Sport

Toplezen

De enige manier om het volk respect en bewondering bij te brengen voor grote denkers, lezers en schrijvers is door hun prestaties te presenteren als sport. Misschien snapt Jan met de Pet eindelijk hoe belangrijk en respectabel een intellectueel is wanneer het lezen, de kern van zijn activiteiten, wordt gepresenteerd als was het een sport. Hardlezen. Kunstlezen op de schaats. Polsstokhooglezen. Sprintlezen en langeafstandlezen. In leesbroek, leesshirt, op leesschoenen en met leesbril. Met deskundig commentaar erbij.
‘Dames en heren, hij zet aan, de leesvezels spannen zich, de blik is gefocust en… daar is-ie! Een prachtige metafoor gelezen, en direct begrepen! Een oxymoron, het gaat goed. Een synecdoche. Houdt hij dit vol? Metonymie. Daar een hyperbool, en… wat leest hij daar? Een mislukte inversie, goed gezien! Hij lacht om een freudiaans cliché. En oeps, hij legt de vinger op een continuïteitsfout. Hij is goed op weg. De moeilijkheidsgraad van zijn oefening is hoog, dames en heren.
Het kost hem weinig moeite om het leidmotief van de kreeftengang aan te wijzen in drie hoofdstukken. Ook de diepere thematiek van de liefde die de dood overwint herkent hij.
Zijn voorhoofd is gefronst… En daar is het: die wisseling van focalisatie aan het einde van hoofdstuk 2, briljant gezien! De vervreemding die dat oproept bij de lezer is aan hem af te lezen, een bonuspunt! Hij merkt op dat het kapsel van de hoofdpersoon verwijst naar de mythe van Prometheus, die het vuur stal van de goden, en direct legt hij het verband met de brand in hoofdstuk 8 – goed gezien! Nu is het een kleine stap naar de Orpheus-mythe en de duiding van Frida, de echtgenote, als Eurydice.
Hij is kalm. Hij maakt zich op voor het beslissende onderdeel van zijn oefening: de analyse. Waarbij begrijpelijkheid en toegankelijkheid doorslaggevend zijn.
Hij slaat het boek dicht en… zwijgt. Een moment van concentratie. Hij recht de rug en begint. Eerst situeert hij de roman in het oeuvre van de auteur en laat zien hoe dit boek voortborduurt op het thema van de vadermoord, dat al in het debuut van de auteur zo belangrijk was. Het autobiografische gehalte van de roman legt hij perfect uit, en hij neemt de spanning tussen werkelijkheid en fictie in één moeite mee. Aan de hand van een goed gekozen voorbeeld laat hij zien hoe ingenieus de auteur realiteit en verdichting met elkaar verweeft, en hij komt, dit is mooi, dames en heren, hij komt terug op de focalisatiewisseling uit het begin en verbindt die naadloos aan de rode draad van de roman, het hoofdthema van de depersonalisatie in de metropool! O, o, o, wat een lezer, dames en heren, en jongens en meisjes, want jullie mogen vast opblijven om dit te zien, dit staaltje van lezen.
Hij ziet verbanden, hij ziet structuren en intertekstuele verwijzingen. Hij herkent schoonheid, hij duidt en interpreteert, hij ziet diepere betekenissen. Dit is een hogere vorm van lezen, het is toplezen. Waar haalt hij dat inzicht vandaan, die scherpe blik, dat oog voor details? En wat brengt hij het fantastisch over, voor u in de huiskamer en voor het publiek hier. Wat een gigant! Zie die emulatio toch!
Met een sardonische glimlach vertelt hij nu dat deze roman op verschillende manieren is te duiden. Als voorbeeld neemt hij een psychoanalytische interpretatie en wanneer hij schamper opmerkt dat de lantaarnpalen in de winkelstraat toch echt gewoon lantaarnpalen zijn en geen fallussymbolen, krijgt hij een open doekje.
Dit is een triomf! Dit kan niet meer stuk!
En het gaat ook niet meer stuk. Hij laat nu zien, met een schematische voorstelling op het bord erbij, hoe dit boek gelezen dient te worden – “volgens mij”, zegt hij er op tijd bij, oef, want de jury geeft puntenaftrek voor achterhaalde opvattingen. Beweren dat er zoiets zou bestaan als een definitieve waarheid of een objectieve interpretatie wordt hard bestraft. Slim als hij is merkt hij meteen op dat waardenvrij lezen niet bestaat. En dat illustreert hij met een opmerking die de lezer in de vorige oefening maakte; briljant, en uit het hoofd! Feilloos geciteerd. Zijn vertelstijl is vloeiend en uitnodigend, als een warm bad. Hij maakt mensen enthousiast voor literatuur.
Ja! Hij is er, dames en heren. Hij heeft het gedaan! Wat een topprestatie. Een enorme impuls voor het lezen. Het publiek staat op de banken. Hij buigt en geeft een kus op het boek. Hij zwaait ten afscheid naar ons. Wat een man. We zullen hem missen.’