Toppunt

De afgelopen vijf verkiezingen spraken we vaak van ‘historisch’. Die ongekende hoogte- en dieptepunten tonen dat stemmen zin heeft.

Met nog maar een paar dagen te gaan tot de vijfde verkiezingen in zestien jaar tijd heb ik eens gekeken wat er die voorgaande keren gebeurde of wat ik zelf schreef kort voordat de stembussen opengingen. Zoals dit vier jaar geleden, en wat ik nu zo weer kan herhalen: ‘Het is maar goed dat de “hete” fase van de verkiezingscampagne kort is. Als er tijdens die vele televisie- en radiodebatten of -interviews dan toch niet veel ruimte is om iets te zeggen, wordt al snel telkens hetzelfde gezegd.’ Met nu wel als kanttekening daarbij: stel je voor dat de lijsttrekkers telkens van mening zouden veranderen.

Wat we mogelijk uit het recente verleden vergeten zijn, en in ieder geval bij mij was weggezakt, is een gevolg van de verkiezingen van 2006, wat bij de verkiezingen van 2010 tot de volgende observatie aanleiding gaf: ‘Vier jaar geleden leidde de kabinetsformatie uiteindelijk tot het samengaan van de twee partijen die tijdens de verkiezingscampagne elkaars grootste tegenstanders waren geweest, cda en pvda. Het verwijt van cda-lijsttrekker Jan Peter Balkenende dat pvda-leider Wouter Bos draaide, was toen een bron van veel kwaad. Het zorgde voor onderling wantrouwen en vier jaar stroperigheid. Het motto van het vierde kabinet-Balkenende ‘Samen werken, samen leven’ was al bij aanvang, maar zeker terugkijkend, van een ironie die bijna te pijnlijk is voor woorden.’

Ook in 2012 gingen de twee grootste tegenstanders, vvd en pvda, na de verkiezingen met elkaar regeren. Dat leidde tot grote verwijten, die ook nu nog worden geuit. Het zou kiezersbedrog zijn geweest. Maar het kan niet vaak genoeg gezegd dat in Nederland coalitieland politieke partijen elkaar tijdens de campagne bestrijden en daarna met de beslissing van de kiezers rekening moeten houden. Van het huidige kabinet, dat vanaf volgende week woensdag demissionair is en dan alleen nog de lopende zaken mag afhandelen, kun je bovendien zeggen dat het de onderlinge sfeer en ook de daadkracht beter in de hand had dan het cda/pvda-kabinet.

Tijdens het Carré-debat afgelopen zondag presenteerde vvd-leider Mark Rutte zich als de staatsman met ervaring. Na zes jaar minister-president te zijn geweest is het niet vreemd dat hij die troef speelt, te meer omdat zijn huidige kabinet als eerste in deze eeuw de eindstreep haalt. Wat vooral jongere kiezers, die als het ware met Rutte zijn opgegroeid, misschien niet weten is dit, het is uit de week voor de verkiezingen van 2010: ‘Maken zij (dat sloeg op de zwevende kiezer – avr) de vvd tot grootste partij, hetgeen een historische overwinning voor deze partij zou betekenen?’ Het was zes jaar geleden dus voor het eerst in haar bestaan dat de vvd de grootste werd. Dat was tot dan toe voorbehouden aan cda en pvda.

Historisch laag hoeft niet te betekenen dat het einde van een partij in zicht is

Zes jaar geleden schreef ik ook dit: ‘Zorgen de zwevende kiezers ervoor dat de zich nu aftekenende ruk naar rechts werkelijkheid wordt?’ Dat gebeurde inderdaad en lijkt zich nu te gaan herhalen. De wederopstanding van de pvda uit 2012 ten opzichte van de toen eveneens dramatische peilingen lijkt uit te blijven; het ziet er eerder naar uit dat de sociaal-democraten afstevenen op een historisch verlies. De grote zetelwinst van de SP in 2006, toen deze met zestien zetels winst uitkwam op 25, lijkt er nu ook niet in te zitten. De eventuele winst van GroenLinks maakt dat waarschijnlijk onvoldoende goed op links. Het zijn cda en d66 die er nu goed voor staan, samen met de vvd zal de kern van een nieuw kabinet daardoor waarschijnlijk centrum-rechts zijn.

Wat terugkijkend op de laatste vijf verkiezingen vooral opvalt, is de vele keren dat er de afgelopen zestien jaar gesproken kon worden van ‘historisch’. De opkomst van de lpf van Pim Fortuyn was dat in 2002; vanuit het niets kwam de partij ineens met 26 zetels in de Tweede Kamer, om twee verkiezingen later overigens al weer helemaal verdwenen te zijn uit het parlement. Het verlies van het cda in 2012 was ook historisch, slechts dertien zetels in totaal was een dieptepunt voor de partij. Zou de christen-democratie haar langste tijd hebben gehad, was toen de vraag. Het ziet er inmiddels weer gunstiger uit. Dat kan de pvda troost bieden.

De overwinning van de vvd in 2010 was dus een hoogtepunt, ook al werd de partij twee jaar later nóg groter. Voor de pvv was 2010 ook historisch, de partij was dat jaar de grootste winnaar en in haar korte bestaan ineens de derde partij van het land. Na een fors verlies in 2012 bleef ze dat trouwens, maar moest toen die derde plek wel delen met de SP.

De moraal van deze terugblik is dat de kiezer rondzwermt, daarmee echter niet onbetrouwbaar is, maar telkens bijstuurt als het beleid of de uitstraling van een kabinet hem niet zint. Historisch laag hoeft daarmee niet te betekenen dat het einde van een partij in zicht is, historisch hoog vervolgens niet dat het kostje van die partij is gekocht. Maar een terugblik laat ook zien dat het in 2012 niet historisch was dat grote tegenstanders vervolgens met elkaar gaan regeren.

Omdat het bij deze verkiezingen niet over één prangend thema gaat, maar over vele zaken die ons leven raken, maakt een terugblik aanschouwelijk dat stemmen zin heeft. De kiezer heeft de afgelopen zestien jaar veel partijen beloond én afgestraft. Onze stemmen tellen. Dat is het toppunt van democratie.