Economie

Topdit, topdat

In columns die ik vorig jaar voor Foliaweb schreef heb ik meermalen universiteits­bestuurders gehekeld vanwege hun geile onderworpenheid aan de Topsectorenzotteklap van Verhagen en de prestatiecontractenwaanzin van Halbe Zijlstra. Nog op 12 juni maakte ik mij vreselijk boos om de afwezigheid van vreugdevuren na de val van het kabinet der Filistijnen.

Hoe bestonden mijn meerderen het om op 4 mei, twee weken na het verscheiden van ­Rutte I, vol trots een Profielschets van de UvA naar Halbe te sturen? Waarom tekende mijn baas voor een bullshitdocument waarin het onderzoek van onschuldige onderzoekers schaamteloos dienstbaar werd gemaakt aan die bespottelijke Topsectoren?

Zo vond ik tot mijn grote verrassing mijn eigen academische bankenkritiek terug bij de Topsector Hoofdkantoren die – o ironie – onder leiding stond van diezelfde geniale bankier die SNS Reaal in 2006 had opgezadeld met de corrupte vastgoedboedel van ABN Amro, die momenteel zo prominent figureert in de onvolprezen VPRO-serie De ontmaskering van de vastgoedfraude. ‘Waarom die profielschets en prestatieafspraken aan Halbe opgestuurd en niet een verregende hondendrol of een rottende haring’, zo schreef ik in de tietenkonttaal die nou eenmaal hoort bij een studentenblaadje.

Een half jaar later komt het antwoord – sort of. De bestuursvoorzitter van de Universiteit Utrecht – de mij onbekende Bert van der Zwaan die eind vorig jaar CDA’er Yvonne van Rooij is opgevolgd, die ik, godbetere ’t, ooit in een speech de looien zin heb horen uitspreken dat Utrecht Science Park stond voor Unique Selling Point… Van der Zwaan dus pleitte vorige week in zijn nieuwjaarstoespraak voor slow science: kwaliteit in plaats van kwantiteit, beter in plaats van meer. In het lijstjesgeweld dat de afgelopen jaren alleen maar groter was geworden, dreigden docent en onderzoeker maar vermalen te worden. Meer geld dus van de overheid, aldus Bert.

Ook al was het, zonder bronvermelding, gejat van Dick Pels, die al in 2003 schreef over ‘unhastening science’, en ook al mondde het zoals altijd in bestuurlijke nieuwjaarstoespraken uit in een verzoek om meer staatspoen, de roep om langzame wetenschap markeert wel degelijk een breekpunt met de taal van wantrouwen jegens eigen werknemers waarin universiteitsbestuurders de afgelopen jaren grossierden. Want de tot vervelens toe herhaalde wensdroom om topdit, topdat, topzus, topzo te worden, was natuurlijk een grote litanie over het geringe ambitieniveau, de hemeltergende luiheid, de godgeklaagde zelfgenoegzaamheid van het eigen onderwijzende en onderzoekende personeel. Hoe was een Harvard aan de Amstel, een Princeton aan de Dom, een Yale aan de Waal mogelijk met zulke lijntrekkers? Die ribfluwelen eikels hebben geen idee van de internationale veranderingen die op til zijn en die ik, hemelbestormende bestuurder, met mijn eersteklas ticket, mijn corporate credit card, mijn Balkenende-plus salaris, met eigen ogen in India, China, Brazilië heb mogen aanschouwen.

Godzijdank heeft ook mijn eigen baas, Dymph van der Boom, het licht gezien. Weg zijn de potsierlijke lijstjes, de topdromen, de zelfmasturbatie. In plaats daarvan was haar nieuwjaarstoespraak een rede uit het boekje – mijn boekje welteverstaan. In een kleine tien minuten maakte zij gehakt van zowel het Topsectorenbeleid als van het idee dat universitair onderwijs eerst en vooral nuttig zou moeten zijn. Wat zijn sectoren nou helemaal in een wereld van grote economische turbulentie? Heeft het überhaupt zin om van gefixeerde sectoren te spreken als productienetwerken zich steeds meer geografisch over de aardkloot verspreiden? En zo nog een paar zinnen door – en hop! daar lag de kop van Verhagen.

Maar ook: weten wij nu wat de expertise gaat zijn waar toekomstige generaties over moeten beschikken? En als het antwoord nee luidt, moet er dan niet veel meer aandacht zijn voor een breed scala aan kritische en analytische sleutel­vaardigheden die toekomstige generaties in staat moeten stellen de nieuwe combinaties en associaties te maken waaruit de oplossingen voor de problemen van morgen worden geboren?

In de woorden van Van der Boom: ‘Veel van de kwaliteiten die van overheidswege geprezen worden – ondernemerschap, managementvaardigheden, teamwork, het effectief toepassen van specifieke technische vaardigheden – zijn niet de primaire kenmerken waar het bij academische vorming om draait (…). Als ik zo aan het begin van het nieuwe jaar een wens zou moeten formuleren voor onze studenten zou ik het anders zeggen. Ik zou willen dat onze studenten “competente rebellen” worden.’ Hulde! Prachtig – ik zou het zelf gezegd kunnen hebben. En toch knaagt er iets: hoe kan het monster van mei in januari zo’n prachtige engel baren? Is dit cosmetica of bekering? Helaas heb ik daden nodig om het te kunnen geloven…