naar het volgens hen belangrijkste boek. Hoewel bijna honderd titels werden genoemd, tekende zich snel een rijtje favorieten af. Wij turfden het aantal keren dat een titel werd genoemd en daar rolde een duidelijke ranglijst uit. De hekkensluiters, nummers 21 en 20, haalden ten minste drie stemmen, de nummer één maar liefst veertien. Wanneer twee titels evenveel stemmen kregen, gaven we voorrang aan de schrijver van wie er ook nog andere titels waren genoemd. Zo eindigden The Road van Cormac McCarthy en Saturday van Ian McEwan op een gelijke plaats, maar kreeg Saturday voorrang omdat van McEwan nog twee andere titels werden genoemd (On Chesil Beach en Atonement), tegenover slechts één titel van McCarthy (No Country for Old Men). Er was geen notaris bij betrokken.

Gereageerd hebben: Graa Boomsma, Hans Bouman, Geert Buelens, Eva Cossee, Yra van Dijk, Margot Dijkgraaf, Elsbeth Etty, Marjolijn Februari, Arjen Fortuin, Oscar van Gelderen, Patricia de Groot, Arnon Grunberg, Kees ’t Hart, Kristien Hemmerechts, Joke J. Hermsen, Stefan Hertmans, Arnold Heumakers, Auke Hulst, Lisa Kuitert, Alle Lansu, Dirk Leyman, Job Lisman, Dries Muus, Cyrille Offermans, Gustaaf Peek, Sander Pleij, Annette Portegies, Henk Pröpper, Marja Pruis, David van Reybrouck, Daniël Rovers, Jann Ruyters, Rob Schouten, Allard Schröder, Xandra Schutte, Fleur Speet, Pieter Steinz, Daan Stoffelsen, Arie Storm, Jeroen Vullings en Christiaan Weijts.

We hebben ook een aantal literaire uitgevers en hun redacteuren bij de enquête betrokken, omdat het ons erom ging een beeld te krijgen van de waardering van de verschillende spelers in het literaire veld. Van literaire uitgevers mag worden verondersteld dat ze liefde voor en kennis van hun handelswaar hebben. Sommige van hen gaven desondanks te kennen liever niet mee te doen aan de enquête, omdat ze zich te zeer belanghebbende voelden. Anderen deden wel mee, maar vroegen ons hun lijstje niet vrij te geven; weer anderen stuurden hun lijstje in en trokken zich er weinig van aan of de schrijvers in hun fonds zaten of niet.

Behalve naar de persoonlijke top-vijf vroegen we ook naar de ontwikkelingen die worden waargenomen in de literatuur, in Nederland en daarbuiten. Op een enkeling na gelooft iedereen dat de roman als populaire en belangrijke kunstvorm de 22ste eeuw zal halen (Hans Bouman: 'De mens is het dier dat verhalen vertelt’), al worden ook de nodige kanttekeningen geplaatst. Kristien Hemmerechts schreef dat waar in de negentiende eeuw een democratisering plaatsvond als het ging om het lezen van romans, er nu een democratisering plaatsvindt in het schrijven van romans; iedereen doet het. Er verschijnen meer romans dan ooit. Dat betekent meer stemmen en thema’s, maar vaak ook vervlakking van literaire en stilistische normen. _NRC-_criticus Arnold Heumakers ziet een ‘steeds verdergaande vervaging tussen literatuur en pulp’, wat hij wijt aan de ‘voortgezette democratisering van de westerse wereld, vooral van zich blijkgevend in het onderwijs, waarbij het laagste gemiddelde altijd domineert’.

De vervlakking wordt door veel respondenten waargenomen, vernieuwende experimenteerdrift verliest het van de conventionele ‘well plotted’ verhalen, zo is de algehele opinie. Dit heeft te maken met de bestselleritis die in de boekwinkels heerst: de enorme categorie mensen-die-wel-eens-een-boek-lezen wil waar voor haar geld en kiest massaal voor de bestseller van het seizoen. Het gevolg is, schrijft Job Lisman, hoofdredacteur van uitgeverij Prometheus, dat schrijvers zich zenuwachtig gaan maken en gaan proberen ook een bestseller te schrijven - wat weer ten koste gaat van originaliteit, stilistische brille, experimentele romans et cetera.

Diverse respondenten wijzen op de concurrentie die is ontstaan door de kwaliteitsslag die tv-series de laatste jaren hebben gemaakt. Zo antwoordde Geert Buelens, hoogleraar letterkunde aan de Universiteit Utrecht: ‘Het zal voor een romanschrijver niet gemakkelijk zijn om even radicaal te zijn als Family Guy, even geraffineerd antropologisch en sociologisch als The Wire, even politiek en educatief als The West Wing, even “diep” als Six Feet Under.’

Maar hoe zit het met de thematiek van romans, hun inhoud? De tijd van de grote psychologische of filosofische romans is voorbij, zeggen velen, net als de puur esthetische roman. Wat nu relevant lijkt, is toch de actualiteit. Steeds vaker gaan fictie en non-fictie een alliantie aan, en steeds sterker sijpelen de angst voor terrorisme en de zorg om migratie en milieu door in de literatuur. De botsing tussen culturen door de globalisering is een dankbaar thema. Veel romans gaan over ‘De Ander’. Voorzover ze hen niet in hun top-vijf hadden opgenomen, noemde het gros van de respondenten hier de onvermijdelijke oeuvres van Ian McEwan, Philip Roth en Michel Houellebecq.

Engagement dus? Zien we hier het gelijk van de zo verguisde hoogleraar Thomas Vaessens? Ten minste één geënquêteerde beschreef de terugkeer van het maatschappelijk debat in literatuur, en sloot af met: ‘Overigens schrijf ik dit zonder mij achter Thomas Vaessens te scharen.’

Arme Vaessens. Vorig jaar verscheen zijn studie De revanche van de roman, waarin hij aan de hand van een analyse van het werk van een aantal Nederlandse schrijvers tot de conclusie kwam dat schrijvers, willen ze een rol van betekenis (blijven) spelen in het publieke debat, in hun proza steeds meer maatschappelijk engagement zullen moeten vertonen. Sterker nog, zei hij in een interview met De Groene Amsterdammer, hij vond engagement belangrijker dan mooischrijverij. Het leverde hem een stortvloed aan commentaar op, in verscheidene media vroegen critici zich af hoe je jezelf letterkundige kunt noemen als je niet geïnteresseerd bent in het intrinsiek literaire van literatuur.

Op basis van deze lijst moet je concluderen dat de lezer engagement ook waardeert. Het gros van de titels pretendeert heel expliciet, en heel zelfbewust, iets te zeggen over de tijd waarin we leven, van Tirza tot Saturday, Casino en Kalme chaos. Voorzover er historische romans op de lijst staan, gaan die over de Tweede Wereldoorlog, wat op zijn beurt weer hét intellectuele onderwerp van de twintigste eeuw was, en nog steeds een onvermijdelijk thema.

Lof van recensenten of nominaties voor literaire prijzen lijken nergens garant voor te staan. Niemand noemde Joe Speedboot of Caesarion van Tommy Wieringa. Niemand noemde Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Niemand noemde Tom Lanoye of Willem Jan Otten. Slechts een enkeling noemde Cees Nooteboom of Connie Palmen. Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, Art. 285b van Christiaan Weijts, Boven is het stil van Gerbrand Bakker, Het onverwachte antwoord van Patricia de Martelaere of Over de liefde van Doeschka Meijsing werden genoemd, maar haalden de lijst niet.

Het was bovenal buitenlandse literatuur wat de klok sloeg. Op de eindlijst staan vijf Nederlandse romans tegenover zestien buitenlandse, waarvan negen Engelstalig. Sowieso noemden veel respondenten hoofdzakelijk buitenlandse boeken, sommigen zeiden zelfs geen Nederlandse te kunnen bedenken. De grootste afwezige is de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee - diverse geënquêteerden noemden Disgrace, maar deze stamt alweer uit 1998 en telt dus niet mee. Vaste habitués van de Nobelprijs_-shortlist_ als David Grossman en Amos Oz kregen te weinig stemmen.

Terug naar wat er wél op de lijst staat. Het resultaat is te lezen op de volgende bladzijden.