TELEVISIE

Totaaltheater

Zomergasten

Ritueel zijn debatten over kwaliteit van presentator en hoofdpersonen van Zomergasten. Ooit gevoerd in huiskamer en dagblad, door internet sterk verbreed. Betrokkenen kunnen beter niet lezen wat in de virtuele arena over hen wordt gedebiteerd. Nuance is veel netbewoners een gruwel en dus geven ze haar van jetje – van interviewtechniek tot outfit, van wereldbeeld tot karakterfout. En dan zijn VPRO-kijkers nog wonderen van beschaving vergeleken bij randgroepers uit het GeenStijl-universum wier brandstof uit rancune, haat en grofheid bestaat. Wordt nog een hele verrijking voor het publieke bestel, dat PowNed.
Dit jaar legt Margriet van der Linden het opvallend gekapte hoofd op het hakblok. Inzake de ontmoeting met Viktor & Rolf leverde dat louter executies op. Blijkens de Zomergasten-site moesten óf de modemannen weg (een enkeling), óf Margriet (het merendeel). Voor het stroeve karakter moest kennelijk een schuldige aangewezen en, hoe terughoudend ook het herendubbel, ook ik had het gevoel dat de gastvrouw hen voornamelijk vreemd bleef vinden (dat zijn ze in zekere zin, maar dat maakt hen juist interessant). Haar zowel verbaal als non-verbaal onbegrijpende reactie werkte weinig uitnodigend voor wie toch al niet tot het gilde van gezellige tv-babbelaars behoren. Trouwens, als Margriet iets is, dan toch ook Meesteres van de Sceptische Blik en die werkte hier weinig constructief. Ook bleven vragen liggen: hun weerzin tegen opera (‘veel lawaai’) was verbluffend voor wie zelf een soort totaaltheater nastreven, met volop de kracht van muziek gebruikend. Hun rake conclusie over (overigens bewonderd) levend kunstwerk Leigh Bowery (‘veel meer dan een opkomst is het niet’) riep om de vraag wat hun eigen shows dan méér waren dan een reeks opkomsten. Terwijl die geminachte opera juist zo rijk en veel meer dan ‘opkomst’ is.
Maar een slechte avond? Welnee. Prachtige fragmenten die consistent een esthetisch en ethisch wereldbeeld toonden. En een stijl van spreken, reageren, beschouwen die zowel bestudeerd als authentiek is, en tegelijk haaks staat op tv-gladheid. Daarbij waren heren V&R overtuigend in het voelbaar maken van wat het is om homoseksueel kind/jongere te zijn in een exclusieve heterocultuur – zonder pathetiek of zelfbeklag.
Margriets sceptische blik bleek in het geval van Prem Radhakishun, aflevering twee, juist een geweldig wapen. Die hield dat ongerichte projectiel koest, dat anders vooral knallen, rook en ego-show had opgeleverd. Prem maakt de kijker ongewild tot amateur-psycholoog: wat is er toch aan de hand met iemand die zoveel aandacht vraagt; opschept, incidenteel verpakt in valse bescheidenheid; iemand die zozeer bedelt om aardig gevonden te worden, en er tegelijk alles aan doet om dat te voorkomen. Een gênante vertoning ware het niet dat hij door negeren, spotten en scepsis (geserveerd op een bedje van beleefdheid) terug in zijn hok gefloten was – zodat soms te genieten viel van prima fragmenten en lang niet altijd onzinnige inzichten. (De man maakt soms zelfs goede programma’s.)
Ten slotte Trudy Dehue. Wie begint met Dennis Potters geniale openingsscène van The Singing Detective (met een als Job lijdende Michael Gambon in het ziekenhuisbed, wiens smeekbede om aandacht overgaat in hilarische koortsvisioenen met zang en dans) – een keus die zowel de liefhebber van kunsttelevisie bedient als inhoudelijk neerzet waar het de gast om gaat; en wie afsluit met Mephisto, meesterstuk van Klaus Mann en István Szabó, die kan niet meer stuk. Ook niet als haar argumentatie inzake de depressie-epidemie niet altijd overtuigend klinkt. Hier toonde zich de presentator als wat ze is: vakvrouw, voorbereid, meester van de situatie. Maar ook IJzeren Heintje. Geen overvliegende vonken waardoor de gast zich maximaal ontplooit en een aflevering gaat vliegen. Wel mede door haar goede televisie in het kader van een prachtig Instituut.

Zomergasten, zondagavond 20.12 uur, Nederland 2