Economie

Tot de kern

Binnenkort moeten we een keuze maken: wind, zon, waterstof en biomassa, of toch maar kernenergie? Nuchtere denkers als cabaretier Arjen Lubach en hoogleraar voedingsleer Martijn Katan hebben de koe al bij de horens gevat. Hun conclusie: kernenergie is onvermijdelijk, als we van fossiele brandstof af willen en toch niet in het donker willen zitten. Het is relatief schoon en veilig, en waanzinnig efficiënt. In Tsjernobyl en Fukushima vielen de meeste doden niet door straling, maar door respectievelijk evacuaties en de tsunami, meent Katan.

Of dit klopt zal binnenkort onderwerp van bredere discussie worden, verwacht ik. Greenpeace denkt er bijvoorbeeld heel anders over. Vooralsnog denken politici dat over het k-woord beginnen gelijkstaat aan politieke zelfmoord. Maar dat kan snel omslaan, zie de hypotheekrenteaftrek. Van de volgende generatie kent niemand meer die zonnige stickers (‘Kernenergie? Nee bedankt’) en het bijbehorende aura van linkse weldenkendheid, uit een tijd dat klimaat nog een saai woord in de aardrijkskundeles was. Stel dat Katan en Lubach gelijk hebben. Dan blijven we nog een paar jaar op wind en zon inzetten, en daarna doen we niet moeilijk meer over kernafval dat misschien over duizend jaar gaat lekken. Blijven we bij fossiel, dan gaan immers veel eerder al de dijken lekken, en andere energiebronnen leveren niet genoeg. Frankrijk draait al tijden op uranium. Eigenlijk is er geen keuze.

En toch. De nuchtere denkers – en ik heb ze hoog zitten – reppen niet van nadelen anders dan het afval (is goed op te bergen) of de kans op een ramp (is heel klein). Dat maakt wantrouwig. De eerste hoofdwet van de techniekfilosofie is dat elke technische oplossing ook verlies met zich meebrengt. De oplossing is direct zichtbaar, het verlies als het te laat is. De oplossing is technisch, het verlies is sociaal, psychisch, politiek, of ecologisch – minder goed te voorzien, maar daarom niet minder groot. Efficiënte landbouw ging onze voedselproductie dramatisch verhogen. Dat lukte, nu zijn we bijna een derde van onze insecten kwijt. Internet ging iedereen met iedereen verbinden. Klopt. Nu hebben we een epidemie van obesitas, slechtziendheid en eenzaamheid. Sociale media gingen de democratie versterken door vrij toegankelijke informatie. Die kwam er, mét een golf van desinformatie en stemmingmakerij die de zwaarste aanval op de democratie sinds mensenheugenis is.

Wat is ons dierbaarder: energie of politieke stabiliteit?

Dan is het dus niet te voorkomen dat je mét de voordelen ook ellende krijgt. Maar we kunnen die wet gebruiken om vooruit te denken. Daarvoor hebben we denkers nodig die niet alleen nuchter maar ook visionair zijn. Aldous Huxley was zo iemand. Hij schreef Brave New World in 1931 om met een parodie aan het licht te brengen wat voor hem zonneklaar was: de sovjetideologie, in zijn linkse milieu heel salonfähig, betekende de dood van het individu en het einde van de waarheid.

Huxley zelf was toen alweer met andere dingen bezig. In 1946 – een kwart eeuw voor de anti-kernenergiebeweging opkwam – schreef hij aan zijn broer, Unesco-directeur Julian Huxley: ‘Het is overduidelijk dat kernenergie uit uranium, een natuurlijk monopolie, tot agressie gaat leiden, net als olie dat nu in het Midden-Oosten doet. Als sterke staten het hebben geeft het ze meer macht, als zwakke staten het hebben worden ze een aantrekkelijke prooi.’ De oplossing? Concentreer je op energiebronnen die niet gemonopoliseerd kunnen worden omdat ze overal beschikbaar zijn. ‘Ik begrijp dat de experimentele windturbine in Maine een groot succes is.’ Aardwarmte, zon en wind zijn minder efficiënt dan kernenergie, maar als we over kosten en baten gaan praten, dan graag alle posten meenemen.

In een dilemma dat zo rond 2026 gaat spelen, kunnen we dus teruggrijpen op een inzicht uit 1946. Want dit is geen mening, maar een inzicht, en dus onbeperkt houdbaar. Dankzij Huxley kunnen we ons nu eens tevoren de vraag stellen wat ons dierbaarder is: energie of politieke stabiliteit? Stel je die vraag niet, dan wordt hij toch beantwoord, en wel conform de eerste hoofdwet. Willen we dat, even aannemend dat we al iets te willen hebben? John F. Kennedy heeft gezegd dat alle problemen die door mensen veroorzaakt zijn, ook door mensen opgelost kunnen worden. Misschien. Het punt is: tegen welke prijs?