Ook de de organisator van de Kinderboekenweek, CPNB, zag muziek in de poëzie en bracht ter gelegenheid van de Kinderboekenweek de cd Van rijm tot rap uit. Zangers uit de wereld van kleinkunst en popmuziek kozen hun favoriete gedicht en zetten dat op muziek. Het dichterlijke gezelschap is bont en het resultaat uiteraard divers, want afhankelijk van zoveel meer factoren dan alleen poëzie: muziek, stem, instrumentatie.
Dat Buddingh’ spektakel oplevert is niet verbazingwekkend, maar hier zet hij zijn vertolkers aan tot grootse vertoningen. Peter Zegveld schetst het droevige bestaan van de Halvemaanvis (‘heeft toch zo'n verdriet, omdat niemand hem eens voor vol aanziet’), begeleid door de oerklanken van een leeglopende badkuip en contrabasgeknars. Met uit de onderwereld oprijzende stem maakt Raymond van ‘t Groenewoud van 'De blauwbilgorgel’ een soort clublied voor het Griezelgenootschap van Paul van Loon en consorten. Opvallend is ook hoe tijdloos ‘De leeuw’ - ‘Een leeuw is eigenlijk iemand, die bang is voor niemand’ - van de Schoolmeester is. Op het aangenaam schorre stemgeluid van Joost Belinfante en het fraaie oerwoudritme van gitaar en percussie zie je de leeuw voortschrijden.
Niet om aan te horen is rapper Def P., die met grof geweld en Amsterdamse tongval ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ in mootjes hakt. En de zeurstem van Frank Groothof maakt in combinatie met een treurig strijkkwartet iets potsierlijks van Leendert Witvliets verstilde vers over het onuitgesprokene tussen Suzan en Jan. Maar prachtig is dan weer de Brabantse warmte en genegenheid van V.O.F de Kunst bij de begrafenis van Nijntje’s Oma Pluis. Ontdaan van zijn bijna onuitwisbare visuele kant in de prentenboekjes wordt hier de bescheiden dichter Bruna zichtbaar. Al sinds 1955 - ‘en op een hele warme avond/ toen kwam het klein konijntje/ zij trokken haar een jurkje aan/ en noemden haar toen Nijntje’ - draagt hij zijn steentje bij aan het poëtisch bewustzijn van kleine Nederlanders.
Maar de grote verrassing van het plaatje is de ‘Berensonate’ van het a capella zingende herenkwartet Mezzo Macho. In een pingpongspel van opzwepende ritmes en raadselachtige tekstflarden, dat resulteert in een soort Afrikaanse bezweringsdans, worden langzaam maar zeker de contouren zichtbaar van de oer-Hollandse broodjes smerende beren. ‘Twaze wondi, bovi wondi’ hoe die heren zingen konden.