In de tang van Geert Wilders

Tranen om wat kapot gaat

De VVD en de PvdA worstelden al eerder met het populisme van Geert Wilders. Vorige week wankelde de derde traditionele middenpartij door zijn toedoen. Wilders tart elke politieke logica.

Medium aukje

OP DE AVOND dat de CDA-fractie in crisisberaad bijeen was, nam oud-CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel afscheid van zijn Haagse jaren in de landelijke politiek. Symbolischer kon niet.
In het Kamergebouw worstelden de 21 leden van de huidige fractie van het CDA met partijleider Geert Wilders van de nog jonge PVV, met diens standpunten over de islam, zijn agressieve toon richting buitenlanders en de daaruit voortvloeiende vraag of ze zichzelf en hun idealen verloochenen door zich in een minderheidskabinet met de VVD afhankelijk te maken van zijn gedoogsteun. Op nog geen steenworp afstand zaten andere CDA'ers bij een feestelijke avond met prominenten uit bestuurlijk Nederland: de vice-voorzitter van de Raad van State, de directeur van het Centraal Planbureau, (oud-)ministers van andere partijen en vertegenwoordigers uit de overlegpolder. De elite, zou Wilders met dedain zeggen.
Terwijl Van Geel in het zonnetje werd gezet, drong het tot de CDA'ers daar door dat hun dertig jaar oude partij wankelde op de rand van de afgrond. De toen alleen nog in kleine kring bekende brief van CDA-onderhandelaar Ab Klink over zijn definitieve nee tegen samenwerking met de PVV was de directe aanleiding voor het gevoel dat de partij uiteen zou vallen. Er was kwaadheid op Klink, er was begrip voor Klink, er was verdriet om Klink, omdat men vermoedde dat de zachtmoedige partij-ideoloog niet opgewassen zou zijn tegen alle interne partijtrucs om hem de mond te snoeren.
Maar het ging uiteindelijk om meer dan alleen het verdriet om de eigen partij. Er waren ook tranen om een wereld die kapotgaat, een open wereld waarin mensen ondanks meningsverschillen met elkaar in gesprek blijven, geen groepen worden uitgesloten, politici niet steeds worden vergeleken met zakkenvullers en boeven, en politici ook zelf scheldwoorden mijden.
Een kleine vier jaar geleden had de VVD ook zo'n avond waarin een feestje en heftige interne strubbelingen over koers en idealen samenvielen. Toen nam Jozias van Aartsen, de man tijdens wiens fractievoorzitterschap Geert Wilders de VVD verliet, in de Tweede Kamer afscheid van het Binnenhof. Tweehonderd meter verderop in een café probeerde toenmalig VVD-Kamerlid Rita Verdonk een coup te plegen, om zo alsnog partijleider te worden en Mark Rutte van die plek te verdrijven. Had zij als de nummer twee op de VVD-lijst immers niet meer stemmen gekregen dan de partijleider?
Net als Wilders verdween ook Verdonk uiteindelijk uit de VVD. Lang zag het ernaar uit dat zij met haar partij Trots op Nederland de opvolger zou worden van wijlen Pim Fortuyn in de rol van buitenstaander die het politieke establishment uitdaagt en de regels van het politieke spel verandert. Maar Verdonk is sinds de laatste verkiezingen van het landelijke politieke toneel verdwenen. Wilders won het van haar en heeft inmiddels politiek Nederland in de tang.

DE TAFERELEN bij het CDA waren de afgelopen week niet fraai. Als wolven vielen ze elkaar aan. Wie dat rumoer even wegdraait, ziet een ‘oude’ politieke partij die als laatste van de drie traditionele middenpartijen aan de beurt is om diepgravend bij zichzelf na te gaan waar ze staat in het integratiedebat en hoe ze wenst te opereren ten opzichte van populisten als Wilders die het ongenoegen in de samenleving bespelen.
Tot nu toe was het CDA erin geslaagd aan dit zelfonderzoek te ontkomen, omdat het sinds begin deze eeuw in de comfortabele positie van de grootste partij verkeerde. Besturen stopt bij het CDA het denken, zo blijkt steeds weer uit haar dertigjarige geschiedenis. Maar nu het CDA is afgezakt tot de vierde partij in de landelijke politiek en samenwerken met de PVV ook anders bleek te gaan worden dan samenwerken met de LPF van Pim Fortuyn wreekte zich dat.
De mantra dat het CDA geen enkele partij uitsluit, blijkt achteraf niet goed doordacht. De vrijheid van godsdienst en democratische beginselen zijn onvoldoende op hun consequenties bekeken als de partij zou samenwerken met de PVV. En wie spint er garen bij nu CDA'ers daar alsnog onderling ruzie over maken en zo doen wat de burgers buiten Den Haag menen dat ze toch altijd al doen? Weer de PVV.
Maar ook de VVD zit klem. Wilders stapte dan wel in 2004 uit die partij, daarmee waren de liberalen niet van hem af. In een poging de aantrekkingskracht van de PVV voor de kiezer te verkleinen is de VVD in haar standpunten opgeschoven richting hun voormalige partijgenoot. Bovendien is een van de belangrijkste overwegingen van de VVD om te willen regeren met gedoogsteun van de PVV de angst dat Wilders anders in de oppositie nóg groter groeit.
Ook de derde traditionele middenpartij, de PVDA, opereert met het angstbeeld van Wilders voor ogen. De reden voor oud-partijleider Wouter Bos om juist Job Cohen als zijn opvolger en lijsttrekker aan te wijzen was het fenomeen Wilders en de sentimenten die deze man in de samenleving weet aan te boren. Cohen, de man van de boel bij elkaar houden, moest het gaan opnemen tegen splijtzwam Wilders. Maar de PVDA verloor opnieuw Kamerzetels en werd niet de grootste partij, zoals ze had gehoopt. Het wapen Cohen bleek niet afdoende om Wilders te stoppen.
POLITIEK NEDERLAND heeft geen antwoord op Wilders. Hem uitsluiten werkt niet, hem niet uitsluiten helpt ook niet, want samenwerken met hem blijkt meer weg te hebben van door hem gegijzeld worden.
De onmacht van de andere politieke partijen is voor een deel het onvermogen een antwoord te vinden op de onvrede van de burger. Die onvrede is het gevolg van een ingewikkelde cocktail van doorgeschoten individualisme en dikke ikken, te hoge verwachtingen van wat de overheid vermag, het gevoel niet gehoord te worden in Den Haag, het aanlopen tegen ontelbare bureaucratische regels en het zien veranderen van Nederland door de komst van veel buitenlanders.
Wat het extra moeilijk maakt voor de politiek om hierop een antwoord te vinden, in vergelijking met de tijd van Fortuyn of Verdonk, is dat Wilders die gevoelens niet alleen goed weet te bespelen, maar daarbij steeds weer de regels van de politiek uitholt. Wilders vecht met wapens die in de hoofden van de anderen niet snel opkomen. Hij scheldt op collega’s en loopt weg bij debatten. Wie daar iets van zegt, krijgt te horen dat hij zich niet de mond laat snoeren. Dat versterkt bij de ontevreden burger weer het beeld dat hij de man is die het wel eens op zal nemen tegen die Haagse kliek, juist omdat hij zich aan de Haagse mores lekker niks gelegen laat liggen.
Het gevoel van machteloosheid bij 'traditioneel’ Den Haag wordt des te groter doordat Wilders zich ook niet laat hinderen door een goed doordacht en doortimmerd verhaal en zich dat nog kan veroorloven ook. Geen eigen partij die hem om verantwoording roept, geen achterban die hem kwalijk neemt dat hij een verkiezingsbelofte breekt, geen kiezer die het ook maar erg lijkt te vinden dat hij met twee maten meet. Alles waar leiders van andere politieke partijen op worden aangesproken, daar komt Wilders mee weg.
Zijn laatste stunt in dit rijtje is de eis aan de drie CDA-dissidenten dat ze een schriftelijke verklaring zouden ondertekenen dat ze zich gebonden voelen aan een eventueel ja van hun partijcongres of anders afstand zouden doen van hun Kamerzetel. Deze eis is niet alleen ongrondwettelijk, omdat Kamerleden worden geacht zonder last of ruggespraak te opereren. Het is het totaal omgekeerde van wat Wilders altijd voor zichzelf opeist. Toen hij nog gewoon lid was van de VVD-fractie zei hij keer op keer zich vrij te voelen te zeggen wat hij wilde. Hij onderwierp zich niet aan de fractiediscipline en gaf zelf zijn Kamerzetel niet op toen hij uiteindelijk uit de partij stapte. Maar van anderen, nota bene leden van een andere partij, eist hij dat wel. Hij tart daarmee de politieke logica én de regels. Maar zijn achterban vindt het geweldig.
Want dat is het meest paradoxale aan de aantrekkingskracht van Wilders. Juist zij die op hem stemmen omdat ze de Haagse politici niet vertrouwen en hen ervan verdenken dat het hun alleen om de macht te doen is, maken een man groot die zelf niemand vertrouwt en die het alleen om de macht te doen is. PVV-kiezers willen gehoord worden door de politiek, maar uitgerekend Wilders luistert nog slechter dan andere politici. PVV-stemmers willen oplossingen voor wachtlijsten, files, onverkwikkelijke toestanden in verpleegtehuizen en andere dagelijkse zorgen, maar vestigen hun hoop op de leider van een partij die daar nog minder een antwoord op heeft dan andere partijen. Wilders heeft alleen zijn eigen agenda: het gevecht tegen de islam.

HET HAD DE PVV-KIEZER niet veel kunnen schelen dat uitgerekend bij een minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV er van meer dualisme niet veel terecht zou zijn gekomen. Met slechts 76 zetels voor VVD, CDA en PVV zou geen Kamerlid van deze drie partijen kunnen worden gemist om alleen al het regeerakkoord erdoor te krijgen. Dat bleek afgelopen week wel, toen naast Ab Klink ook zijn fractiegenoten Ad Koppejan en Kathleen Ferrier grote bezwaren bleven hebben tegen samenwerking met de PVV.
Een grotere vrijheid van de regeringspartijen ten opzichte van de eigen ministers is een van de remedies die in Den Haag worden gepredikt. Zo kan de burger zien welke afwegingen worden gemaakt en kan het beeld worden weggenomen dat alles van tevoren in achterkamertjes is bekokstoofd. Was dat laatste niet waarom Wilders en zijn fractie wegliepen bij het debat van het toen nog missionaire kabinet-Balkenende over het crisispakket? Wilders was destijds kwaad op CDA-fractieleider Van Geel, omdat die ruiterlijk toegaf dat aan dat moeizaam tot stand gekomen pakket niet veel kon worden veranderd.
Op zijn persconferentie vrijdag, toen de formatie van een rechts minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV was misgelopen, speelde Wilders weer zijn gebruikelijke spel. Heftige verontwaardiging over het wantrouwen dat hem ten deel was gevallen van medeonderhandelaar Klink. Nog eens extra zout in de CDA-wond door fractievoorzitter Maxime Verhagen als het ware de hemel in te prijzen. De vermoorde onschuld spelen over zijn eigen ongrondwettelijke eis.
Wilders houdt van zijn rol van kwade, niet-constructieve partijleider. De ontevreden kiezers, blind voor wat hij hun te bieden heeft, maken hem groot. En de andere partijen weten nog steeds niet hoe hiermee om te gaan.

foto: Martijn Beekman/HH