Economie

Topinkomens

De ongelukken waren niet te vermijden en werden voorzien. Op een en dezelfde dag kwam SNS Reaal in staatshanden en werden de kortingen op veel pensioenen definitief. Het was een zwarte, sombere dag voor de financiële sector. Voor de politiek boden de gebeurtenissen geen ruimte voor brede bespiegelingen maar aanleiding voor diepe emoties.

Dat is toch vooral om duidelijk te maken dat politici een zeker zo grote afkeer van banken en bankiers hebben als de kiezers. Mark Rutte maakte duidelijk met grootst mogelijke tegenzin SNS Reaal in staatshanden te nemen; een deel van de oppositie stortte zich op het salaris van de nieuwe topman Gerard van Olphen: idioot, krankzinnig, onbegrijpelijk, onacceptabel.

Toch gaat de beloning van Van Olphen tegen de trend van stijgende topinkomens in. Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig, met de entree van yuppies, is die trend ingezet. Volkskrant-journalisten Pieter Klok en Xander van Uffelen hebben ooit becijferd dat de verhouding tussen de bestuurdersbeloning en het modaal salaris in twintig jaar tijd is verdubbeld. De topbestuurder verdiende zestien keer meer dan Jan Modaal in 1985, en 32 keer meer in 2005.

Voor de trend van stijgende topinkomens worden verschillende redenen aangevoerd. Zo zou een reden zijn dat de markt voor topbestuurders internationaal en concurrerend geworden is. ‘If you pay peanuts, you get monkeys.’ Dit sluit aan bij de praktijk dat de commissarissen zich graag laten voorliegen door belonings­adviseurs als Hay, die de beloningen bij een bedrijf ijken aan die bij vergelijk­bare, vaak concurrerende bedrijven in binnen- en buitenland. Maar deze markt faalt in alle opzichten. Eén indicatie is dat naar schatting slechts zo’n acht procent van de topverdieners bij Nederlandse bedrijven een buitenlandse nationaliteit heeft. Een andere indicatie is het grote verschil in beloningen tussen landen. Kortom, de vergelijking van Hay en andere beloningsadviseurs is duurbetaald maar irrelevant.

Internationalisering is op andere manieren wél een reden voor de trend van stijgende topinkomens. Ten eerste zijn bedrijven steeds groter geworden, vaak door internationale overnames en fusies. Bij grotere verantwoordelijkheden passen hogere inkomens. Groei in bedrijfsomvang verklaart inderdaad de trend van stijgende topinkomens, maar slechts gedeeltelijk. Ten tweede zijn de normen aan de top veranderd en internationaler geworden. De Nederlandse bestuurders willen niet onderdoen voor hun tegenhangers in binnen- en buitenland, aangespoord door de vergelijking van Hay en andere belo­ningsadviseurs. Ze willen graag ‘one of the guys’ zijn en dat wordt toegestaan door de ‘old boys’. Dat heeft geleid tot haasje-over: de bestuurders kijken naar elkaar, en dus niet naar hun verhouding tot de werknemers.

Haasje-over is niet los te zien van internationalisering en schaalvergroting in het bedrijfsleven. De band tussen bedrijven, bestuurders en werknemers is losser geworden. De vakbeweging is te verzwakt om tegenwicht te bieden. Zou nationalisatie van ABN en SNS Reaal niet helpen om de trend van stijgende inko­mens te keren, in elk geval voor van oorsprong Nederlandse bedrijven? Het inkomen van Zalm en Van Olphen drukt het gemiddelde, en is bovendien vast zoals bij de meeste werknemers.

Jan Tinbergen heeft de nadruk gelegd op het verschil tussen de hoogste en laagste inkomens in een bedrijf. Een te groot verschil zou slecht uitpakken voor een bedrijf (en voor een land) doordat de verhoudingen verzuren en een contraproductief effect resulteren. Voor de verhouding tussen hoogste en laagste inkomens zou een factor vijf de grens zijn. Dit is de Tinbergen-norm geworden. Het moge duidelijk zijn dat de trendmatige ongelijkheid zich aan deze norm heeft onttrokken. De norm is aangepast en vooral opgerekt. Diederik Samsom heeft als Kamerlid de grens bij tien gelegd. De vakbond heeft geen ­bezwaar tegen de beloning van de nieuwe topman bij SNS.

De Balkenende-norm lijkt meer impact te hebben dan de Tinbergen-norm. De hoogste inkomens in de publieke en semi-publieke sector worden tegen deze norm beoordeeld. De suggestie van oppositiepartijen als PVV en SP is om Gerard van Olphen aan de Balkenende-norm te houden, nu SNS Reaal in handen van de staat is gevallen. Maar goed, het lijkt niet de bedoeling van het kabinet om voor altijd en eeuwig de enige aandeelhouder van dit bedrijf te blijven. Bovendien, bij alle staatsbedrijven verdienen de topbestuurders meer dan de minister-president. Als we niet meer dan de MP willen betalen, dan moet je geen bedrijven in staatshanden willen hebben. Het zijn en blijven bedrijven.

Gerard van Olphen verdient bedui­dend minder dan de vorige topmannen bij SNS Reaal, verdient beduidend minder dan in zijn vorige baan, en krijgt een vast inkomen. Dit past bepaald niet in het stereotiepe beeld van de bankier. Het zou mij niet verbazen als hij het geluk bij het ongeluk blijkt te zijn.