Televisie - De Ateliers

Totale vrijheid

Decennia geleden namen we een 5-havo-klas mee op culturele werkweek. Eén dagdeel gingen we aan de slag met een aanbevolen land art-kunstenaar.

Hoe hij en wij konden denken dat je daarin ook maar iets zinnigs kon bereiken met een willekeurig groepje pubers, het is me een raadsel. Maar het werd erger. Zijn ideeën droeg hij louter in geheimtaal over. Al wat de goedwillende jongelui op basis van zijn versleutelde codes aan graaf-, takkenverplaats- en waterwerk deden, het leverde slechts toenemende minachting op. Mijn steeds wanhopiger wordende vragen (je wilt de boel toch bij elkaar houden) bewezen hem louter dat ik nog hopelozer was dan mijn leerlingen. Na een halve dag was de haat wederzijds. Enfin, aan mijn cv kan ik toevoegen dat ik een paar uur beeldend kunstenaar in opleiding ben geweest.

Deze herinnering kwam boven bij het zien van Ditteke Mensinks De confrontatie: Twee jaar aan De Ateliers. De documentaire is een worsteling met eigentijdse, vooral conceptuele kunst en met het postacademisch instituut uit de titel. En toont de worsteling van uitverkoren jonge kunstenaars die voor twee jaar een atelier krijgen (tien uit zevenhonderd aanmeldingen) waarin ze in totale vrijheid aan de slag mogen, op voorwaarde dat ze dinsdags de deur open hebben voor bezoek van tutoren – kunstcritici, curatoren en kunstenaars als Marlene Dumas, Melvin Moti, Marien Schouten. In beslotenheid stellen de deskundigen vragen en geven commentaar op de ontwikkeling van de deelnemers.

Bijkomend filmonderwerp: de worsteling van De Ateliers om te overleven in tijden van rigoureuze bezuiniging op kunst en cultuur en in een kunstvijandig klimaat. De vraag is of Mensinks film een sterk argument voor het voortbestaan van De Ateliers vormt. Waarbij je tegelijk kunt vaststellen dat dat gelukkig niet van een documentaire afhangt; en dat Mensink vanaf het begin open is in een brede reeks vragen en twijfels. Van ‘wat is kunst?’ sinds Marcel Duchamp in 1917 een pisbak signeerde, tot wat draagt een opleiding bij aan de ontwikkeling van kunstenaars als in het educatieve proces zelden enige emotie te traceren is. Emotie is trouwens uitgerekend dat waarop Mensinks onderneming schipbreuk dreigt te lijden: student na student haakt af omdat ze hun ontwikkelingsproces en de confrontatie met tutoren als te persoonlijk en fragiel ervaren om die nog langer te laten filmen.

De paar confrontaties die we desondanks zien maken dat begrijpelijk. Ook al delen tutoren en pupillen waarschijnlijk een ‘kunsttaal’, zoniet jargon, ze lijken elkaar vaak niet te begrijpen of het grondig oneens te zijn zonder dat je het gevoel krijgt dat dat iets oplevert in hun ontwikkeling. Een mislukte film dus? Nee: zo gaat het daar. Machteloosheid en worsteling horen nu eenmaal bij vragen naar en over kunst en bij de totstandkoming daarvan. En veel tutoren zijn niet voor niets succesvolle oud-cursisten. De enkeling die de camera bleef toelaten (een Zweedse student met heimwee die uitmondt in een Bas Jan Ader-achtig project, dat gelukkig minder tragisch afloopt) zal niet representatief zijn. Dat kunstverzamelend echtpaar De Heus vanwege steun aan De Ateliers vijftig procent korting op aankopen krijgt is haast nieuwswaardig. U hebt gelijk: een tv-recensent is meestal bepaald geen kenner van conceptuele kunst.


Ditteke Mensink, De confrontatie: Twee jaar aan De Ateliers, NTR Het uur van de wolf, 7 januari, NPO 2