Toverwoord: Turkije

Elke week popt er een nieuwe oplossing op voor ‘het vluchtelingenprobleem’ in Europa. Vorige week was het ‘de regio’. Het toverwoord van deze week is ‘Turkije’, als vertegenwoordiger daarvan.

Medium commentaar 40

Turkije zal zijn grenzen beter bewaken; gezamenlijke patrouilles met de Griekse kustwacht, onder de leiding van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex, moeten daarbij helpen. Boten die worden onderschept worden terug naar Turkije geleid. De Syrische vluchtelingen moeten daar blijven. Koste wat het kost. De Europese Unie geeft in ruil geld voor de bouw van zes nieuwe opvangkampen. Want, zo luidt de communis opinio: in Turkije is het veilig. Dus zodra vluchtelingen vandaar in een bootje stappen dat hen over de Middellandse Zee naar Europa brengt, veranderen ze van vluchteling in gelukszoekers. En voor gelukzoekers is in de Europese Unie geen plaats.

Maar veiligheid is een relatief begrip. Zo krijgen Syriërs in Turkije geen asiel. Turkije heeft namelijk nooit het aangepaste Vluchtelingenverdrag van 1967 ondertekend, zoals alle andere landen behalve, naast Turkije, Congo, Madagaskar en Monaco. Syrische vluchtelingen mogen in Turkije verblijven totdat het conflict in hun land is opgelost. Ze krijgen dus geen vluchtelingenstatus, geen verblijfsvergunning, geen werkvergunning, geen toegang tot zorg of onderwijs. Niets. Turkije biedt mensen onderdak, maar geen mogelijkheid iets op te bouwen. Ze zijn tijdelijk ‘gast’ van de Turkse staat.

Erg gastvrij is de Turkse staat evenmin. Hoogleraar Europese politicologie Ayhan Kaya van de Istanbul Bilgi Universiteit legde onlangs in een interview in het Engelstalige Turkse dagblad Daily News de verantwoordelijkheid voor de Syrische vlucht naar Europa vooral bij Turkije zelf neer. Hij noemt meldingen van gewelddadige incidenten, lynchpogingen in diverse steden, discriminatie en uitbuiting op de arbeidsmarkt. Turkse politici nemen het nauwelijks voor ze op. De enige partij die duidelijk is over rechten van vluchtelingen en migranten in een verkiezingscampagne is de HDP, aldus Kaya. Alle andere politieke partijen gebruiken op het moment nationalistische en xenofobe verkiezingsretoriek. De Turkse overheid is bovendien, zegt Kaya, een stuk minder tolerant naar Syrische Koerden, alevieten en christenen dan naar soennitische Syriërs.

In de praktijk zitten de meeste van de twee miljoen Syriërs in Turkije niet in een opvangkamp, maar leiden een illegaal bestaan in de grote steden. Zoals de dertienjarige Mohammed, onlangs geportretteerd in de Europese editie van Politico. Hij vluchtte samen met zijn ouders vorig jaar uit Aleppo. Hij was op school een van de beste leerlingen en droomde ervan om later dokter te worden. Nu woont hij in Istanbul en werkt hij in een buitenwijk de hele dag in een textielbedrijfje. Illegaal. Van dat geld onderhoudt hij zijn vader, moeder, zijn drie maanden oude broertje, elfjarige zusje en vijfjarige broertje. Naar school gaan zit er niet meer in voor hem. Voor zijn zusje en broertjes ook niet trouwens, want scholen voor Syrische kinderen in Turkije zijn er nauwelijks. Naar schatting leven er 330.000 Syrische vluchtelingen alleen al in Istanbul, waaronder 83.000 kinderen van schoolgaande leeftijd. Deskundigen noemen deze verloren, onopgeleide Syrische generatie in Turkije een tijdbom, voor Turkije, maar ook voor Europa.

Met welk toverstokje Europese politici ook zwaaien, de werkelijkheid blijft een stuk weerbarstiger. De gevolgen van de oorlog in Syrië zijn zowel in de regio als iets verderop in Europa voelbaar. En die gevolgen zijn niet zomaar op te lossen, ook niet in de regio. Mensen zullen blijven komen zolang er in Turkije geen asielmogelijkheid bestaat en geen uitzicht op een legaal leven. Ze wegstoppen in opvangkampen voor de komende jaren is geen menselijk alternatief. Het is hooguit een beschamende poging ons eigen stoepje schoon te vegen.