Ger Groot

Trage deugd

Zonde is geen populair gespreksonderwerp, of het moest in roddel zijn. De publieke moraal mag toegeeflijker geworden zijn, maar het gesprek van de dag weet beter – al koestert het jegens schuinsmarcheerders vaak een heimelijke afgunst. Niet alleen daarom noemt de godsdienstpsycholoog Rein Nauta – in zijn voorwoord bij de bundel Over zonde en zonden (Valkhof Pers) – achterklap een van de «alledaagse expressies van de hoofdzonden». Het venijn schuilt in de deugdzame verontwaardiging zelf, die precies de scheidslijn kent tussen goed en kwaad en van haar hoogmoedig hart geen moordkuil maakt.

Er zitten meer verrassingen in Nauta’s lijstje dan die van de deugd die door eigen overmaat omslaat in haar tegendeel. Wachtlijsten in de zorg en de verzuchting «hoe lang moet jij nog?» liggen als voorbeelden van zondigheid niet direct voor de hand. Het verrassendst is de ondeugd waarmee de opsomming opent. Naast pornografie of zelfs pesten op school lijkt fast food een nogal onschuldig vergrijp – vooral omdat de zondecatalogus van oudsher juist over traagheid de staf gebroken heeft.

Carlo Petrini zou het met plezier gelezen hebben. In de jaren tachtig stond hij in Italië aan de wieg van de Slow Food-beweging die tegenover hamburgerketens en prefabmaaltijden de goede smaak en het eetgenot verdedigde. Slow Food propageerde een geduldige liefde voor keuken en tafel, voor streek- en seizoensgebonden gerechten, een herwaardering van weggeglobaliseerde gewassen en ambachtelijke productie – en werd een groot, inmiddels zelfs mondiaal succes.

In zijn zojuist verschenen boek Slow Food (Mets en Schilt) vertelt Petrini over de wordingsgeschiedenis van de beweging met de gedrevenheid die in hem nog altijd de linkse activist verraadt. De keuken en alles wat daar aan voedselproductie en –consumptie bijhoort, staan bij hem centraal, maar de inspiratie reikt verder. Ze bestrijdt «het virus van alles wat fast is en de bijwerkingen daarvan», zo stond al in1987 te lezen in het Slow Food-Manifest waarmee de beweging op gang kwam.

Dat gaat aardig in de richting van een levenshouding met filosofische potenties, waarvan de vertakkingen door de journalist Carl Honoré in zijn boek Slow verder worden nagetrokken (Lemniscaat). Bij nader inzien verschilt die maar weinig van wat tegen het eind van de jaren tachtig in Nederland «onthaasting» begon te heten, maar met zo’n woord bereik je geen wereldpubliek. «Slow life» heeft precies het soundbite-achtige appeal dat mondiaal mobiliseert, maar daarmee bijt de beweging nillens willens ook een beetje in haar eigen staart.

Het is slechts één van de paradoxen die haar omgeeft, en voor de nabije toekomst ongetwijfeld de lastigste. De strijd tussen links en lekker heeft Slow Food vooralsnog doorstaan. Vanzelfsprekend was het in de jaren tachtig immers niet om op maatschappijkritische bodem een lans te breken voor eetgenot. Onrecht, ongelijkheid en de honger in de wereld gingen voor. Dat puritanisme had de wind van de klassieke ondeugdenleer stevig in de zeilen. Ook gulzigheid, zo bevestigt Nauta, behoort van oudsher tot de hoofdzonden.

Maar de theologie helpt. Vraatzucht is vooral het gedachteloos verorberen dat kwantiteit boven kwaliteit stelt. Niet in het genot van de wereld ligt de ondeugd, zo maken de bijdragen in Over zonde en zonden duidelijk, maar in de veronachtzaming van de specifieke smaak en charme ervan. Daarin verraadt de bundel zijn onmiskenbaar katholieke inslag. Op dezelfde manier moest Slow Food de weerstand overwinnen van een links-puriteinse deugdzaamheid die de wereld zo graag wilde verbeteren dat ze daarin het goede van de weeromstuit vergat. Die strijd is nog niet over. Met het succes van de beweging in de Verenigde Staten wordt de zorg om milieu en Derde Wereld opnieuw belangrijker dan de smakelijke hap.

Maar te veel deugd wordt zonde. Dat geldt voor roddel zoals het geldt voor onthaasting die ten onder ging aan de schraalheid waarin het grote gelijk zijn eigen euvel werd. Er moet goed bij gegeten en gedronken worden, zoals de katholieke clerus al eeuwenlang laat zien. Het Vaticaan houdt óók niet van McDonald’s.