Economie

Toptaks

De linkse oppositie bindt de strijd aan met het kabinet - het kan u niet ontgaan zijn. Er ligt een gezamenlijk strijdplan van PvdA, SP en GroenLinks. Ondanks al hun verschillen hebben de linkse partijen overeenstemming weten te bereiken over een aantal onderwerpen waarmee zij het kabinet zullen confronteren. Als klapper van het strijdplan is de linkse oppositie desnoods bereid om een solidariteitstarief (een toptarief voor de topschijf) in te voeren.

Desnoods, want er staat nadrukkelijk een voorwaarde in het strijdplan: als er meer geld nodig is. De voorwaarde is toch opvallend. De linkse partijen hebben altijd volgehouden dat het kabinet te veel bezuinigt en dat er meer geld nodig is. Sterker nog, ze hebben elk in hun verkiezingsprogramma’s zo'n toptaks staan. Er is geen groot, onoverbrugbaar verschil. De PvdA en GroenLinks willen een tarief van zestig procent en de SP wil een tarief van 65 procent. Waarom verbindt de linkse oppositie dan aan de toptaks een voorwaarde? Hiervoor is geen goede reden te bedenken.
Het instellen van een toptaks zou de kentering van een trend zijn. Sinds de jaren tachtig daalde in de rijke landen het hoogste tarief steevast. In Engeland bracht Thatcher het tarief terug van 83 naar 40 procent. In Nederland zette het kabinet-Lubbers III een eerste stap van 72 naar 60 procent, en het paarse kabinet een laatste stap van 60 naar 52 procent. Het sentiment in de westerse samenlevingen was omgeslagen: de welgestelden werden niet langer met wantrouwen bekeken maar juist bewonderd voor hun succes. Het idee was dat een lager toptarief hen zou aanzetten om nog harder te werken en nog meer succes te boeken en dat gewone stervelingen daarvan zouden profiteren, via meer banen en hogere inkomens. Dit idee van trickle down was een onderdeel van reaganomics; Reagan verlaagde het hoogste tarief van 70 naar 28 procent.
De verlaging van het toptarief is gevolgd door een spectaculaire stijging van topinkomens, met name in de Angelsaksische landen. Zo heeft in de Verenigde Staten de één procent van hoogste inkomens het aandeel in het nationaal inkomen meer dan verdubbeld, en hebben daar de middeninkomens de waarde van hun lonen nauwelijks zien stijgen. In Nederland zijn de inkomensverhoudingen niet wezenlijk gewijzigd, behalve voor de top van het bedrijfsleven. Halverwege de jaren tachtig was de verhouding tussen een bestuursvoorzitter en de modale werknemers nog een factor 16, maar twintig jaar later was de verhouding verdubbeld naar 32. De miljoenenbeloning voor een wanprestatie door Rijkman Groenink past in het beeld van een ‘exhibitionistische’ stijging.
Het is niet zo dat de schevere inkomensverhoudingen samenvielen met hogere economische groei. Daarop wijzen de Amerikaanse hoogleraren Thomas Piketty en Emmanuel Saez die al jaren onderzoek naar inkomensongelijkheid doen. Sinds de jaren tachtig hebben Engeland en de VS gemiddeld geen hogere groei gekend dan andere rijke landen als Duitsland of Zweden. Een hoger aandeel van die één procent is ten koste gegaan van de overige 99 procent.
De economische schade van de toptaks wordt dan ook te zwaar aangedikt, met een beroep op het beeld van de homo economicus. Een toptaks heeft geen grote gevolgen voor de keuze om wel of niet lang en hard te werken of om wel of niet een carrière en succes na te jagen, zo laat onderzoek steevast zien. Een toptaks zal evenmin de topbestuurders het land doen verlaten. Als ze in de VS voor veel meer geld kunnen of willen werken, zouden ze dat al gedaan hebben. Daaraan verandert een toptaks weinig tot niets.
Het effect van de toptaks is toch vooral dat de top in het bedrijf minder invloed op de eigen beloning kan uitoefenen. Commissarissen hebben zich zwak verweerd tegen de vraag vanuit de top naar een ruime vertrekvergoeding ondanks wanprestaties of naar een riante bonus waartegenover geen malus staat. Maar een dergelijke beloning is moeilijker te verdedigen tegenover aandeelhouders en werknemers naarmate een groter deel naar de fiscus gaat. Het wordt dan duidelijker dan ooit dat die beloning ten koste van het bedrijf gaat. Door het matigende effect op topinkomens komen de economen Piketty en Saez tot een optimaal toptarief van maar liefst 83 procent.
De toptaks is niet bedoeld om veel geld in de staatskas te krijgen. Dat maakt een toptaks nog niet symbolisch. De taks is vooral bedoeld om de machtsverhoudingen binnen bedrijven te corrigeren en inkomensverhoudingen binnen de perken te houden. Bovendien, een samenleving kan alleen door strijd in de politieke arena tot acceptabele inkomensverschillen komen. De toptaks is symbolisch voor een strijd tegen niet te rechtvaardigen inkomensverschillen, doordat machtsverhoudingen scheef en markten amoreel zijn. Het is te hopen dat de linkse partijen een werkelijk front vormen, voor een eerlijke verdeling.