20 juni 2020 was een bijzondere dag. Toen heb ik, rond vier uur in de middag, drie minuten mindfulness beleefd. Ik heb er geen actieve herinnering aan en de agenda voor die dag is leeg, maar in mijn telefoon is het geregistreerd: ‘Een staat van actieve, open aandacht voor het nu.’ Drie minuten lang. Het was een zaterdag, midden in de eerste lockdown, als ik het mij goed herinner. Een zekere mate van onthechting is onder die omstandigheden niet ondenkbaar. Maar waarom drie minuten, waarom toen, waarom niet daarvoor, waarom niet daarna? En hoe weet mijn telefoon dat?

‘Mindfulness?’ zegt mijn vriend Harry. ‘Jij?’
‘Ik ben altijd totaal zen’, zeg ik.
‘Dat is hoe je jouw mentale staat beschrijft?’

Zen is misschien overdreven, hoewel ik in mijn middelbareschooltijd de boeken las van Daisetsu Teitaro Suzuki, de Japanse hoogleraar die het Westen leerde kennismaken met de beginselen van het zenboeddhisme. Ik ben er geen boeddhist van geworden. Ik vond vooral dat het zenboeddhisme en het bijbelboek Prediker verdomd veel overeenkomsten vertoonden. Dat paste goed in het beeld dat ik had van religie en spiritualiteit, namelijk dat het allemaal verdomd veel op elkaar lijkt.

‘Misschien heb je destijds een zen-appje geprobeerd’, zegt Harry.

Ik ben niet zo van de appjes. Mijn telefoon bevat nauwelijks meer dan wat Apple erin heeft gestopt. De meeste appjes hebben een hoog koopkanaal-gehalte. Ze lijken een nouveauté van jewelste, maar als je ze eenmaal gebruikt weet je waarom je ze nooit hebt gemist.

‘Je zag nu pas dat je vorig jaar die… eh… minuten hebt gehad?’

Ik keek bij ‘Gezondheid’ om na te gaan hoeveel ik had gelopen, toen me ineens opviel dat de telefoon veel meer dan mijn stappen bijhoudt.

‘Asymmetrie, bijvoorbeeld. Ik heb nul procent asymmetrie als ik loop. Dat schijnt heel goed te zijn. Maar ik heb gisteren ook vijftien verdiepingen beklommen volgens de telefoon en dat herinner ik me niet.’
‘Misschien omdat je weer even in een staat van actieve, open aandacht voor het nu verkeerde.’

Mijn hoorapparaatjes zijn de crème de la crème van het digitale luisteren

Ik probeerde vorig jaar wel nieuwe hoortoestellen die beweerden dat ze mijn geestelijke gezondheid konden bijhouden. ‘Het monitoren van hoortoestelgebruik en interactie kan u aansporen tot meer sociale betrokkenheid’, volgens de brochure. Daar kon het aan liggen.

‘Maar jij doet helemaal niet aan sociale betrokkenheid’, zegt Harry.
‘Wat is dit dan?’
‘Dit is ons wekelijkse telefoongesprek. Wil je dat als sociale betrokkenheid kwalificeren? Jij zit thuis achter je tafel en je komt alleen naar buiten om een stukje te wandelen met je vrouw.’

De hoortoestellen heb ik ingeleverd omdat ze voortdurend storingen hadden en dat van die geestelijke gezondheid leek mij een hoog homeopathisch gehalte hebben. Wie zegt trouwens dat sociale betrokkenheid goed is voor de mens? Er is heel wat voor te zeggen dat de wereld er een stuk beter uit zou zien als iedereen gewoon thuis blijft en zijn bek houdt. Dat is tenminste mijn overtuiging.

De hoorapparaatjes die ik nu gebruik komen met minder hooggestemde beweringen, maar ze zijn de crème de la crème van het digitale luisteren. Ik was sceptisch toen de audicien ze kwam langsbrengen. Hoortoestellen met artificiële intelligentie en een ‘onboard deep neural network’… Vast niet.

Ze waren nog maar een maand op de markt en ik testte ze naast de vorige incarnatie van de fabrikant. Die test duurde een halfuur. Daarna raakte ik de oudere versie niet meer aan. Het was echt waar: er ging, zoals het cliché zegt, een wereld voor me open. Ik hoorde vogels fluiten, ik hoorde mensen op straat praten, zelfs als ze achter me liepen. We liepen langs de zee, mijn geliefde en ik, en ik hield mijn pas in en vroeg of de zee altijd zoveel lawaai maakte.

De Oticon More is met twaalf miljoen geluiden uit de echte wereld getraind. Hoe ze dat gedaan hebben weet ik niet. Ik heb visioenen van onverschrokken slechthorenden die de jungle van Birma in zijn gestuurd om daar te luisteren naar exotische dieren, skydivende halve doven die tijdens de vrije val driftig notities maken en tinnituslijders die archiefwerk verrichten in de catacomben van het Vaticaan. Het zou me niet verbazen. Oticon is een Deens bedrijf en ik ken de Denen als een serieus volk.

Wat ze hebben verzuimd is iets typisch Hollands. Geen van Oticons onderzoekers heeft naar een carillon geluisterd. Ik zou dat geen probleem hebben gevonden als ik niet sinds kort in het centrum van Den Haag woonde en daar dagelijks word gedwongen naar het carillon te luisteren. Elk uur klimt de een of andere gek achter het klokkenspel om een oud-Hollands liedje te jengelen. Het is hier de hele dag Altijd is Kortjakje ziek (maar waarom gaat ze niet dood?) en Berend Botje gaat uit varen (en nooit een schipbreuk).

Het zijn suffe liedjes die waarschijnlijk door de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van de Nostalgie zijn uitgezocht. Het is om gek van te worden. En het ergste is dat het deep neural network van mijn Oticon More het carillongeluid (terecht) niet herkent als muziek. In plaats daarvan worden mijn oren gevuld met het soort klanken dat astronomen oppikken uit de diepe ruimte. Een keer per uur leef ik tussen pulsars, zwarte gaten en gaskometen. Van ‘een staat van actieve, open aandacht voor het nu’ zal het niet meer komen. Tenzij de Denen een paar veldwerkers mijn kant op sturen. Ik houd daar geen rekening mee. Ze zijn wel goed, maar niet gek.