Film: Wolf and Sheep

Toverfee met vacht

Medium film
Qodratollah Qadiri als Qodrat en Sediqa Rasuli alsSediqa in Wolf and Sheep, regie Shahrbanoo Sadat © MOOOV Film Distribution

Wat de Afghaanse regisseur Shahrbanoo Sadat (27) vertelt over haar eigen achtergrond is even boeiend als het verhaal van haar prachtige, eerste film met de titel Wolf and Sheep. De setting is dezelfde als die waar zij vandaan komt: een kleine gemeenschap in de bergen van Centraal-Afghanistan. Daar, waar ze als kind zeven jaar lang woonde, leerde ze de kunst van het waarnemen. ‘Ik was zwaar bijziend, ik had een vreemd accent, ik had een opa die met geesten kon praten. Dat maakte mij tot buitenstaander. De inwoners hadden geen notie van de buitenwereld; ze leefden volgens hun eigen, verzonnen regels. En daar waren er veel van.’

Wolf and Sheep barst van de verhalen. Geloof, bijgeloof en mythen lopen naadloos in elkaar over. De film, een mix van fictie en documentaire, begint met de begrafenis van een man die aan kanker gestorven is. Van meet af aan is duidelijk dat mannen en vrouwen strikt gescheiden levens leiden. De mannen zijn bezig het lichaam klaar te maken om naar een graf te worden gebracht, de vrouwen kijken toe. Opvallend is hun kleding: de fel gekleurde jurken (rood, blauw, groen) en hoofddoeken steken scherp af tegen de achtergrond van grijze bergtoppen en gortdroge grasvlakten. De mannen leggen het lichaam op een zelfgemaakte brancard van takken, hijsen die tot op hun schouders en schuifelen vervolgens naar de begraafplaats, waarbij het soms bijna misgaat wanneer een van hen over zijn eigen voeten struikelt. Om de paar minuten wordt Allah aangeroepen. De toon van de scène is afwisselend luguber en lachwekkend.

Wat hier met een van de dorpelingen gebeurt, raakt iedereen, zo blijkt. En je kunt maar beter niet ánders zijn, zoals Sadat vertelt: ‘Door het roddelen worden mensen psychologisch gestraft. Een man die drie vrouwen zou hebben. Een meisje dat met een jongen flirt. Een jonge vrouw die ongewenst zwanger raakt, wier baby dood bij de rivier wordt gevonden.’

Jongens hebben het makkelijker. Terwijl de meisjes voor de geiten moeten zorgen kunnen de jongens met slingers spelen, zogenaamd om wolven te verdrijven. Dat de wolven nergens te bekennen zijn zegt niets. Want de Kashmir Wolf is er wel degelijk: half dier, half godin die ergens in de bergen schuilt, maar die vooral in het collectieve onderbewustzijn van de mensen leeft. Een dorpsoudste vertelt: ’s nachts komt hij vanuit de bergen naar beneden om wrede rijken in zijn zak mee te nemen. Onder zijn vacht is hij een fee, een beeldschone vrouw. Toen de Kashmir Wolf op een nacht in het huis van een molenaar belandde, stapte de fee uit de vacht. De molenaar, die zich had verstopt, aanschouwde haar schoonheid: rode lippen, ogen als amandelen, gezicht als de volle maan. (Zo mooi, je zou wel water over haar lichaam willen uitgieten om er vervolgens van te drinken.) De molenaar zag hoe ze deeg ging kneden om brood te bakken. Op dat moment sprong hij te voorschijn. Hij greep haar vacht en gooide die in de tandoor. Daarna trouwde de molenaar met de fee. Maar na een paar dagen verdween de fee. Sindsdien heeft niemand haar gezien.


Te zien vanaf 10 augustus