Topgeheim

DE BINNENLANDSE Veiligheidsdienst leverde slecht werk, maakte domme fouten en ging herhaaldelijk zijn boekje te buiten. Dat is de conclusie die politicoloog Giliam de Valk trekt in zijn onlangs verschenen studie De BVD en inlichtingenrapportages. Dit weinig florissante beeld geldt volgens De Valk vooral voor de periode vóór 1990, het jaar waarin de dienst werd gereorganiseerd na een vernietigend, goeddeels geheim rapport van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix.

Maar de reorganisatie van de BVD lijkt niet veel effect te hebben gehad op de kwaliteit van de inlichtingenanalyses. Anonieme bronnen wisten De Valk te vertellen dat rapportages over de terrorismedreiging naar aanleiding van de Golfoorlog en de crisis in ex-Joegoslavië te laat verschenen en te vaag waren. ‘Bewaak alles’, was bijvoorbeeld de onuitvoerbare boodschap van het Golfoorlog-rapport. Bovendien waren de rapporten zo geheim dat ze niet terechtkwamen bij de mensen die ermee moesten werken. De Valk kon hier echter geen wetenschappelijke conclusies uit trekken, want hij heeft de betreffende rapporten immers ook niet onder ogen gehad.
Onderwerp van zijn studie is de kwaliteit van het inlichtingenwerk. Het resultaat is een boek vol vingers op zere plekken. De Valk: 'De BVD is een nuttige organisatie. Bijvoorbeeld om de bemoeienis van totalitaire regimes met onze democratie in kaart te brengen. Het is goed daarvoor een specialistische dienst te hebben. Daarom moet het inlichtingenwerk een volgroeide discipline worden. Dat is gerelateerd aan opleiding. Maar voor de BVD bestaat geen eigen opleiding waar wetenschappers en de inlichtingenmensen het vak kunnen leren. Vergeleken met het buitenland hebben we hier een flinke achterstand.’
De Valk onderzocht onder meer de kwaliteit van een uitgelekt kwartaalverslag, in 1981 verzonden aan burgemeesters en politiecommissarissen onder het kopje 'vertrouwelijk’. Hij concludeerde dat het rapport van een bedroevend slechte kwaliteit was, vol onjuiste informatie, op grond waarvan politiechefs en burgemeesters met geen mogelijkheid de juiste beleidsbeslissingen nemen.
Opvallend is verder dat drie opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken in de Tweede Kamer ontkenden dat in de jaren tachtig de vredesbeweging door de dienst in de gaten werd gehouden, terwijl De Valk aantoont dat dat wèl gebeurde. In de Verenigde Staten wist hij op grond van de Freedom of Information Act faxen in handen te krijgen waaruit blijkt dat een Nederlandse inlichtingendienst - hoogstwaarschijnlijk de BVD - ten tijde van de op handen zijnde plaatsing van Amerikaanse kruisraketten in Nederland informatie over de vredesbeweging doorspeelde aan de CIA. Zouden Van Thijn, Rood en Rietkerk alledrie het parlement hebben voorgelogen? Of hield de BVD informatie achter?
Volgens Sjoerd Bos, voormalig chef van de Politieke Inlichtingendienst Zaanstad, was dat laatste regelmatig het geval. De PID’s fungeren als voelsprieten van de BVD. Ze verzamelen informatie, leggen persoonsdossiers aan en organiseren informanten. Eind 1990 publiceerde Bos samen met Kees van Beijnum in de Nieuwe Revue drie artikelen over zijn inlichtingenwerk. Daarin deed hij een boekje open over de werkwijze van de PID’s. Schending van het briefgeheim, inbraken in kraakpanden en CPN-kantoren en het aftappen van telefoonlijnen waren schering en inslag.
Over de ontkenning van dergelijke praktijken door minister Rietkerk in 1985 schreven Bos en Van Beijnum destijds: 'Was minister Rietkerk, zo vroegen PID'ers over het hele land zich in 1985 af, een loyale baas die het geheim van de keuken weigerde prijs te geven om zijn ondergeschikten te dekken of was hij een goedbedoelende, naïeve politicus die zich alles aan liet leunen wat de BVD-top hem vertelde? De meeste PID'ers hielden het erop dat het laatste het geval was.’
Sjoerd Bos meent dat de democratische controle op de inlichtingendiensten tekortschiet. Hij werkte elf jaar voor de PID en raakte aan het eind van zijn loopbaan danig gedesilussioneerd. Bos: 'De inlichtingendiensten moeten onze democratie beschermen. Als ik iemand traceer die een gebouw wil opblazen, moet dat voorkomen kunnen worden. Maar daarvoor moet ik wel bevoegdheden hebben. Mensen raken gestresst door het werken met onwettige middelen. Er was helemaal niets geregeld. Nog steeds niet trouwens, want bij de IRT-enquête zijn ze de PID’s vergeten. Als iets aan de oppervlakte kwam, trokken de chefs zich terug. Dat werd me te veel.’
Ook Giliam de Valk is van mening dat inlichtingendiensten als de BVD veel te makkelijk onder parlementaire controle uit komen. Een slechte zaak, vindt hij. Ook vanuit het oogpunt van de kwaliteit van het inlichtingenwerk. In de huidige situatie zijn de inlichtingendiensten het exclusieve speeltje van de regering. En zelfs die krijgt niet alles te horen. De BVD en andere diensten moeten weliswaar rapporteren aan de vaste Kamercommissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, maar daarin hebben slechts de fractievoorzitters van PvdA, VVD, CDA en D66 zitting. Het ontbreekt ze aan de tijd en de expertise om het verslag van de diensten aan een grondige inspectie te onderwerpen. De commissie komt dan ook zelden bijeen. En aangezien de aanwezigen zijn gebonden aan een strikte geheimhouding, is het openbare verslag van de commissie aan de Tweede Kamer doorgaans een vertoning van haast hilarische zwijgzaamheid.
De Valk: 'Als je de controle optimaal wil laten functioneren, moet je specialisten nemen die er voldoende tijd voor hebben. Het is van de zotte dat de veiligheids- en inlichtingendienstspecialisten uit de kamer geen zitting hebben in de commissie. Als een dienst fouten heeft gemaakt, wil ze die het liefst voor zich houden. Dat is eigen aan menselijke organisaties. Maar juist in die gevallen is het van belang dat je specialisten kunt inzetten die kunnen uitzoeken waar het mis is gegaan. Als een dienst weet dat ze in de gaten worden gehouden door bloedhonden die grip op de zaak hebben, doet men alles om fouten te voorkomen. De kwaliteit wordt dan groter. Uiteindelijk wordt van een scherpere democratische controle iedereen wijzer.’
DE VALK MEENT dat veel rapportages in grotere openheid kunnen plaatsvinden. In zijn boek doet hij de aanbeveling onderzoek naar radicale sociale bewegingen niet meer bij de BVD onder te brengen, maar uit te besteden aan wetenschappelijke instellingen. Grotere openheid en meer controle door de wetgevende macht leidden in elk geval in de Verenigde Staten tot goede resultaten. Het werk van de CIA werd serieuzer genomen en werd ook beter van kwaliteit. De combinatie van openheid en grote democratische controle heeft bovendien tot gevolg dat de National Security Council, het hoogste veiligheidscollege, geen illegale operaties meer via de CIA kan laten lopen.
Zo'n Amerikaanse openheid van zaken zal hier niet snel de regel worden, dat beseft De Valk terdege. 'Dat ligt grotendeels aan het verschil in politieke cultuur. In de Verenigde Staten wordt ervan uitgegaan dat het handelen van de staat publiek domein is. Als de staat iets geheim wil houden, moet ze zich daarvoor verantwoorden. De Europese traditie is heel anders. Veel minder open.’
Een heikel punt bij de uitoefening van controle is de inzet van informanten. De Valk: 'Als een dienst een organisatie in de gaten houdt, gebeurt dat vaak via informanten. Soms anticiperen organisaties daarop, ze gaan zich voorbereiden op alle middelen die zo'n dienst mag gebruiken. En dat een informant door zijn optreden een radicale wijziging in het beleid van een organisatie teweegbrengt die je dan vervolgens als feit in een rapport terugvindt, zonder vermelding van provocateursactiviteiten, klopt natuurlijk van geen kant.’
Volgens Arthur Docters van Leeuwen, voormalig BVD-chef, is het aanzetten tot geweld ondenkbaar. Docters van Leeuwen in 1993: 'Wij zijn geen provocateurs.’ Maar de BVD heeft nooit veel gedaan om haar informanten in de hand te houden. Er werden wapens en explosieven aan actievoerders aangeboden. Zo kreeg de Rode Jeugd een auto vol springstof van de BVD aangeboden, en later een pistool waarop de vingerafdrtukken van haar leider terecht moesten komen. En de informant John Wood leverde de vredesbeweging gestolen granaten.
In zijn studie behandelt De Valk enkele gevallen waarin informanten zich schuldig maakten aan uitlokking zonder dat de BVD ingreep. Ook de lotgevallen van Lex Hester komen aan bod. Hij bood medewerkers van de linkse Amsterdamse boekhandel het Fort van Sjakoo meermalen wapens en explosieven aan. Hester werd aanvankelijk gerund door de PID-Zaanstad, onder Sjoerd Bos. Later ging hij over naar de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), die een speurtocht op touw had gezet naar RaRa-leden.
Fort van Sjakoo-medewerker Jeroen: 'Toen ik er een aantal maanden werkte, benaderde hij in korte tijd drie mensen in de winkel en nog één daarbuiten met de opmerking dat hij semtex thuis had liggen. Hij had alleen geen ontstekingsmechanismen. Hij vroeg of ik wegen wist om daar aan te komen. Ik heb hem verteld dat ik dat een volstrekt gestoorde vraag vond. Ik had meteen het idee dat er iets niet klopte. Aan iemand die niet direct afhoudend reageerde, heeft hij iets laten zien waarvan hij zei dat het semtex was.’ De medewerkers van de boekhandel ontmaskerden Hester in 1990 en ontzegden hem de toegang tot de zaak.
Jeroen: 'Of hij is geïnstrueerd of dat hij zelf op hol is geslagen, weten we niet. Daar zullen we nooit achterkomen, tenzij de archieven in Den Haag opengaan, maar dan kun je wachten tot je een ons weegt. Lex was verslaafd aan heroïne. Misschien creëerde hij zelf feiten om meer geld van zijn runners te krijgen.’
Sjoerd Bos onderkent de problemen die het werken met informanten met zich meebrengt. Natuurlijk zette zíjn PID nooit aan tot provocaties. Maar: 'Een informant is in principe onbetrouwbaar. Het zijn altijd mensen die geld nodig hebben of maatschappelijk in de verdrukking zitten. En er werd ons niet geleerd hoe je het beste met zulke informanten kon omgaan.’
De Valk heeft de indruk dat de reorganisatie van de BVD weinig heeft veranderd aan het werken met informanten. In zijn boek doet hij daarom een IRT-achtige aanbeveling: 'De inzet van informanten die actief meedoen aan een groep waarover zij rapporteren, dient te worden voorzien van een vorm van politieke controle.’
ALS HET AAN minister van Binnenlandse Zaken Dijkstal ligt, komt een dergelijke controle er. Het parlementaire onderzoek naar de IRT-affaire bracht zoveel illegale praktijken van politie en justitie aan het licht dat Dijkstal meende dat ook het toezicht op de BVD verscherpt moest worden. Vorig jaar stelde hij voor een inspectiedienst voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in te stellen. Die zou moeten controleren of de diensten zich aan de regels houden, met name bij de inzet van informanten/provocateurs. De inspecteur-generaal zou rechtstreeks moeten rapporteren aan de minister van Binnenlandse Zaken. In het najaar spreekt het parlement zich uit over het voorstel van Dijkstal.
Inmiddels is een interessante naam gevallen in verband met het toekomstige directeur-generaalschap. De Telegraaf meldde dat Jan J.H. Suyver, voormalig secretaris-generaal van Justitie, zich zou gaan 'bezighouden met de invulling van de inspectiedienst’. Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken wil het bericht bevestigen noch ontkennen.
De benoeming van Suyver zou wel eens koren op de molen kunnen zijn van hen die de BVD het liefst in nevelen gehuld laten. Suyver was immers verantwoordelijk voor het uitvoeren van inkijkoperaties en het doorvoeren van drugs in het IRT-debâcle. Na de opheffing van het IRT Noord-Holland/Utrecht viel onder meer de kop van zijn politieke baas Hirsch Ballin. Suyver, de hoogste justitieambtenaar, bleef verbazingwekkend genoeg op zijn post. Hirsch Ballins opvolgster Sorgdrager wilde na zijn optreden voor de IRT-commissie echter alsnog van hem af. Haar kans kwam toen Suyver de veel ophef veroorzakende gouden handdruk voor Van Randwijck regelde.
De laatste geruchten over Suyvers vrijpostige omgang met overheidsgeld en infiltranten gaan over 'Haagse Kees’, een voormalig infiltrant in het drugsmilieu. Hij wendde voor dat hij door fouten van Justitie in levensgevaar verkeerde. Deels onder verantwoordelijkheid van Suyver overhandigden justitieambtenaren hem in Zwitserland twee miljoen gulden. 'Haagse Kees’ woont inmiddels onder zijn eigen naam weer rustig in Nderland.
Als Suyver wordt benoemd, kan de BVD zijn handjes dichtknijpen. Dijkstals poging de veiligheidsdienst aan een strengere controle te onderwerpen verwordt daarmee tot een wassen neus. Dan krijgt Giliam de Valk gelijk: onze politieke cultuur is inderdaad niet bevorderlijk voor openheid inzake de geheime dienst. Een woordvoerder van de BVD: 'Kenmerkend voor de informatie van de BVD is nu juist dat deze geheim moet blijven.’