Groene EK-blog #11

Tot zover mijn adviezen aan de bondscoach

Frank de Boer tijdens de wedstrijd Nederland-Oostenrijk © ANP/MAURICE VAN STEEN

De Groene blogt tijdens het EK dagelijks over de wedstrijden. Vandaag: Merijn de Boer. ‘Ik zei dat Frank en Ronald de Boer inderdaad, stom, ik was het even vergeten, mijn neven waren.’

Malen of Weghorst zondag? En Gravenberch of De Roon? Als ik niet Merijn maar Frank de Boer heette, zou ik zeker voor Malen kiezen. Die vormde een heerlijk duo met Depay. En Weghorst lijkt me de ideale pinch-hitter. (Promes en Berghuis hoef je in elk geval niet meer te laten invallen, zoveel was maandag wel duidelijk.)

De keuze tussen Gravenberch en De Roon lijkt me nog eenvoudiger. De Roon is een veiligere keuze. En Gravenberch speelde tegen Noord-Macedonië net niet overtuigend genoeg.

Tot zover mijn adviezen aan de bondscoach. Toen ik in 2000 als achttienjarige naar Cuba vloog, maakte ik een overstap op Madrid. Na een blik op mijn paspoort te hebben geworpen, vroeg de douanebeambte of Frank en Ronald de Boer familie waren. Dat leek me een valstrik, want die speelden toen bij Barcelona en ik bevond me immers op het terrein van Real. Ik zei dus van niet en wachtte op mijn paspoort. De beambte keek me lachend aan. Ik kreeg mijn paspoort pas terug als ik had beaamd dat Frank en Ronald familie waren. Eindelijk begreep ik dat ik een Barça-fan tegenover me had. Ik zei dat ze inderdaad, stom, ik was het even vergeten, mijn neven waren – en toen kreeg ik mijn paspoort terug.

Nederland - Noord-Macedonië keek ik in een waterpijpcafé in Oost-Jeruzalem, vlak buiten de oude stad. Een stuk of tien landgenoten in oranje zaten al voor het scherm toen ik te laat binnenkwam. Ze schonken toepasselijk genoeg Taybeh, Palestijns bier met een oranje etiket. Drie keer gejuicht, drie Taybehs gedronken. Erg leuke avond. Het open raam bood zicht op de mooie tuin met palmbomen van de École Biblique et Archéologique Française.

Na het fluitsignaal zag ik op mijn telefoon dat er weer onrust was in Sheikh Jarrah, de buurt waar we wonen. Ik nam een grote omweg naar huis. Helaas was die niet groot genoeg, want ik rook het stinkwater dat de Israëlische grenspolitie rondspuit om menigtes uit elkaar te drijven. Met mijn vingers aan de neus, luisterend naar het geschreeuw en geknal, wandelde ik langs de grens van Oost- en West-Jeruzalem. De vrolijke Oranje-avond was nog maar net voorbij of ik werd alweer geconfronteerd met het conflict. Vreemd om aan de twee goals van Wijnaldum te denken en het volgende moment, na weer een ontploffing van een flitsgranaat, aan de huisuitzettingen in Sheikh Jarrah.

Over een week verlaten we deze ingewikkelde stad, die ik gek genoeg – iets wat ik een paar maanden geleden niet had verwacht – zal gaan missen. Ik besefte het terwijl ik over die grens tussen Oost en West naar huis liep, kijkend naar de Palestijnse huizen aan mijn rechterhand en de woningen van ultraorthodoxe joden aan de overkant.

Als Nederland tegen Tsjechië speelt, wonen we hier nog. Dus dan wandel ik weer naar het waterpijpcafé.